Gegevens
onderneming
|
De besloten
vennootschappen:
1.
FAM Beheer II B.V.,
2.
Groen Invest Nederland (GIN) B.V., handelende onder de naam (h.o.d.n.)
Gin Groengroeiplan en Gin Euro Groengroeiplan,
3.
Gin Exploitatiemaatschappij B.V., h.o.d.n. Forest Parents Plan,
4.
Gin Grondexploitatiemaatschappij B.V.,
5.
Gin Bomenexploitatiemaatschappij B.V. h.o.d.n. Gin Bosbouwmaatschappij
6.
Gin Research & Development B.V.,
7.
Gin Vastgoed B.V.,
alle kantoorhoudende te Veldhoven, aan de Run
nr. 5129 |
|
|
|
Faillissementsnummer
|
F 09/367 t/m F 09/09/373 |
|
Datum uitspraak |
11 mei 2009
(voorafgegaan door surseances van betaling d.d.
6/8 mei 2009) |
|
|
|
|
Curator |
Mr. S.H.F. Hoppenbrouwers
Mr. G. te Biesebeek |
|
Rechter-commissaris |
Mr. M.G.A. Poelman |
|
|
|
|
Activiteiten onderneming |
Vanaf medio 1996 ( tot 2006) hielden de
vennootschappen (nader te noemen GIN) zich bezig
met het aanbieden aan particuliere beleggers van
rechten op kapopbrengsten – na 8, 15 en 20 jaar
– van oorspronkelijk in Nederland te kweken
Robiniabomen op (vermeend) geïndividualiseerde
percelen (participaties) De participaties
betreffen uitsluitend een recht op de
(kap)opbrengsten van de Robiniabomen en dus
uitdrukkelijk geen rechten op gronden en/of
andere zakelijke rechten. In totaal werd door
GIN in (voornamelijk het Noorden van ) Nederland
ongeveer 800 HA grond beplant met Robinabomen.
De percelen werden nagenoeg geheel in eigendom
verkregen en/of gepacht door GIN
Grondexploitatiemaatschappij B.V.. Enkele
percelen behoren in eigendom toe aan Groen
Invest Nederland. In totaal werd ruim € 70
miljoen ingelegd door particuliere beleggers,
waarvan volgens de beschikbare balans een
nominaal bedrag van € 19.616.718,24 in
Nederlandse gronden is geïnvesteerd. Op het
merendeel van deze gronden is een zakelijk recht
van vruchtgebruik ten behoeve van de Stichting
Vruchtgebruik Robinia gevestigd. Een deel van de
inleg is ook besteed voor de aankoop van gronden
in Slowakije (150 HA) en Frankrijk ( 460 HA) en
de aandelen (49 %) in een houtzagerij-fabriek in
Hongarije. Voorafgaand aan het uitspreken van
het faillissement hebben curandi vergeefs
geprobeerd de gronden in Nederland te verkopen
om met de opbrengst daarvan gronden (bestaande
bossen) te kopen in Roemenië. De buitenlandse
gronden behoren toe aan een tweetal buitenlandse
vennootschappen waarvan de aandelen gehouden
worden door de besloten vennootschap Stivru
B.V., waarvan de aandelen merendeels gehouden
worden door de eerdergenoemde Stichting
Vruchtgebruik Robinia. |
|
Omzetgegevens |
1996: fl.
4.499.900,-
1997: fl. 24.140.682,-
1998: fl. 34.523.957,-
1999: €
12.858.000,-
2000: €
10.323.000,-
2001: €
5.601.000,-
2002: €
2.969.654,-
2003: €
7.974.000,-
2004: €
1.294.000,-
2005: €
1.207.687,-
2006: €
1.100.000,-
2007: €
3.500.000,-
2008: €
140.000,- (m.n. te gelde maken provisie
genererende portefeuille) |
|
Personeel gemiddeld aantal |
40
à
4
Ten tijde van de aankoop van de gronden waren er
ongeveer 40 personen in dienst. Bij het
uitspreken van het faillissement nog 4 personen. |
|
|
|
|
Verslagperiode |
Aanvang surseance tot 8 juni 2009 |
|
Bestede uren in verslagperiode |
|
|
Bestede uren Totaal |
|
|
1 |
Inventarisatie |
|
|
|
1.1 |
Directie en organisatie |
Aan dit verslag wordt als bijlage 1 een
organigram gehecht. Uit dit organigram valt op
te maken dat de Stichting Vruchtgebruik Robinia
en de daaraan gelieerde vennootschappen met hun
vermogen buiten het faillissement van GIN
vallen.
Sinds 1 mei 2004 voert de heer F.A.M. van der
Heijden, wonende te België via zijn
houdstervennootschap alleen de directie over de
gefailleerde bedrijven.
De aandelen in Groen Invest Nederland (GIN) B.V.
bevinden zich sedert 1998 in het vermogen van
FAM Beheer II B.V. |
|
1.2 |
Winst en verlies |
Een gecumuleerd verlies van € 11.222.999,51 voor
balanscorrectie. |
|
1.3 |
Balanstotaal |
€ 48.124.293 na eliminatie afgeschreven
goodwill. |
|
1.4 |
Lopende procedures |
Door GIN worden al dan niet te samen met de
(oud) bestuurders meerdere procedures, bij
verschillende instanties, gevoerd jegens o.a. :
-
de voormalige aandeelhouder(s) / bestuurders
-
het staatsbosbeheer
-
Alterra B.V. n.a.v. een t.v. uitzending
-
Een bewoner in de omgeving van één der gronden betreffende overlast
-
De A.F.M.
-
De Stichting Vruchtgebruik Robinia
-
Een participant
-
De Stichting Gin Schade
De procedures jegens de voormalige
aandeelhouders zijn feitelijk allemaal gebaseerd
op de stelling dat de aan GIN verkochte gronden
niet althans onvoldoende geschikt zijn voor de
teelt van Robinia hout. Op 4 mei 2009 heeft het
NAI daarmede gepaard gaande vorderingen van GIN
afgewezen en GIN veroordeeld tot het betalen van
een bedrag groot ongeveer € 4.000.000,- aan een
voormalige aandeelhouder. |
|
1.5 |
Verzekeringen |
De verzekeringen dienen nog geïnventariseerd te
worden. |
|
1.6 |
Huur |
Voor zover curatoren bekend wordt een
bedrijfsruimte in Veldhoven en een
bedrijfsruimte in Retie (België) gehuurd. |
|
1.7 |
Oorzaak faillissement |
Op 30 maart 2009 plaatste de AFM de volgende mededeling
op haar website:
De AFM heeft
eind 2007 de vergunningaanvraag van Groen Invest
afgewezen.
Groen Invest
heeft in 2006 een vergunning van de AFM gevraagd
voor het aanbieden van beleggingsobjecten. De
vergunningaanvraag is door de AFM afgewezen.
De AFM heeft
besloten om in het belang van de beleggers een
Wft-curator te benoemen. Dit is geen
faillissementscurator. Deze curator heeft als
opdracht Groen Invest te helpen bij het
afwikkelen en de belangen van de beleggers te
waarborgen. Groen Invest blijft zelf
verantwoordelijk voor een goede afwikkeling maar
de curator kan in het belang van de beleggers
besluiten van Groen Invest goedkeuren of
afkeuren.
Groen Invest
heeft aan geen van deze drie voorwaarden
voldaan.
Op 23 maart 2009 benoemde de AFM één stille curator. Mede omdat het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) bij vonnis van 4 mei 2009, zulks op vordering van een voormalige aandeelhouder, Groen Invest Nederland (GIN) B.V. tot betaling van ongeveer € 4.000.000,- veroordeelde, zag het bestuur van Groen Invest Nederland B.V. zich genoodzaakt om de surseance van betaling aan te vragen, welke respectievelijk op 6 en 8 mei 2009 door respectievelijk de rechtbank te ’s-Hertogenbosch en de rechtbank te Utrecht werden verleend. Op 11 mei 2009 sprak de Rechtbank op instigatie van de bewindvoerders de faillissementen van de vennootschappen uit.
Na onderzoek dienen curatoren te erkennen dat de
conclusies van de AFM
(Groen
Invest beschikt niet over voldoende financiële
expertise en kennis met betrekking tot de
bedrijfsvoering van Groen Invest. Groen Invest
kan niet aantonen dat zij over een integere en
beheerste bedrijfsvoering beschikt)
juist zijn
en dat een faillissement
feitelijk al enkele jaren onafwendbaar was. Een
faillissement lag in de lijn “van de
verwachting” omdat al jaren duidelijk was – mede
door de aankoop van voor bosbouw ongeschikte
gronden – dat de aan de participanten verstrekte
garanties niet nagekomen konden worden. Voorts
blijkt uit onderzoek dat de directie van de
vennootschappen de afgelopen jaren:
1.
substantiële bedragen (laatste 5 jaar ruim € 1,8
mio)
heeft besteed aan kosten voor juridische
bijstand
2.
onverantwoorde, niet door zekerheden
gesecureerde investeringen heeft gedaan in het
buitenland
3.
substantiële bedragen op niet zakelijke gronden
onttrokken heeft aan de vennootschappen. Het faillissement kent daarmede vermoedelijk meerdere interne oorzaken. |
|
2 |
Personeel |
|
|
|
2.1 |
Aantal ten tijde van faillissementsdatum |
4
|
|
2.2 |
Aantal in jaar voor faillissement |
4 |
|
2.3 |
Datum ontslagaanzegging |
|
|
|
Werkzaamheden |
Personeel werd met machtiging van de R.C.
ontslagen. |
|
3 |
Activa |
|
|
|
3.1 |
Beschrijving |
Als bijlage 2 wordt aan dit verslag gehecht
een spread-sheet waarin de gronden in eigendom
toebehorende aan GIN Grondexploitatie B.V. zijn
opgenomen inclusief de gegevens aangaande de
aankoopdata, de zakelijke rechten, de
hypothecaire inschrijvingen en de gelegde
beslagen.
Als bijlage 3 wordt aan dit verslag gehecht
een gelijkluidend spread-sheet waarin de gronden
van Groen Invest Nederland B.V. staan
beschreven. |
|
3.2 |
Verkoopopbrengst |
Onbekend |
|
3.3 |
Hoogte hypotheek |
Op de gronden zijn meerdere hypotheken gevestigd
zulks voor een bedrag van in totaal €
21.579.180,-. Voor een bedrag van € 10.026.048,-
hebben de hypothecaire inschrijvingen
vermoedelijk geen gevolg vanwege het ontbreken
van onderliggende vorderingen, zodat de gronden
vermoedelijk materieel voor € 11.553,132,-
belast zijn met hypothecaire inschrijvingen. |
|
3.4 |
Boedelbijdrage |
Een voorstel daartoe is de hypotheekhouders
voorgelegd. |
|
|
Werkzaamheden |
Inventarisatie van het onroerend goed heeft
plaats gevonden. Verdere inventarisatie dient
nog plaats te vinden. Zo dienen o.a. de volgende
rechten nog vastgesteld te worden omdat deze
mede van invloed zullen zijn op de waarde van de
gronden:
-
subsidieaanspraken richting de overheid
-
quota-rechten
-
jachtrechten
De waarde van de gronden, waarvan het blote
eigendom berust bij GIN en het zakelijke recht
van vruchtgebruik nagenoeg geheel bij de
Stichting Vruchtgebruik Robinia, wordt mede
beïnvloed door de waarde van de beplanting en
daarmede de waarde van het vruchtgebruik. Deze
waarde dient nog vastgesteld te worden. |
|
3.5 |
Beschrijving |
Naar de bestuurder mededeelde zijn er geen
bedrijfsmiddelen, behoudens een geringe
inventaris in de bedrijfsruimte te Veldhoven. |
|
3.6 |
Verkoopopbrengst |
- |
|
3.7 |
Boedelbijdrage |
- |
|
3.8 |
Bodemvoorrecht fiscus |
Fiscus stelt vooralsnog geen vorderingen op GIN
te hebben. |
|
|
Werkzaamheden |
- |
|
3.9 |
Beschrijving |
De curatoren is gebleken dat ongever 13 m3 hout
aanwezig is bij een opslagbedrijf. |
|
3.10 |
Verkoopopbrengst |
Nog onbekend |
|
3.11 |
Boedelbijdrage |
- |
|
|
Werkzaamheden |
|
|
3.12 |
Beschrijving |
GIN had via de Bank twee bankgaranties verstrekt
voor € 325.000,- Na faillissement is reeds één
garantie van € 245.000,- uitbetaald. |
|
3.13 |
Verkoopopbrengst |
|
|
|
werkzaamheden |
|
|
4 |
Debiteuren |
|
|
|
4.1 |
Omvang debiteuren |
Uit de ter beschikking gestelde financiële
gegevens blijkt dat de GIN vennootschappen
diverse substantiële vorderingen op gelieerde
en/of op de Stichting Vruchtgebruik gelieerde
(buitenlandse) (rechts) personen bezit, welke
overigens niet gesecureerd zijn door zekerheden.
De omvang van deze – vermoedelijk grotendeels
oninbare - vorderingen bedraagt ongeveer €
4.486.327,-.
Volgens de balans heeft GIN ook € 3.559.996,07
te vorderen van Eurl Robinier doch deze
vordering is op 14 oktober 2004 feitelijk om
niet, maar kennelijk wel ter bescherming van de
participanten overgedragen aan de Stichting
Vruchtgebruik Robinia. Deze stichting is
eveneens in 1996 opgericht met als doel: “het
overnemen van alle rechten en verplichtingen
voortvloeiende uit de door de GIN afgesloten
participatieovereenkomsten, op een daartoe
dienstige wijze, ter bescherming van de belangen
van de participanten”.
Tenslotte heeft GIN vanwege privé-opnames
althans niet zakelijke opnames van de bestuurder
tenminste € 2.389.759,55 te vorderen.
Indien de balans alleen al met de in deze alinea
genoemde bedragen gecorrigeerd wordt leidt zulks
tot een gecumuleerd verlies van ruim 21 miljoen
euro, zodat een faillissement al langere tijd
onafwendbaar was, zeker indien men zich
realiseert dat op de balans geen voorziening was
getroffen ter zake de
participatie-verplichtingen waaronder de
verstrekte inbrenggaranties.
Volgens de ter hand gesteld administratie is er
ook nog ongeveer 400.000 euro van
handelsdebiteuren te vorderen , hoewel de
directie aangaf niet te weten wie deze gelden
verschuldigd zijn.
Door het Ministerie van Land, Natuurbeheer en
Visserij zijn diverse subsidiebeschikking
afgegeven. Medio 2004 heeft GIN een deel van
deze subsidieaanspraken contant weten te maken
via het Groenfonds waarbij laatstgenoemde aan
GIN ongeveer € 3.000.000,- heeft overgemaakt.
Hoewel deze subsidies verstrekt zijn ten behoeve
van het onderhoud en de instandhouding van de
bossen(bestemming), kregen zij na uitbetaling
daarvan een daarvan afwijkende bestemming.
Hoewel een deel contant gemaakt is en
uitbetaald is, vermeld de balans van GIN nog een
bedrag van € 4.961.340,- aan te vorderen
subsidies. |
|
4.2 |
Opbrengst tot heden |
Nihil |
|
4.3 |
Boedelbijdrage |
n.v.t. |
|
|
Werkzaamheden |
De subsidieaanspraken vormen voorwerp van
onderzoek. |
|
5 |
Bank /
zekerheden |
|
|
|
5.1 |
Vorderingen van de bank(en) |
Voor zover bekend geen. |
|
5.2 |
Leasecontracten |
Vooralsnog niet van gebleken. |
|
5.3 |
Beschrijving
zekerheden
|
Op bijlage 2 zijn alle zekerheden (hypothecaire
inschrijvingen) vermeld. |
|
5.4 |
Separistenpositie |
Volgorde hypothecaire inschrijvingen:
20 maart 2000: de heer Van der Heijden
26 januari 2001: mevrouw De Leeuw
20 januari 2004: Stichting Groenfonds
25 februari 2004: Stichting Groenfonds
27 september 2006: Stichting Vruchtgebruik
Robinia
25 augustus 2008: Green Principal B.V.
|
|
5.5 |
Boedelbijdragen |
De hypotheekhouders is een voorstel gedaan. |
|
5.6 |
Eigendomsvoorbehoud |
N.v.t. |
|
5.7 |
Reclamerechten |
n.v.t. |
|
5.8 |
Retentierechten |
n.v.t |
|
|
Werkzaamheden |
|
|
6 |
Doorstart
/ voortzetten |
|
|
|
6.1 |
Exploitatie / zekerheden |
n.v.t. |
|
6.2 |
Financiële verslaglegging |
|
|
|
Werkzaamheden |
|
|
6.3 |
Beschrijving |
n.v.t. |
|
6.4 |
Verantwoording |
|
|
6.5 |
Opbrengst
|
|
|
6.6 |
Boedelbijdrage
|
|
|
|
Werkzaamheden
|
|
|
7 |
Rechtmatigheid |
|
|
|
7.1 |
Boekhoudplicht |
Hoewel 7 aan elkaar gelieerde vennootschappen in
staat faillissement verkeren, bestaat er slechts
één kennelijk, onvolledige, financiële
administratie zodat de rechten en verplichtingen
van GIN ten opzichte van derden maar ook in de
onderlinge concernverhouding niet op een
eenvoudige wijze gekend kunnen worden. Daarmee
voldoet de administratie niet aan hetgeen
wettelijk vereist is. |
|
7.2 |
Depot jaarrekeningen |
Volgens de Kamer van Koophandel is de
jaarrekening over 1999 de laatst gedeponeerde
definitieve jaarrekening. Nadien zijn kennelijk
slechts voorlopige jaarrekeningen ingediend.
Voor zover de voorlopige als definitief
aangemerkt kunnen worden is de jaarrekening over
2005 te laat gedeponeerd en zijn de
jaarrekeningen over 2006 en 2007 in het geheel
niet gedeponeerd. |
|
7.3 |
Goedk. Verkl. Accountant |
Niet aanwezig. |
|
7.4 |
Stortingsverplichting aandelen |
Wordt in verband met eventuele
verjaringstermijnen niet onderzocht. |
|
7.5 |
Onbehoorlijk bestuur |
Nu de laatste jaren niet voldaan is aan de
deponeringsverplichting bestaat er een
onweerlegbaar wettelijk vermoeden van wanbeleid
hetgeen vermoed wordt een belangrijke oorzaak te
zijn van het faillissement. |
|
7.6 |
Paulianeus handelen |
Vormt voorwerp van onderzoek. |
|
|
Werkzaamheden |
De curatoren hebben de bestuurder inmiddels
aansprakelijk gesteld voor het volledige tekort
en daartoe – voor zover mogelijk – passende
rechtsmaatregelen getroffen. |
|
8 |
Crediteuren |
|
|
|
8.1 |
Boedelvorderingen |
P.M. |
|
8.2 |
Pref. Vord. van de fiscus |
Vooralsnog heeft de Fiscus nog geen vordering op
GIN |
|
8.3 |
Pref. Vord. van het UWV |
P.M. |
|
8.4 |
Andere pref. Crediteuren |
P.M. |
|
8.5 |
Aantal concurrente crediteuren |
Er zijn meer dan 5.000 participanten die gelden
hebben ingelegd bij GIN. Het merendeel van deze
participaties is gefinancieerd met een daarop
afgestemde persoonlijke lening, ondergebracht
bij de IDM-Bank. |
|
8.6 |
Bedrag concurrente crediteuren |
De hoogte van de totale concurrente schuldenlast
(excl. die van de separatisten) zal ongeveer 70
miljoen euro bedragen. |
|
8.7 |
Verwachte wijze van afwikkeling |
Op dit moment is nog niet duidelijk of en in welke mate
de crediteuren, waaronder de participanten, iets
van hun vordering respectievelijk inleg betaald
zullen zien. De curatoren dienen eerst uitvoerig
onderzoek te doen naar de omvang en de
(over)waarde van de diverse
vermogensbestanddelen (m.n. de gronden). Uit
voorlopig onderzoek blijkt wel dat de
crediteuren/participanten er ernstig rekening
mee moeten houden dat zij hun vorderingen niet
of slechts voor een zeer gering deel betaald
zullen krijgen. Aan de participanten zijn door
GIN zgn. inleggaranties en/of
houtvolumegaranties verstrekt, welke en niet op
de balans gepassiveerd zijn en welke feitelijk
inhoudsloos zijn. |
|
|
Werkzaamheden |
De participanten zijn allemaal via een mailing
benaderd. Mede omdat er meerdere verschillende
participatieovereenkomsten bestaan, die allemaal
op verschillende tijdstippen zijn aangegaan en
een deel van de participanten wel een geringe
tussentijdse kapopbrengst tegemoet kon zien, zal
het vaststellen van de hoogte van ieders
vordering – voor zover nodig - een
“monnikenwerk” worden.
N.a.v. een op 12 mei 2009 daartoe ingediend
verzoek heeft de Rechtbank op 19 mei 2009 een
voorlopige crediteurencommissie benoemd. De
Rechtbank heeft tot leden van deze commissie,
die advies aan de curatoren kan verstrekken,
benoemd :
1.
de Stichting Gin Schade
2.
de Stichting Vruchtgebruik
Robinia
3.
de Stichting Beleggers GIN. |
|
9 |
Overig |
|
|
|
|
|
|
9.1 |
Termijn afwikkeling faillissement |
Is in belangrijke mate afhankelijk van de wijze
van verkoop van de gronden en het tijdstip
waarop. |
|
9.2 |
Plan van aanpak |
1.
Uitwerken aansprakelijkheidsstelling huidige bestuurder
2.
Inventariseren activa (gronden) inclusief de daarop rustende rechten
en verplichtingen
3.
Al dan niet in overleg met de Stichting Vruchtgebruik Robinia verkoop
van de gronden
4.
Onderzoek subsidieaanspraken
5.
Onderzoek boekhouding
6.
Onderzoek verhaalbaarheid diverse debiteurenposities.
7.
Enz. |
|
9.3 |
Indiening volgend verslag |
Medio november 2009 |
|
|
werkzaamheden |
Met de R.C. heeft daar waar nodig overleg plaats
gevonden. |
Budel, 11 juni 2009.
De
curatoren
Mr. S.H.F. Hoppenbrouwers en Mr. G. te Biesebeek
Dit verslag is geschreven op basis van de thans bij de
curatoren bestaande inzichten. Aan dit verslag kunnen derhalve geen rechten
worden ontleend