FAILLISSEMENTSVERSLAG   Nummer          1          Datum: 11 juni 2009

 

Gegevens onderneming

De besloten vennootschappen:

1.      FAM Beheer II B.V.,

2.      Groen Invest Nederland (GIN) B.V., handelende onder de naam (h.o.d.n.) Gin Groengroeiplan en Gin Euro Groengroeiplan,

3.      Gin Exploitatiemaatschappij B.V., h.o.d.n. Forest Parents Plan,

4.      Gin Grondexploitatiemaatschappij B.V.,

5.      Gin Bomenexploitatiemaatschappij B.V. h.o.d.n. Gin Bosbouwmaatschappij

6.      Gin Research & Development B.V.,

7.      Gin Vastgoed B.V.,

alle kantoorhoudende te Veldhoven, aan de Run nr. 5129

 

 

Faillissementsnummer

F 09/367 t/m F 09/09/373

Datum uitspraak

11 mei 2009

(voorafgegaan door surseances van betaling d.d. 6/8 mei 2009)

 

 

Curator

Mr. S.H.F. Hoppenbrouwers

Mr. G. te Biesebeek

Rechter-commissaris

Mr. M.G.A. Poelman

 

 

Activiteiten onderneming

Vanaf medio 1996 ( tot 2006) hielden de vennootschappen (nader te noemen GIN) zich bezig met het aanbieden aan particuliere beleggers van rechten op kapopbrengsten – na 8, 15 en 20 jaar – van oorspronkelijk in Nederland te kweken Robiniabomen op (vermeend) geïndividualiseerde percelen (participaties) De participaties betreffen uitsluitend een recht op de (kap)opbrengsten van de Robiniabomen en dus uitdrukkelijk geen rechten op gronden en/of andere zakelijke rechten. In totaal werd door GIN in (voornamelijk het Noorden van ) Nederland ongeveer 800 HA grond beplant met Robinabomen. De percelen werden nagenoeg geheel in eigendom verkregen en/of gepacht door GIN Grondexploitatiemaatschappij B.V.. Enkele percelen behoren in eigendom toe aan Groen Invest Nederland. In totaal werd ruim € 70 miljoen ingelegd door particuliere beleggers, waarvan volgens de beschikbare balans een nominaal bedrag van € 19.616.718,24 in Nederlandse gronden is geïnvesteerd. Op het merendeel van deze gronden is een zakelijk recht van vruchtgebruik ten behoeve van de Stichting Vruchtgebruik Robinia gevestigd. Een deel van de inleg is ook besteed voor de aankoop van gronden in Slowakije (150 HA) en Frankrijk ( 460 HA) en de aandelen (49 %) in een houtzagerij-fabriek in Hongarije. Voorafgaand aan het uitspreken van het faillissement hebben curandi vergeefs geprobeerd de gronden in Nederland te verkopen om met de opbrengst daarvan gronden (bestaande bossen) te kopen in Roemenië. De buitenlandse gronden behoren toe aan een tweetal buitenlandse vennootschappen waarvan de aandelen gehouden worden door de besloten vennootschap Stivru B.V., waarvan de aandelen merendeels gehouden worden door de eerdergenoemde Stichting Vruchtgebruik Robinia.

Omzetgegevens

1996: fl.   4.499.900,-

1997: fl. 24.140.682,-

1998: fl. 34.523.957,-

1999: €  12.858.000,-

2000: €  10.323.000,-

2001: €    5.601.000,-

2002: €    2.969.654,-

2003: €    7.974.000,-

2004: €    1.294.000,-

2005: €    1.207.687,-

2006: €    1.100.000,-

2007: €    3.500.000,-

2008: €       140.000,- (m.n. te gelde maken provisie genererende portefeuille)

Personeel gemiddeld aantal

40 à 4

Ten tijde van de aankoop van de gronden waren er ongeveer 40 personen in dienst. Bij het uitspreken van het faillissement nog 4 personen.

 

 

Verslagperiode

Aanvang surseance tot 8 juni 2009

Bestede uren in verslagperiode

 

Bestede uren Totaal

 

 

 

1

Inventarisatie

 

 

 

1.1

Directie en organisatie

Aan dit verslag wordt als bijlage 1 een organigram gehecht. Uit dit organigram valt op te maken dat de Stichting Vruchtgebruik Robinia en de daaraan gelieerde vennootschappen met hun vermogen buiten het faillissement van GIN vallen.

Sinds 1 mei 2004 voert de heer F.A.M. van der Heijden, wonende te België via zijn houdstervennootschap alleen de directie over de gefailleerde bedrijven.

De aandelen in Groen Invest Nederland (GIN) B.V. bevinden zich sedert 1998 in het vermogen van FAM Beheer II B.V.

1.2

Winst en verlies

Een gecumuleerd verlies van € 11.222.999,51 voor balanscorrectie.

1.3

Balanstotaal

€ 48.124.293 na eliminatie afgeschreven goodwill.

1.4

Lopende procedures

Door GIN worden al dan niet te samen met de (oud) bestuurders meerdere procedures, bij verschillende instanties, gevoerd jegens o.a. :

-          de voormalige aandeelhouder(s) / bestuurders

-          het staatsbosbeheer

-          Alterra B.V. n.a.v. een t.v. uitzending

-          Een bewoner in de omgeving van één der gronden betreffende overlast

-          De A.F.M.

-          De Stichting Vruchtgebruik Robinia

-          Een participant

-          De Stichting Gin Schade

De procedures jegens de voormalige aandeelhouders zijn feitelijk allemaal gebaseerd op de stelling dat de aan GIN verkochte gronden niet althans onvoldoende geschikt zijn voor de teelt van Robinia hout. Op 4 mei 2009 heeft het NAI daarmede gepaard gaande vorderingen van GIN afgewezen en GIN veroordeeld tot het betalen van een bedrag groot ongeveer € 4.000.000,- aan een voormalige aandeelhouder.

1.5

Verzekeringen

De verzekeringen dienen nog geïnventariseerd te worden.

1.6

Huur

Voor zover curatoren bekend wordt een bedrijfsruimte in Veldhoven en een bedrijfsruimte in Retie (België) gehuurd.

1.7

Oorzaak faillissement

Op 30 maart 2009 plaatste de AFM de volgende mededeling op haar website:

 
“Er is onrust ontstaan bij beleggers in Groen Invest. De directie van Groen Invest heeft recentelijk verwarrende en foutieve informatie verspreid over de beleggingen en de rol van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De AFM heeft hierover inmiddels veel vragen van verontruste beleggers ontvangen. Daarom wil de AFM graag een aantal feiten op een rij zetten.

 

De AFM heeft eind 2007 de vergunningaanvraag van Groen Invest afgewezen.

Groen Invest heeft in 2006 een vergunning van de AFM gevraagd voor het aanbieden van beleggingsobjecten. De vergunningaanvraag is door de AFM afgewezen.

Uit onderzoek van de AFM bleek dat Groen Invest niet over voldoende financiële expertise en kennis beschikt met betrekking tot de bedrijfsvoering van Groen Invest. Daarnaast kon Groen Invest niet aantonen dat zij over een integere en beheerste bedrijfsvoering beschikt.

De rechtbank steunt het oordeel van de AFM
.
De Rechtbank Rotterdam heeft in haar vonnis van 15 januari 2009 geoordeeld dat de afwijzing van de vergunningaanvraag van Groen Invest terecht was. Het vonnis van de Rechtbank Rotterdam kan worden teruggevonden op www.rechtspraak.nl (LJN: BH0726, Rechtbank Rotterdam, 08/3181).

Groen Invest moet daarom contracten afwikkelen
Doordat Groen Invest geen vergunning heeft gekregen, moet zij haar vergunningplichtige activiteiten afwikkelen. Dit houdt in dat Groen Invest niet langer nieuwe beleggingsobjecten mag verkopen en dat zij de bestaande beleggingsobjectovereenkomsten moet beëindigen. Het afwikkelen dient in overleg met de beleggers te gebeuren. Mogelijke manieren om de overeenkomsten te beëindigen zijn bijvoorbeeld; (i) Groen Invest draagt de bestaande overeenkomsten over aan een aanbieder die wel een vergunning heeft voor het aanbieden van beleggingsobjecten; (ii) Groen Invest betaalt beleggers voor zover mogelijk de inleg terug; (iii) Groen Invest vormt de bestaande overeenkomsten om tot een ander beleggingsproduct (bijvoorbeeld aandelen of obligaties) of een product dat niet onder het toezicht van de AFM valt. De AFM verlangt niet dat Groen Invest nu versneld bomen moet kappen of verkopen.

Groen Invest is verantwoordelijk om op een goede wijze en in overleg met haar beleggers af te wikkelen. Het is dus niet zo dat de AFM bepaalt hoe Groen Invest moet afwikkelen. De AFM heeft er bij Groen Invest meerdere malen aangedrongen op het inschakelen van deskundige hulp. De AFM houdt wel toezicht tijdens de afwikkeling. Dit betekent dat de AFM maatregelen kan treffen om te zorgen voor een goede afwikkeling in het belang van de participanten.

Groen Invest heeft nog niet afgewikkeld
De AFM heeft Groen Invest in het kader van de afwikkeling gevraagd een afwikkelplan op te stellen waarin Groen Invest aangeeft op welke wijze zij de contracten beëindigt en hoe en wanneer zij haar participanten hierover informeert. Hierover heeft de AFM veelvuldig contact met Groen Invest gehad.

Groen Invest heeft een plan ingediend dat inhoudt dat Groen Invest het eigendom van Nederlandse gronden verkoopt en met de opbrengst hiervan bossen in Roemenië aankoopt om zoals Groen Invest zegt aan de beloofde houtvolumegarantie te voldoen.

De AFM heeft Groen Invest meerdere keren gevraagd een onderbouwing van dit plan te geven om zo te kunnen bekijken of Groen Invest een realistisch afwikkelplan heeft. Groen Invest kon echter geen voldoende financiële en bedrijfskundige onderbouwing geven. Ze kon niet uitleggen of er voldoende financiële middelen voorhanden zijn om een succesvolle doorstart mogelijk te maken.

AFM stelt Wft-curator aan om belangen beleggers te waarborgen.

De AFM heeft besloten om in het belang van de beleggers een Wft-curator te benoemen. Dit is geen faillissementscurator. Deze curator heeft als opdracht Groen Invest te helpen bij het afwikkelen en de belangen van de beleggers te waarborgen. Groen Invest blijft zelf verantwoordelijk voor een goede afwikkeling maar de curator kan in het belang van de beleggers besluiten van Groen Invest goedkeuren of afkeuren.

Wat vraagt de AFM van Groen Invest?
De AFM heeft in het belang van de beleggers drie voorwaarden gesteld aan Groen Invest. De AFM eist:

  • dat Groen Invest beleggers goed en volledig informeert over haar situatie en dat zij een onderbouwing van het afwikkelplan geeft zodat de beleggers een afgewogen beslissing kunnen nemen. Het huidige contract voor de verkoop van de Nederlandse gronden geeft geen garantie dat de vrijgekomen middelen ten goede komen aan de beleggers. Bovendien bevat het contract bepalingen waaraan Groen Invest bij voorbaat niet aan kan voldoen.
  • dat Groen Invest de beleggers de keuze geeft tussen het meedoen aan het nieuwe investeringsplan in Roemenië of het op een andere wijze beëindigen of wijzigen van het contract (bijvoorbeeld door het resterende geld uit te keren).
  • dat Groen Invest steeds blijft voldoen aan de wet- en regelgeving, bijvoorbeeld met betrekking tot de nieuwe investering.

Groen Invest heeft aan geen van deze drie voorwaarden voldaan.

Wat is het vervolg?
De situatie rondom Groen Invest is zeer onzeker. De AFM ziet de volgende mogelijkheid voor vervolg. Groen Invest voldoet aan de gestelde eisen en wikkelt voortvarend af in overleg met de beleggers. De curator kan daarbij helpen. Groen Invest is nog steeds verantwoordelijk voor het zorgen voor een goede afwikkeling. De AFM streeft er samen met de curator naar dat Groen Invest haar beleggers zo goed en volledig mogelijk informeert zodat zij zicht krijgen op de staat van hun belegging. Als er geen snelle voortgang wordt geboekt dan wordt de toekomst rondom Groen Invest zeer onzeker”.

 

Op 23 maart 2009 benoemde de AFM één stille curator. Mede omdat het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) bij vonnis van 4 mei 2009, zulks op vordering van een voormalige aandeelhouder, Groen Invest Nederland (GIN) B.V. tot betaling van ongeveer € 4.000.000,- veroordeelde, zag het bestuur van Groen Invest Nederland B.V. zich genoodzaakt om de surseance van betaling aan te vragen, welke respectievelijk op 6 en 8 mei 2009 door respectievelijk de rechtbank te ’s-Hertogenbosch en de rechtbank te Utrecht werden verleend. Op 11 mei 2009 sprak de Rechtbank op instigatie van de bewindvoerders de faillissementen van de vennootschappen uit.

 

Na onderzoek dienen curatoren te erkennen dat de conclusies van de AFM  (Groen Invest beschikt niet over voldoende financiële expertise en kennis met betrekking tot de bedrijfsvoering van Groen Invest. Groen Invest kan niet aantonen dat zij over een integere en beheerste bedrijfsvoering beschikt) juist zijn en dat een faillissement feitelijk al enkele jaren onafwendbaar was. Een faillissement lag in de lijn “van de verwachting” omdat al jaren duidelijk was – mede door de aankoop van voor bosbouw ongeschikte gronden – dat de aan de participanten verstrekte garanties niet nagekomen konden worden. Voorts blijkt uit onderzoek dat de directie van de vennootschappen de afgelopen jaren:

1.      substantiële bedragen (laatste 5 jaar ruim € 1,8 mio)  heeft besteed aan kosten voor juridische bijstand

2.      onverantwoorde, niet door zekerheden gesecureerde investeringen heeft gedaan in het buitenland

3.      substantiële bedragen op niet zakelijke gronden onttrokken heeft aan de vennootschappen.

Het faillissement kent daarmede vermoedelijk meerdere interne oorzaken.

 

2

Personeel

 

 

 

2.1

Aantal ten tijde van faillissementsdatum

4

2.2

Aantal in jaar voor faillissement

4

2.3

Datum ontslagaanzegging

 

 

Werkzaamheden

Personeel werd met machtiging van de R.C. ontslagen.

 

3

Activa

 

 

 

Onroerende zaken

3.1

Beschrijving

Als bijlage 2 wordt aan dit verslag gehecht een spread-sheet waarin de gronden in eigendom toebehorende aan GIN Grondexploitatie B.V. zijn opgenomen inclusief de gegevens aangaande de aankoopdata, de zakelijke rechten, de hypothecaire inschrijvingen en de gelegde beslagen.

Als bijlage 3 wordt aan dit verslag gehecht een gelijkluidend spread-sheet waarin de gronden van Groen Invest Nederland B.V. staan beschreven.

3.2

Verkoopopbrengst

Onbekend

3.3

Hoogte hypotheek

Op de gronden zijn meerdere hypotheken gevestigd zulks voor een bedrag van in totaal € 21.579.180,-. Voor een bedrag van € 10.026.048,- hebben de hypothecaire inschrijvingen vermoedelijk geen gevolg vanwege het ontbreken van onderliggende vorderingen, zodat de gronden vermoedelijk materieel voor € 11.553,132,- belast zijn met hypothecaire inschrijvingen.

3.4

Boedelbijdrage

Een voorstel daartoe is de hypotheekhouders voorgelegd.

 

Werkzaamheden

Inventarisatie van het onroerend goed heeft plaats gevonden. Verdere inventarisatie dient nog plaats te vinden. Zo dienen o.a. de volgende rechten nog vastgesteld te worden omdat deze mede van invloed zullen zijn op de waarde van de gronden:

-          subsidieaanspraken richting de overheid

-          quota-rechten

-          jachtrechten

De waarde van de gronden, waarvan het blote eigendom berust bij GIN en het zakelijke recht van vruchtgebruik nagenoeg geheel bij de Stichting Vruchtgebruik Robinia, wordt mede beïnvloed door de waarde van de beplanting en daarmede de waarde van het vruchtgebruik. Deze waarde dient nog vastgesteld te worden.

 

Bedrijfsmiddelen

3.5

Beschrijving

Naar de bestuurder mededeelde zijn er geen bedrijfsmiddelen, behoudens een geringe inventaris in de bedrijfsruimte te Veldhoven.

3.6

Verkoopopbrengst

-

3.7

Boedelbijdrage

-

3.8

Bodemvoorrecht fiscus

Fiscus stelt vooralsnog geen vorderingen op GIN te hebben.

 

Werkzaamheden

-

 

Voorraden / onderhanden werk

3.9

Beschrijving

De curatoren is gebleken dat ongever 13 m3 hout aanwezig is bij een opslagbedrijf.

3.10

Verkoopopbrengst

Nog onbekend

3.11

Boedelbijdrage

-

 

Werkzaamheden

 

 

Andere activa

3.12

Beschrijving

GIN had via de Bank twee bankgaranties verstrekt voor € 325.000,- Na faillissement is reeds één garantie van € 245.000,- uitbetaald.

3.13

Verkoopopbrengst

 

 

werkzaamheden

 

 

4

Debiteuren

 

 

 

4.1

Omvang debiteuren

Uit de ter beschikking gestelde financiële gegevens blijkt dat de GIN vennootschappen diverse substantiële vorderingen op gelieerde en/of op de Stichting Vruchtgebruik gelieerde (buitenlandse) (rechts) personen bezit, welke overigens niet gesecureerd zijn door zekerheden. De omvang van deze – vermoedelijk grotendeels oninbare - vorderingen bedraagt ongeveer € 4.486.327,-.

Volgens de balans heeft GIN ook € 3.559.996,07 te vorderen van Eurl Robinier doch deze vordering is op 14 oktober 2004 feitelijk om niet, maar kennelijk wel ter bescherming van de participanten overgedragen aan de Stichting Vruchtgebruik Robinia. Deze stichting is eveneens in 1996 opgericht met als doel: “het overnemen van alle rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de door de GIN afgesloten participatieovereenkomsten, op een daartoe dienstige wijze, ter bescherming van de belangen van de participanten”.

Tenslotte heeft GIN vanwege privé-opnames althans niet zakelijke opnames van de bestuurder tenminste € 2.389.759,55 te vorderen.

Indien de balans alleen al met de in deze alinea genoemde bedragen gecorrigeerd wordt leidt zulks tot een gecumuleerd verlies van ruim 21 miljoen euro, zodat een faillissement al langere tijd onafwendbaar was, zeker indien men zich realiseert dat op de balans geen voorziening was getroffen ter zake de participatie-verplichtingen waaronder de verstrekte inbrenggaranties.

Volgens de ter hand gesteld administratie is er ook nog ongeveer 400.000 euro van handelsdebiteuren te vorderen , hoewel de directie aangaf niet te weten wie deze gelden verschuldigd zijn.

Door het Ministerie van Land, Natuurbeheer en Visserij zijn diverse subsidiebeschikking afgegeven. Medio 2004 heeft GIN een deel van deze subsidieaanspraken contant weten te maken via het Groenfonds waarbij laatstgenoemde aan GIN ongeveer € 3.000.000,- heeft overgemaakt. Hoewel deze subsidies verstrekt zijn ten behoeve van het onderhoud en de instandhouding van de bossen(bestemming), kregen zij na uitbetaling daarvan een daarvan afwijkende bestemming.  Hoewel een deel contant gemaakt is en uitbetaald is, vermeld de balans van GIN nog een bedrag van € 4.961.340,- aan te vorderen subsidies.

4.2

Opbrengst tot heden

Nihil

4.3

Boedelbijdrage

n.v.t.

 

Werkzaamheden

De subsidieaanspraken vormen voorwerp van onderzoek.

 

5

Bank / zekerheden

 

 

 

5.1

Vorderingen van de bank(en)

Voor zover bekend geen.

5.2

Leasecontracten

Vooralsnog niet van gebleken.

5.3

Beschrijving zekerheden

Op bijlage 2 zijn alle zekerheden (hypothecaire inschrijvingen) vermeld.

5.4

Separistenpositie

Volgorde hypothecaire inschrijvingen:

20 maart 2000: de heer Van der Heijden

26 januari 2001: mevrouw De Leeuw

20 januari 2004: Stichting Groenfonds

25 februari 2004: Stichting Groenfonds

27 september 2006: Stichting Vruchtgebruik Robinia

25 augustus 2008: Green Principal B.V.

 

5.5

Boedelbijdragen

De hypotheekhouders is een voorstel gedaan.

5.6

Eigendomsvoorbehoud

N.v.t.

5.7

Reclamerechten

n.v.t.

5.8

Retentierechten

n.v.t

 

Werkzaamheden

 

 

6

Doorstart / voortzetten

 

 

 

Voortzetten

6.1

Exploitatie / zekerheden

n.v.t.

6.2

Financiële verslaglegging

 

 

Werkzaamheden

 

 

Doorstart

6.3

Beschrijving

n.v.t.

6.4

Verantwoording

 

6.5

Opbrengst

 

6.6

Boedelbijdrage

 

 

Werkzaamheden

 

 

7

Rechtmatigheid

 

 

 

7.1

Boekhoudplicht

Hoewel 7 aan elkaar gelieerde vennootschappen in staat faillissement verkeren, bestaat er slechts één kennelijk, onvolledige, financiële administratie zodat de rechten en verplichtingen van GIN ten opzichte van derden maar ook in de onderlinge concernverhouding niet op een eenvoudige wijze gekend kunnen worden. Daarmee voldoet de administratie niet aan hetgeen wettelijk vereist is.

7.2

Depot jaarrekeningen

Volgens de Kamer van Koophandel is de jaarrekening over 1999 de laatst gedeponeerde definitieve jaarrekening. Nadien zijn kennelijk slechts voorlopige jaarrekeningen ingediend. Voor zover de voorlopige als definitief aangemerkt kunnen worden is de jaarrekening over 2005 te laat gedeponeerd en zijn de jaarrekeningen over 2006 en 2007 in het geheel niet gedeponeerd.

7.3

Goedk. Verkl. Accountant

Niet aanwezig.

7.4

Stortingsverplichting aandelen

Wordt in verband met eventuele verjaringstermijnen niet onderzocht.

7.5

Onbehoorlijk bestuur

Nu de laatste jaren niet voldaan is aan de deponeringsverplichting bestaat er een onweerlegbaar wettelijk vermoeden van wanbeleid hetgeen vermoed wordt een belangrijke oorzaak te zijn van het faillissement.

7.6

Paulianeus handelen

Vormt voorwerp van onderzoek.

 

Werkzaamheden

De curatoren hebben de bestuurder inmiddels aansprakelijk gesteld voor het volledige tekort en daartoe – voor zover mogelijk – passende rechtsmaatregelen getroffen.

 

 

8

 Crediteuren

 

 

 

8.1

Boedelvorderingen

P.M.

8.2

Pref. Vord. van de fiscus

Vooralsnog heeft de Fiscus nog geen vordering op GIN

8.3

Pref. Vord. van het UWV

P.M.

8.4

Andere pref. Crediteuren

P.M.

8.5

Aantal concurrente crediteuren

Er zijn meer dan 5.000 participanten die gelden hebben ingelegd bij GIN. Het merendeel van deze participaties is gefinancieerd met een daarop afgestemde persoonlijke lening, ondergebracht bij de IDM-Bank.

8.6

Bedrag concurrente crediteuren

De hoogte van de totale concurrente schuldenlast (excl. die van de separatisten) zal ongeveer 70 miljoen euro bedragen.

8.7

Verwachte wijze van afwikkeling

Op dit moment is nog niet duidelijk of en in welke mate de crediteuren, waaronder de participanten, iets van hun vordering respectievelijk inleg betaald zullen zien. De curatoren dienen eerst uitvoerig onderzoek te doen naar de omvang en de (over)waarde van de diverse vermogensbestanddelen (m.n. de gronden). Uit voorlopig onderzoek blijkt wel dat de crediteuren/participanten er ernstig rekening mee moeten houden dat zij hun vorderingen niet of slechts voor een zeer gering deel betaald zullen krijgen. Aan de participanten zijn door GIN zgn. inleggaranties en/of houtvolumegaranties verstrekt, welke en niet op de balans gepassiveerd zijn en welke feitelijk inhoudsloos zijn.

 

Werkzaamheden

De participanten zijn allemaal via een mailing benaderd. Mede omdat er meerdere verschillende participatieovereenkomsten bestaan, die allemaal op verschillende tijdstippen zijn aangegaan en een deel van de participanten wel een geringe tussentijdse kapopbrengst tegemoet kon zien, zal het vaststellen van de hoogte van ieders vordering – voor zover nodig - een “monnikenwerk” worden.

N.a.v. een op 12 mei 2009 daartoe ingediend verzoek heeft de Rechtbank op 19 mei 2009 een voorlopige crediteurencommissie benoemd. De Rechtbank heeft tot leden van deze commissie, die advies aan de curatoren kan verstrekken,  benoemd :

1.      de Stichting Gin Schade

2.      de Stichting Vruchtgebruik Robinia

3.      de Stichting Beleggers GIN.

 

 

9

Overig

 

 

 

 

9.1

Termijn afwikkeling faillissement

Is in belangrijke mate afhankelijk van de wijze van verkoop van de gronden en het tijdstip waarop.

9.2

Plan van aanpak

1.      Uitwerken aansprakelijkheidsstelling huidige bestuurder

2.      Inventariseren activa (gronden) inclusief de daarop rustende rechten en verplichtingen

3.      Al dan niet in overleg met de Stichting Vruchtgebruik Robinia verkoop van de gronden

4.      Onderzoek subsidieaanspraken

5.      Onderzoek boekhouding

6.      Onderzoek verhaalbaarheid diverse debiteurenposities.

7.      Enz.

9.3

Indiening volgend verslag

Medio november 2009

 

werkzaamheden

Met de R.C. heeft daar waar nodig overleg plaats gevonden.

 

 

Budel, 11 juni 2009.

 

De curatoren

 

Mr. S.H.F. Hoppenbrouwers en Mr. G. te Biesebeek

 

Dit verslag is geschreven op basis van de thans bij de curatoren bestaande inzichten. Aan dit verslag kunnen derhalve geen rechten worden ontleend