Wijzigingen ten opzichte van het vorige
verslag worden vetgedrukt weergegeven.
Gegevens
onderneming
|
De besloten vennootschappen:
1.
FAM Beheer II B.V.,
2.
Groen Invest Nederland (GIN) B.V., handelende onder de naam (h.o.d.n.)
Gin Groengroeiplan en Gin Euro Groengroeiplan,
3.
Gin Exploitatiemaatschappij B.V., h.o.d.n. Forest Parents Plan,
4.
Gin Grondexploitatiemaatschappij B.V.,
5.
Gin Bomenexploitatiemaatschappij B.V. h.o.d.n. Gin Bosbouwmaatschappij
6.
Gin Research & Development B.V.,
7.
Gin Vastgoed B.V., alle
kantoorhoudende te Veldhoven, aan de Run nr. 5129 |
|
|
|
Faillissementsnummer
|
F 09/367
t/m F 09/373 |
|
Datum
uitspraak |
11 mei 2009
(voorafgegaan door surseances van betaling d.d. 6/8 mei 2009) |
|
|
|
|
Curator |
Mr. S.H.F. Hoppenbrouwers (op eigen verzoek per 15 december 2009
gedefungeerd als curator) Mr. G. te
Biesebeek |
|
Rechter-commissaris |
Mr. M.G.A. Poelman |
|
|
|
|
Activiteiten onderneming |
Vanaf medio
1996 ( tot 2006) hielden de vennootschappen (nader te noemen GIN) zich
bezig met het aanbieden aan particuliere beleggers van rechten op
kapopbrengsten – na 8, 15 en 20 jaar – van oorspronkelijk in Nederland
te kweken Robiniabomen op (vermeend) geïndividualiseerde percelen
(participaties) De participaties betreffen uitsluitend een recht op de
(kap)opbrengsten van de Robiniabomen en dus uitdrukkelijk geen rechten
op gronden en/of andere zakelijke rechten. In totaal werd door GIN in
(voornamelijk het Noorden van ) Nederland ongeveer 800 HA grond beplant
met Robinabomen. De percelen werden nagenoeg geheel in eigendom
verkregen en/of gepacht door GIN Grondexploitatiemaatschappij B.V..
Enkele percelen behoren in eigendom toe aan Groen Invest Nederland. In
totaal werd ruim € 70 miljoen ingelegd door particuliere beleggers,
waarvan volgens de beschikbare balans een nominaal bedrag van €
19.616.718,24 in Nederlandse gronden is geïnvesteerd. Op het merendeel
van deze gronden is een zakelijk recht van vruchtgebruik ten behoeve van
de Stichting Vruchtgebruik Robinia gevestigd. Een deel van de inleg is
ook besteed voor de aankoop van gronden in Slowakije (150 HA) en
Frankrijk ( 460 HA) en de aandelen (49 %) in een houtzagerij-fabriek in
Hongarije. Voorafgaand aan het uitspreken van het faillissement hebben
curandi vergeefs geprobeerd de gronden in Nederland te verkopen om met
de opbrengst daarvan gronden (bestaande bossen) te kopen in Roemenië. De
buitenlandse gronden behoren toe aan een tweetal buitenlandse
vennootschappen waarvan de aandelen gehouden worden door de besloten
vennootschap Stivru B.V., waarvan de aandelen merendeels gehouden worden
door de eerdergenoemde Stichting Vruchtgebruik Robinia. |
|
Omzetgegevens |
1996: fl.
4.499.900,- 1997: fl.
24.140.682,- 1998: fl.
34.523.957,- 1999: €
12.858.000,- 2000: €
10.323.000,- 2001: €
5.601.000,- 2002: €
2.969.654,- 2003: €
7.974.000,- 2004: €
1.294.000,- 2005: €
1.207.687,- 2006: €
1.100.000,- 2007: €
3.500.000,- 2008: €
140.000,- (m.n. te gelde maken provisie genererende portefeuille) |
|
Boedelrekeningen |
1.
FAM Beheer II B.V.: 862693004
2.
Groen Invest Nederland (GIN) B.V.: 862693365
3.
Gin Exploitatiemaatschappij B.V.: 936616458
4.
Gin Grondexploitatiemaatschappij B.V.: 936616725
5.
Gin Bomenexploitatiemaatschappij B.V. : 936616903
6.
Gin Research & Development B.V.: 862694256
7.
Gin Vastgoed B.V.: 862694035 |
|
Gerealiseerd actief |
Sub
1: 0
2: € 93.178,56
3: 0
4: € 11.390.342,14
5: € 1.001,96
6: 0
7: 0
|
|
Actief per
verslagdatum |
Sub
1: 0
2: € 30.056,36
3: 0 4: € 249774,17 (excl. depotgelden)
5: € 1.001,96
6: 0
7: 0
|
|
|
|
|
Personeel
gemiddeld aantal |
40
à
4 Ten tijde
van de aankoop van de gronden waren er ongeveer 40 personen in dienst.
Bij het uitspreken van het faillissement nog 4 personen. |
|
|
|
|
Verslagperiode |
25 november 2009 – 11 juni 2010 |
|
Bestede
uren in verslagperiode |
Zie bijlage |
|
Bestede
uren Totaal |
Zie bijlage |
|
1 |
Inventarisatie
|
|
|
|
1.1 |
Directie en
organisatie |
Aan het
openingsverslag is als bijlage 1 een organigram gehecht. Uit dit
organigram valt op te maken dat de Stichting Vruchtgebruik Robinia en de
daaraan gelieerde vennootschappen met hun vermogen buiten het
faillissement van GIN vallen. Sinds 1 mei
2004 voert de heer F.A.M. van der Heijden, wonende te België via zijn
houdstervennootschap alleen de directie over de gefailleerde bedrijven. De aandelen
in Groen Invest Nederland (GIN) B.V. bevinden zich sedert 1998 in het
vermogen van FAM Beheer II B.V. |
|
1.2 |
Winst en
verlies |
Een
gecumuleerd verlies van € 11.222.999,51 voor balanscorrectie. |
|
1.3 |
Balanstotaal |
€
48.124.293 na eliminatie afgeschreven goodwill. |
|
1.4 |
Lopende
procedures |
Door GIN
worden al dan niet te samen met de (oud) bestuurders meerdere
procedures, bij verschillende instanties, gevoerd jegens o.a. :
-
De voormalige aandeelhouder(s) / bestuurders (procedure is inmiddels
geroyeerd)
-
het staatsbosbeheer
(procedure
wordt geroyeerd)
-
Alterra B.V. n.a.v. een t.v. uitzending
(procedure is inmiddels beëindigd door de HR waarbij ontslag van
instantie is verleend).
-
Een bewoner in de omgeving van één der gronden betreffende overlast
(procedure is beëindigd onder treffen van een schikking waarbij €
69.000,- aan de boedel van Groen Invest is voldaan)
-
De A.F.M.
(Procedure is beëindigd)
-
De Stichting Vruchtgebruik Robinia (procedure is geschorst)
-
Een participant
(procedure is geschorst)
-
De Stichting Gin Schade
(procedure is geschorst) De
procedures jegens de voormalige aandeelhouders en Staatsbosbeheer zijn
feitelijk allemaal gebaseerd op de stelling dat de aan GIN verkochte
gronden niet althans onvoldoende geschikt zijn voor de teelt van Robinia
hout. Op 4 mei 2009 heeft het NAI daarmede gepaard gaande vorderingen
van GIN afgewezen en GIN veroordeeld tot het betalen van een bedrag
groot ongeveer € 4.000.000,- aan een voormalige aandeelhouder. |
|
1.5 |
Verzekeringen |
Voor zover
er verzekeringsovereenkomsten waren afgesloten zijn deze beëindigd.. |
|
1.6 |
Huur |
Voor zover
curatoren bekend wordt een bedrijfsruimte in Veldhoven en een
bedrijfsruimte in Retie (België) gehuurd. Dit pand wordt gehuurd van een
gelieerde vennootschap. Inmiddels heeft de Belgische rechtbank van
Koophandel op verzoek van de curatoren recent een voorlopige
bewindvoerder aangesteld bij een drietal gelieerde vennootschappen,
waaronder de verhuurder.
Behoudens de verhuurder zijn de twee andere buitenlandse vennootschappen
inmiddels in staat van faillissement verklaard. Tilia N.V. waarvan door
de curator ook het faillissement is aangevraagd, heeft recent al dan
niet via derden een substantieel bedrag voldaan aan de Belgische Fiscus,
zulks kennelijk om een faillissement te voorkomen. |
|
1.7 |
Oorzaak
faillissement |
Op 30 maart 2009 plaatste de AFM de volgende mededeling op haar website:
De AFM heeft eind 2007 de vergunningaanvraag van Groen Invest afgewezen.
Groen Invest heeft in 2006 een vergunning van de AFM gevraagd voor het
aanbieden van beleggingsobjecten. De vergunningaanvraag is door de AFM
afgewezen.
De AFM heeft besloten om in het belang van de beleggers een Wft-curator
te benoemen. Dit is geen faillissementscurator. Deze curator heeft als
opdracht Groen Invest te helpen bij het afwikkelen en de belangen van de
beleggers te waarborgen. Groen Invest blijft zelf verantwoordelijk voor
een goede afwikkeling maar de curator kan in het belang van de beleggers
besluiten van Groen Invest goedkeuren of afkeuren.
Groen Invest heeft aan geen van deze drie voorwaarden voldaan.
Op 23 maart
2009 benoemde de AFM één stille curator. Mede omdat het Nederlands
Arbitrage Instituut (NAI) bij vonnis van 4 mei 2009, zulks op vordering
van een voormalige aandeelhouder, Groen Invest Nederland (GIN) B.V. tot
betaling van ongeveer € 4.000.000,- veroordeelde, zag het bestuur van
Groen Invest Nederland B.V. zich genoodzaakt om de surseance van
betaling aan te vragen, welke respectievelijk op 6 en 8 mei 2009 door
respectievelijk de rechtbank te ’s-Hertogenbosch en de rechtbank te
Utrecht werden verleend. Op 11 mei 2009 sprak de Rechtbank op instigatie
van de bewindvoerders de faillissementen van de vennootschappen uit.
Na onderzoek dienen curatoren te erkennen dat de conclusies van de AFM
(Groen Invest beschikt niet over voldoende financiële expertise
en kennis met betrekking tot de bedrijfsvoering van Groen Invest. Groen
Invest kan niet aantonen dat zij over een integere en beheerste
bedrijfsvoering beschikt) juist zijn en dat een faillissement feitelijk
al enkele jaren onafwendbaar was. Een faillissement lag in de lijn “van
de verwachting” omdat al jaren duidelijk was – mede door de aankoop van
voor bosbouw ongeschikte gronden – dat de aan de participanten
verstrekte garanties niet nagekomen konden worden. Voorts blijkt uit
onderzoek dat de directie van de vennootschappen de afgelopen jaren:
1.
substantiële bedragen (laatste 5 jaar ruim € 1,8 mio)
heeft besteed aan kosten voor juridische bijstand
2.
onverantwoorde, niet door zekerheden gesecureerde
investeringen heeft gedaan in het buitenland
3.
substantiële bedragen op niet zakelijke gronden
onttrokken heeft aan de vennootschappen. Het
faillissement kent daarmede vermoedelijk meerdere interne oorzaken. |
|
2 |
Personeel |
|
|
|
2.1 |
Aantal ten
tijde van faillissementsdatum |
4 |
|
2.2 |
Aantal in
jaar voor faillissement |
4 |
|
2.3 |
Datum
ontslagaanzegging |
|
|
|
Werkzaamheden |
Personeel
werd met machtiging van de R.C. ontslagen. |
|
3 |
Activa |
|
|
|
3.1 |
Beschrijving |
Als bijlage 2 bij het openingsverslag is een
spread-sheet gehecht waarin de gronden in eigendom toebehorende aan GIN
Grondexploitatie B.V. zijn opgenomen inclusief de gegevens aangaande de
aankoopdata, de zakelijke rechten, de hypothecaire inschrijvingen en de
gelegde beslagen.
Als bijlage 3 is aan het openingsverslag gehecht een
gelijkluidend spread-sheet waarin de gronden van Groen Invest Nederland
B.V. staan beschreven.
Feitelijk kunnen de gronden grofweg in een drietal categorieën verdeeld
worden:
a) gronden zonder subsidieregime (502 ha), gelegen in de provincie
Groningen:
Deze gronden zijn conform het navolgende verkocht.
b) gronden met subsidieregime (263 ha) en enkele percelen grond vrij
van subsidie gelegen buiten de provincie Groningen/Overrijsel:
Van het totale areaal dat in eigendom is/was zijn ca. 263 ha zogenaamde
subsidiegronden. Voor deze gronden zijn subsidies verleend in het kader
van de subsidieregeling natuurbeheer. Voor deze gronden is nog sprake
van een aanspraak op subsidie, zie daartoe onderdeel 4 van dit verslag.
Aan dit 3e verslag wordt overzicht met de nog te verkopen gronden
gehecht.
c) erfpacht (36 ha):
Naast gronden in eigendom had Grondexploitatiemaatschappij van een
drietal partijen grond in erfpacht. |
|
3.2 |
Verkoopopbrengst |
a)
Van het totale areaal dat in eigendom was/is (765 HA) hebben de
curatoren inmiddels ruim 502 HA (gelegen in Groningen en Overijssel)
verkocht voor in totaal € 11.385.010,96.
b)
N.n.b.
c)
N.v.t. |
|
3.3 |
Hoogte
hypotheek |
Op de
gronden zijn meerdere hypotheken gevestigd zulks voor een bedrag van in
totaal € 21.579.180,-. Voor een bedrag van € 10.026.048,- hebben de
hypothecaire inschrijvingen vermoedelijk geen gevolg vanwege het
ontbreken van onderliggende vorderingen, zodat de gronden vermoedelijk
materieel voor € 11.553,132,- belast zijn met hypothecaire
inschrijvingen. Bij het verkopen van de onder punt 3.2 genoemde 502 HA
is in totaal € 10.310.323,21 aan de respectievelijke hypotheekhouders
uitbetaald, met dien verstande dat van dit laatste bedrag € 2.996.319,93
vooralsnog in depot is geplaatst vanwege een tweetal disputen. |
|
3.4 |
Boedelbijdrage |
Nu de
opbrengst van de grond de hypothecaire vorderingen te boven ging, heeft
de boedel jegens de hypotheekhouders geen aanspraak gemaakt op een
boedelbijdrage cfm heersende jurisprudentie. Omdat op de
502 HA verkochte gronden een zakelijk recht van vruchtgebruik ten gunste
van de Stivru was gevestigd en de gronden met behoud van dit recht
feitelijk onverkoopbaar waren, zijn de curatoren met de Stivru
overeengekomen dat laatstgenoemde afstand van haar recht van
vruchtgebruik op deze gronden zou doen waar tegenover de overwaarde
tussen de boedel (van Gin Grondexploitatiemaatschappij) en Stivru
gelijkelijk is verdeeld. |
|
|
Werkzaamheden |
Algemeen:
Inventarisatie van het onroerend goed heeft plaats gevonden. Verdere
inventarisatie dient nog plaats te vinden. Zo dienen o.a. de volgende
rechten nog vastgesteld te worden omdat deze mede van invloed zullen
zijn op de waarde van de gronden:
-
subsidieaanspraken richting de overheid
-
quota-rechten
-
jachtrechten De waarde
van de gronden, waarvan het blote eigendom berust bij GIN en het
zakelijke recht van vruchtgebruik nagenoeg geheel bij de Stichting
Vruchtgebruik Robinia, wordt mede beïnvloed door de waarde van de
beplanting en daarmede de waarde van het vruchtgebruik. Deze waarde
dient nog vastgesteld te worden.
a) gronden zonder
subsidieregime: Een deel
van de grond (502 HA) waarop voor zover de curatoren bekend geen
subsidierechten e.d. gevestigd waren en welke gelegen waren binnen de
provincies Groningen en Overijssel werd bij inschrijving verkocht aan
een drietal partijen/conglomeraten. De opbrengst bedroeg bijna 11,4
miljoen euro.
Ten behoeve van de
verkooptransactie heeft de curator nog diverse werkzaamheden uitgevoerd,
waaronder overleg met partijen, doorhalen hypotheken en beslagen etc.
b) gronden met subsidieregime:
Teneinde een beeld te verkrijgen van de rechten en verplichtingen
aangaande deze gronden heeft de curator onderzoek verricht naar de
toepasselijke wet- en regelgeving en het toepasselijke beleid. Daarnaast
is onderzoek verricht naar de subsidieregimes en de vraag of aan de
voorwaarden is voldaan.
Voorts is de planologische bestemming van de gronden van belang; zulks
in verband met mogelijk bestemmingstechnisch strijdig gebruik van de
gronden.
Om het vorenstaande te kunnen
doen heeft de curator overleg gehad met het Ministerie van LNV en
diverse Provinciën en gemeentes.
De inventarisatie heeft geleid
tot een notitie waarin de juridische status van de subsidiegronden in
uiteen is gezet. Deze notitie wordt als bijlage 1 aan dit verslag
gehecht.
De verkoop van deze gronden
vergt specialistische kennis. Daartoe zijn de juridische complexiteit,
de aanspraken op subsidies en de beperkte afzetmarkt relevant.
In overleg met de Stivru, als
vruchtgebruiker, zijn enkele gespecialiseerde makelaarskantoren benaderd
om een offerte en een plan van aanpak voor de verkoop van deze gronden
in te dienen. Op grond van de offertes en de plannen van aanpak zal een
keuze gemaakt worden welke verkoopmakelaar de resterende gronden namens
de boedel zal verkopen.
c) erfpacht:
De curator heeft onderzoek
gedaan naar de verschillenden erfpachtpercelen. Als verpachters treden
een tweetal particulieren partijen en Staatbosbeheer op. De curator is
in overleg met de verpachters, waaronder Staatsbosbeheer, over de
afwikkeling van de erfpacht. Curator streeft ernaar om de
erfpachtovereenkomst met “gesloten beurzen” te beëindigen. |
|
3.5 |
Beschrijving |
Naar de
bestuurder mededeelde zijn er geen bedrijfsmiddelen, behoudens een
geringe inventaris in de bedrijfsruimte te Veldhoven. |
|
3.6 |
Verkoopopbrengst |
- |
|
3.7 |
Boedelbijdrage |
- |
|
3.8 |
Bodemvoorrecht fiscus |
Fiscus
stelt vooralsnog geen vorderingen op GIN te hebben. |
|
|
Werkzaamheden |
- |
|
3.9 |
Beschrijving |
De
curatoren is gebleken dat ongeveer 13 m3 hout aanwezig is bij een
opslagbedrijf. |
|
3.10 |
Verkoopopbrengst |
€ 1.800,--
|
|
3.11 |
Boedelbijdrage |
- |
|
|
Werkzaamheden |
Het hout,
dienend voor een “parketvloer” met een oppervlakte ong. 500 m2
wordt door de curatoren in de markt te koop aangeboden.
De aangetroffen voorraad parket is na een moeizame verkoop aan een
particulier verkocht.
|
|
3.12 |
Beschrijving |
a)
bankgaranties: GIN had via
de Bank twee bankgaranties verstrekt voor € 325.000,- Na faillissement
is reeds één garantie van € 245.000,- uitbetaald.
b) kwekersrechten:
GIN bleek een kwekersrecht te
hebben op de rassen MTC01 en MTC02. De markt voor dergelijke rechten is
beperkt. De kwekersrechten zijn verkocht voor een bedrag ad. € 1.190,--
inc. omzetbelasting. |
|
3.13 |
Verkoopopbrengst |
a)
€
69.000,-- terug gevloeid naar boedel;
b)
€ 1.190,-- inc. omzetbelasting; |
|
|
werkzaamheden |
a)
De tweede bankgarantie, groot € 84.000,- is voor een bedrag van €
69.000,- in de boedel van Groen Invest BV gevloeid nadat een schikking
werd bereikt met de heer G., een bewoner in de buurt van één perceel
over overlast e.d.
b)
Overleg met potentiële kopers en
het opstellen van een koopovereenkomst met akte van overdracht. |
|
4 |
Debiteuren |
|
|
|
4.1 |
Omvang
debiteuren |
Uit de ter
beschikking gestelde financiële gegevens blijkt dat de GIN
vennootschappen diverse substantiële vorderingen op gelieerde en/of op
de Stichting Vruchtgebruik gelieerde (buitenlandse) (rechts) personen
bezit, welke overigens niet gesecureerd zijn door zekerheden. De omvang
van deze – vermoedelijk grotendeels oninbare - vorderingen bedraagt
ongeveer € 4.486.327,-. Volgens de
balans heeft GIN ook € 3.559.996,07 te vorderen van Eurl Robinier doch
deze vordering is op 14 oktober 2004 feitelijk om niet, maar kennelijk
wel ter bescherming van de participanten overgedragen aan de Stichting
Vruchtgebruik Robinia. Deze stichting is eveneens in 1996 opgericht met
als doel: “het overnemen van alle rechten en verplichtingen
voortvloeiende uit de door de GIN afgesloten participatieovereenkomsten,
op een daartoe dienstige wijze, ter bescherming van de belangen van de
participanten”. Tenslotte
heeft GIN vanwege privé-opnames althans niet zakelijke opnames van de
bestuurder tenminste € 2.389.759,55 te vorderen. Eventuele
tegenvorderingen van de heer Van der Heijden op de vennootschap zijn
blijkens een afgegeven verklaring d.d. 9 augustus 2004 achtergesteld ten
opzichte van de andere verplichtingen van de vennootschap, zodat de
bestuurder tot betaling van voornoemd bedrag is gesommeerd. De
bestuurder betwist de verschuldigdheid van voormeld bedrag en weigert
deze aan de boedel te voldoen. De
curator betrekt e.e.a. in de procedure aangaande
bestuurderaansprakelijkheid. Indien de
balans alleen al met de in deze alinea genoemde bedragen gecorrigeerd
wordt leidt zulks tot een gecumuleerd verlies van ruim 21 miljoen euro,
zodat een faillissement al langere tijd onafwendbaar was, zeker indien
men zich realiseert dat op de balans geen voorziening was getroffen ter
zake de participatie-verplichtingen waaronder de verstrekte
inbrenggaranties. Volgens de
ter hand gesteld administratie is er ook nog ongeveer 400.000 euro van
handelsdebiteuren te vorderen , hoewel de directie aangaf niet te weten
wie deze gelden verschuldigd zijn. Door het
Ministerie van Land, Natuurbeheer en Visserij zijn diverse
subsidiebeschikking afgegeven. Medio 2004 heeft GIN een deel van deze
subsidieaanspraken contant weten te maken via het Groenfonds waarbij
laatstgenoemde aan GIN ongeveer € 3.000.000,- heeft overgemaakt. Hoewel
deze subsidies verstrekt zijn ten behoeve van het onderhoud en de
instandhouding van de bossen(bestemming), kregen zij na uitbetaling
daarvan een daarvan afwijkende bestemming.
Hoewel een deel contant gemaakt is en uitbetaald is, vermeld de
balans van GIN nog een bedrag van € 4.961.340,- aan te vorderen
subsidies. Uit onderzoek blijkt dat er in totaal nog € 4.769.734,65 aan subsidies
(verspreid over vele jaren) te ontvangen is. |
|
4.2 |
Opbrengst
tot heden |
Nihil |
|
4.3 |
Boedelbijdrage |
n.v.t. |
|
|
Werkzaamheden |
De
subsidieaanspraken vormen voorwerp van onderzoek. Zoals in
alinea 3 is weergegeven is het overgrote deel van de gronden waarop geen
subsidieaanspraken zitten verkocht. De gronden waaraan mogelijk
subsidierechten en/of zakelijke verplichtingen kleven zijn
geïnventariseerd. Voor zover aan de subsidievoorwaarden is / wordt
voldaan heeft de boedel nog recht op
€ 4.769.734,65. Op dit moment
is de boedel in afwachting van een standpunt van het Ministerie van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij om te vernemen in hoeverre tot
dusverre aan de subsidievoorwaarden is voldaan. Voordat de curatoren
deze gronden al dan niet met subsidieaanspraken kunnen verkopen dient
duidelijk te zijn in hoeverre aan de subsidievoorwaarden is voldaan en
waaruit eventuele toekomstige verplichtingen bestaan. Voorts hebben de
curatoren inmiddels met diverse (overheids)partijen gesproken die
aangaven belangstelling te hebben voor deze gronden. Op basis van de
huidige inzichten zullen de curatoren de resterende gronden, wederom te
verdelen in kavels, via een inschrijvingsprocedure – waaraan een ieder
kan deelnemen – verkopen, zodra de aanspraken / verplichtingen ten
aanzien van deze gronden vaststaan.
Voor een verdere afwikkeling verwijst de curator naar onderdeel 3.1.
e.v. van dit verslag en de bijlagen. Omdat de
gefailleerde vennootschappen volgens de eigen administratie substantiële
vorderingen hebben op een drietal gelieerde, Belgische vennootschappen
en deze vennootschappen er geen blijk van gaven deze respectievelijke
vorderingen te kunnen voldoen heeft de Belgische Rechtbank van
Koophandel een voorlopige bewindvoerder aangesteld binnen deze
vennootschappen, respectievelijk Lefra B.V.B.A., Tilia NV en Grootenhout
NV.. De
beslissing van de Rechtbank van Koophandel vormt een voorlopige
beslissing zulks vooruitlopend op een in te dienen
faillissementsaanvraag, welke aanvraag namens de curatoren zal worden
ingediend.
De curator heeft met behulp van
een Belgische raadsman de faillissementen van Lefra BVBA en Grootenhout
NV gerealiseerd. De procedure tot faillietverklaring van Tilia NV is nog
lopende. Recent heeft Tilia N.V. aan de Belgische fiscus een
substantieel bedrag betaald, kennelijk met de bedoeling om het
faillissement van Tilia N.V. te voorkomen. De Belgische rechter heeft
nog geen definitieve beslissing genomen aangaande de
faillissementsaanvraag van Tilia N.V. |
|
5 |
Bank /
zekerheden |
|
|
|
5.1 |
Vorderingen
van de bank(en) |
Voor zover
bekend geen. |
|
5.2 |
Leasecontracten |
Vooralsnog
niet van gebleken. |
|
5.3 |
Beschrijving zekerheden
|
Op bijlage
2 bij het eerste verslag zijn alle zekerheden (hypothecaire
inschrijvingen) vermeld. |
|
5.4 |
Separistenpositie |
Volgorde
hypothecaire inschrijvingen: 20 maart
2000: de heer Van der Heijden 26 januari
2001: mevrouw De Leeuw (inmiddels afgelost / in depot) 20 januari
2004: Stichting Groenfonds (inmiddels afgelost) 25 februari
2004: Stichting Groenfonds (inmiddels afgelost) 27
september 2006: Stichting Vruchtgebruik Robinia
25 augustus
2008: Green Principal B.V. (inmiddels afgelost) |
|
5.5 |
Boedelbijdragen |
N.v.t. |
|
5.6 |
Eigendomsvoorbehoud |
N.v.t. |
|
5.7 |
Reclamerechten |
n.v.t. |
|
5.8 |
Retentierechten |
n.v.t |
|
|
Werkzaamheden |
|
|
6 |
Doorstart /
voortzetten |
|
|
|
6.1 |
Exploitatie
/ zekerheden |
n.v.t. |
|
6.2 |
Financiële
verslaglegging |
|
|
|
Werkzaamheden |
|
|
6.3 |
Beschrijving |
n.v.t. |
|
6.4 |
Verantwoording |
|
|
6.5 |
Opbrengst
|
|
|
6.6 |
Boedelbijdrage
|
|
|
|
Werkzaamheden
|
|
|
7 |
Rechtmatigheid |
|
|
|
7.1 |
Boekhoudplicht |
Hoewel 7
aan elkaar gelieerde vennootschappen in staat van faillissement
verkeren, bestaat er slechts één kennelijk, onvolledige, financiële
administratie zodat de rechten en verplichtingen van GIN ten opzichte
van derden maar ook in de onderlinge concernverhouding niet op een
eenvoudige wijze gekend kunnen worden. Daarmee voldoet de administratie
niet aan hetgeen wettelijk vereist is. |
|
7.2 |
Depot
jaarrekeningen |
Volgens de
Kamer van Koophandel is de jaarrekening over 1999 de laatst gedeponeerde
definitieve jaarrekening. Nadien zijn kennelijk slechts voorlopige
jaarrekeningen ingediend. Voor zover de voorlopige als definitief
aangemerkt kunnen worden is de jaarrekening over 2005 te laat
gedeponeerd en zijn de jaarrekeningen over 2006 en 2007 in het geheel
niet gedeponeerd. |
|
7.3 |
Goedk.
Verkl. Accountant |
Niet
aanwezig. |
|
7.4 |
Stortingsverplichting aandelen |
Wordt in
verband met eventuele verjaringstermijnen niet onderzocht. |
|
7.5 |
Onbehoorlijk bestuur |
Nu de
laatste jaren niet voldaan is aan de deponeringsverplichting bestaat er
een onweerlegbaar wettelijk vermoeden van wanbeleid hetgeen vermoed
wordt een belangrijke oorzaak te zijn van het faillissement.
Tegen de bestuurder is een procedure betreffende de
bestuurdersaansprakelijkheid aanhangig. Op 9 juni 2010 heeft de
bestuurder in deze procedure de zogenaamde conclusie van antwoord
ingediend. Bij incidenteel vonnis heeft de Rechtbank de curator
opgedragen bepaalde, verzochte administratieve bescheiden aan de
bestuurder ter hand te stellen, zulks met veroordeling van de bestuurder
in de kosten van dit incident. Dit laatste omdat de curator nimmer
weigerachtig is geweest om deze gegevens ook buiten rechte aan de
bestuurder te overhandigen. |
|
7.6 |
Paulianeus
handelen |
Vormt
voorwerp van onderzoek. |
|
|
Werkzaamheden |
De
curatoren hebben de bestuurder inmiddels aansprakelijk gesteld voor het
volledige tekort en daartoe – voor zover mogelijk – passende
rechtsmaatregelen getroffen. Voorts zijn de curatoren een
strafrechtelijke aangifte jegens de heer Van der Heijden aan het
voorbereiden.
De curator heeft inmiddels
strafrechtelijk aangifte gedaan jegens Van der Heijden. Op dit moment
vindt, naar de curator aanneemt, het strafrechtelijke onderzoek plaats. |
|
8 |
Crediteuren |
|
|
|
8.1 |
Boedelvorderingen |
P.M. |
|
8.2 |
Pref. Vord. van de fiscus |
Tot op heden : € 65.685,84 (m.n. in Groen Invest B.V.) |
|
8.3 |
Pref. Vord. van het UWV |
Tot op heden :€ 80.181,72 (Grond Expl. Mij B.V.) |
|
8.4 |
Andere pref. Crediteuren |
P.M. |
|
8.5 |
Aantal concurrente crediteuren |
Er zijn meer dan 5.000 participanten die gelden hebben ingelegd bij GIN.
Het merendeel van deze participaties is gefinancieerd met een daarop
afgestemde persoonlijke lening, ondergebracht bij de IDM-Bank. |
|
8.6 |
Bedrag
concurrente crediteuren |
De hoogte
van de totale concurrente schuldenlast (excl. die van de separatisten)
zal ongeveer 70 miljoen euro bedragen.
Tot op heden zijn voor ongeveer €
38.000.000,- aan vorderingen ter verificatie aangemeld. |
|
8.7 |
Verwachte
wijze van afwikkeling |
Op dit moment
is nog steeds niet duidelijk of en in welke mate de crediteuren,
waaronder de participanten, iets van hun vordering respectievelijk inleg
betaald zullen zien. De curatoren dienen eerst uitvoerig onderzoek te
doen naar de omvang en de (over)waarde van de diverse
vermogensbestanddelen (m.n. de gronden). Uit voorlopig onderzoek blijkt
wel dat de crediteuren/participanten er ernstig rekening mee moeten
houden dat zij hun vorderingen niet of slechts voor een zeer gering deel
betaald zullen krijgen. Aan de participanten zijn door GIN zgn.
inleggaranties en/of houtvolumegaranties verstrekt, welke en niet op de
balans gepassiveerd zijn en welke feitelijk inhoudsloos zijn.
De curator
merkt op dat teneinde tot afwikkeling van dit faillissement te komen de
samenwerking met stichting Stivru noodzakelijk is. Stivru behartigt de
belangen van de participanten; die het leeuwendeel van de crediteuren
vormen. Met (de advocaat van) het bestuur van de Stivru vindt periodiek
en voor zover nodig tussentijds overleg plaats in het kader van de
afwikkeling, zowel aan de zijde van de boedels als aan de zijde van de
Stivru. Als bijlage 3 wordt een publicatie d.d. 6 mei 2010, geplaatst op
de website www.stivru.nl bijgevoegd.
Met
instemming van de crediteurencommissie heeft de rechter-commissaris mr.
Poelman op 8 maart 2010 op verzoek van de curator toestemming verleend
om de faillissementen van:
Voorts
heeft de curator met het bestuur van de Stivru afgesproken om zoveel
mogelijk gezamenlijk “op te trekken” om dubbele, extra kosten te
voorkomen en te zijner tijd bij gelegenheid van een mogelijke uitdeling
eveneens – voor zover mogelijk – een op elkaar afgestemd afwikkelplan te
maken, uiteraard met inachtneming van de wettelijke voorschriften. |
|
|
Werkzaamheden |
De
participanten zijn allemaal via een mailing benaderd. Mede omdat er
meerdere verschillende participatieovereenkomsten bestaan, die allemaal
op verschillende tijdstippen zijn aangegaan en een deel van de
participanten wel een geringe tussentijdse kapopbrengst tegemoet kon
zien, zal het vaststellen van de hoogte van ieders vordering – voor
zover nodig - een “monnikenwerk” worden.
N.a.v. een op 12 mei 2009 daartoe ingediend verzoek heeft de Rechtbank op
19 mei 2009 een voorlopige crediteurencommissie benoemd. De Rechtbank
heeft tot leden van deze commissie, die advies aan de curatoren kan
verstrekken, benoemd :
1.
de Stichting Gin Schade
2.
de Stichting Vruchtgebruik Robinia
3.
de Stichting Beleggers GIN.
Daar waar nodig of wenselijk heeft de curator overleg met de
crediteurencommissie. |
|
9 |
Procedures |
|
|
|
|
|
|
9.1 |
Naam wederpartijen |
|
|
9.2 |
Aard procedures |
Sub.
|
|
9.3 |
Stand procedures |
Sub.
|
|
|
werkzaamheden |
Sub.
1.
Na een incidentele procedure ex.
art. 843a Rv heeft de curator diverse delen van de administratie ter
beschikking gesteld aan Van der Heijden. De kosten van het incident zijn
voor rekening gekomen van Van der Heijden.
2.
Onderzoek naar de onderliggende
rechtsvraag en overleg met de advocaat van mw. De Leeuw, hetgeen
uiteindelijk tot een voorwaardelijk schikking heeft geleid.
3.
De curator heeft een conclusie
van antwoord, tevens houdende eis in reconventie ingediend.
4.
De curator heeft verweer gevoerd
tegen de vordering, door het indienen van een conclusie van antwoord
voor de Pachtkamer van de Rechtbank te Groningen.
5.
Voorts heeft op vordering van
Koppert een kort geding plaatsgevonden over dezelfde vraag. De vordering
van Koppert werd daarbij afgewezen en zij werd veroordeeld in de
proceskosten.
6.
Om redenen van boedelbelang
heeft de curator mr. Te Biesebeek geen verweer gevoerd jegens deze
vordering. |
|
|
|
|
|
10 |
Overig |
|
|
|
|
|
|
10.1 |
Termijn
afwikkeling faillissement |
Is in
belangrijke mate afhankelijk van de wijze van verkoop van de gronden en
het tijdstip waarop. De curator
verwacht dat de uiteindelijke afwikkeling en eventuele uitdeling niet
eerder dan in 2012 kan plaats vinden. |
|
10.2 |
Plan van
aanpak |
1.
Realiseren faillissement Tilia
NV
2.
Voortzetten / entameren genoemde
procedures
3.
Verkoop overblijvende activa (gronden);
4.
Onderzoek / afwikkelen overig
actief;
5.
Overleg Stivru /
crediteurencommissie;
6.
Gebruikelijke werkzaamheden. |
|
10.3 |
Indiening
volgend verslag |
Medio november 2010 |
|
|
werkzaamheden |
Correspondentie, verslaglegging
en overleg met de Rechter-Commissaris. |
Budel,
11 juni 2010,
mr. G. te Biesebeek
curator
Disclaimer:
Het openbaar
verslag is geen prospectus of jaarrekening. Hoewel de informatie in dit openbaar
verslag zo zorgvuldig mogelijk is samengesteld, staan de curatoren niet in voor
de volledigheid en juistheid daarvan. Mogelijk is immers dat o.a. bepaalde
informatie nog niet beschikbaar is, nog niet geopenbaard kan worden, of –
achteraf – bijgesteld dient te worden. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor
de in dit verslag geschetste perspectieven voor crediteuren. Aan dit verslag
kunnen derhalve geen rechten worden ontleend.
Bijlage 1 bij 3e
verslag
(SUBSIDIE)GRONDEN GIN
GRONDEXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ B.V.
Inleiding:
Na het
faillissement van Groen Invest Nederland (GIN) B.V., hierna “Groen Invest”, en
het daaraan gelieerde GIN Grondexploitatiemaatschappij B.V., hierna: “Grondexploitatiemaatschappij”,
heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de in Nederland gelegen gronden.
Die inventarisatie
op basis van de kadastrale gegevens had als slotsom een areaal van 764 ha 63 a
94 ca in eigendom en 66 ha 51 a 97 als erfpacht.
De gronden in
eigendom, met name gelegen in Noord-Nederland kunnen grofweg worden ingedeeld in
gronden met en gronden zonder subsidieaanspraken. Teneinde de voortgang in het
proces te behouden zijn eind 2009 de gronden zonder subsidieaanspraken, groot
502 ha 24 a 19 ca, verkocht. In dat proces zijn tevens de hypotheekhouders, De
Leeuw-Verheij, Nationaal Groenfonds, Green Principle B.V. en STIVRU, ingelost.
Het vorenstaand impliceert dat de hypotheken op de subsidiegronden, groot 263 ha
33 a 12 ca, geroyeerd kunnen worden.
Subsidiegronden:
Als
bijlage 2 is bijgevoegd een overzicht
van de subsidiegronden, met daarin de diverse gegevens en bijzonderheden genoemd.
In het kader van de nog te schetsen Subsidieregeling, zijn de gronden in
verschillende gebieden met een eigen subsidienummer ingedeeld. De volgende
gebieden zijn daarbij een subsidienummer toegekend:
Friesland:
Bremer Wildernis
4601096
08 ha 12 a 20 ca
Poasen
4601100
26 ha 58 a 80 ca
Elsloo
4601098
31 ha 50 a 20 ca
Makkinga II
4601099 36 ha 19 a 00
ca
Makkinga (I)[1]
-
15 ha 60 a 60 ca
Bontebok
4378319
11 ha 07 a 10 ca
Groningen:
Garrelsweer[2]
4605194 63 ha 78 a 91
ca
Musselkanaal
4071911 20 ha 17 a 85
ca
Barlagerweg
4071909 06 ha 78 a 10
ca
Drenthe:
Eesergroen
4284481 07 ha 80 a 50
ca
Borger
-
03 ha 10 a 25 ca
Veenesluis
4597236 11 ha 64 a 46
ca
Grolloo
4596686
08 ha 98 a 50 ca
Schapendijk
4597239 11 ha 40 a 50
ca
Zweeloo[3]
-
00 ha 56 a 15 ca
============
Totaal:
263 ha 33 a 12 ca
Het Programma Beheer van het Ministerie van LVN is erop gericht om
agrariërs en particulieren actief te betrekken bij het instandhouden en
ontwikkelen van natuur. Particulier natuurbeheer is een van de manieren waarop
de overheid de Ecologische Hoofdstructuur wil realiseren.
Een eerste aanzet daartoe was de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 (Stcrt.
1999, no. 252). Per 1 januari 2007 is de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000
overgegaan van het Rijk naar de provincies. Vanaf dat moment is door de
provincies gewerkt aan een herziening van het systeem met als doel een nieuw,
eenvoudig en efficiënt sturingstelsel of systematiek voor een duurzame en
robuuste uitvoering van het beheer van natuur en landschap in het landelijk
gebied (Omvorming Programma Beheer).
Per 1 januari 2010 is de PSN overgegaan in het
Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (SNL).
Binnen de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000, hierna “SN 2000”, zijn een
drietal vormen van subsidies van belang. Te weten de subsidie functieverandering,
de inrichtingssubsidie en de beheerssubsidie:
Subsidie functieverandering:
de functieverandering van landbouwgronden naar natuur en bos door de
ontwikkeling van basis- of pluspakketten.
Inrichtingssubsidie: de ontwikkeling en omvorming van basis- of
pluspakketten, onderscheidenlijk de aanleg of het herstel van
landschapspakketten, door middel van maatregelen met een eenmalig karakter, die
rechtstreeks en direct de fysieke condities of kenmerken van de desbetreffende
terreinen wijzigen, of door middel van beheer, zonder welke wijzigingen en
beheer de daarop volgende instandhouding van basis- of pluspakketten,
onderscheidenlijk landschapspakketten niet mogelijk is.
Beheerssubsidie:
de instandhouding van basis- of pluspakketten.
Kort en goed komt de subsidie functieverandering erop neer dat bij de
blijvende omvorming van landbouwgrond naar bos / natuur de economische waarde
van het perceel daalt. Om deze waardedaling te compenseren wordt de subsidie
functieverandering verstrekt.
Na verlening van de subsidie functieverandering wordt ex. art. 46 SN 2000
een overeenkomst gesloten, inhoudende:
a)
de verplichting
van degene aan wie de grond toebehoort de desbetreffende landbouwgrond niet te
gebruiken of te doen gebruiken met het oog op de uitoefening van de landbouw, en
overigens datgene na te laten wat de ontwikkeling of instandhouding van het
betrokken basis- of pluspakket op de desbetreffende grond in gevaar brengt;
b)
dat die
verplichting zal overgaan op degenen die de grond onder bijzondere titel zullen
verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een
recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen, en;
c)
dat de
overeenkomst zal worden ingeschreven in de openbare registers.
De voormelde verplichtingen zijn vervat in een Kwalitatieve verplichtingen
op de percelen.
In artikel 5 van de kwalitatieve verplichting is een sanctie opgenomen
voor niet-naleving van de verplichtingen:
1.
Indien de
beheerder één of meer bepalingen van artikel 3 van deze akte niet nakomt, kan de
Staat de overeenkomst ontbinden danwel nakoming vorderen.
2.
Als de Staat de
overeenkomst ontbindt naar aanleiding van niet-nakoming van één of meer
bepalingen van artikel 3 van deze akte door de beheerder, is de beheerder een
direct opvorderbare boete verschuldigd van ten hoogste tweeëntwintig duizend
zeshonderd negenentachtig euro en een eurocent (EUR 22.689,01) vermenigvuldigd
met het aantal hectares, bedoeld in artikel 2, ten behoeve van de Staat, met
bevoegdheid voor deze daarnaast betaalde subsidies op grond van de regeling
vermeerderd met de wettelijke rente terug te vorderen. De beheerder is verplicht
om het terrein in de staat te herstellen waarin het verkeerde voor de
niet-nakoming van één of meer der bepalingen van artikel 3 van deze akte, zulks
op straffe van verbeurte van een dwangsom ten belopen van ten hoogste
vierhonderd drieënvijftig euro en achtenzeventig eurocent (EUR 453,78)
vermenigvuldigd met de hierboven genoemde aantal hectares, bedoeld in artikel 2,
voor iedere week dat de beheerder één of meer der bepalingen van artikel 3 van
deze akte niet naleeft.
Stand van zaken
subsidiegronden:
De subsidie
functieverandering wordt verleend vijf aaneengesloten tijdvakken, met een
looptijd van 30 jaar. Het uitvoerend orgaan, Dienst Regeling, heeft de curator
informatie verstrekt op grond waarvan de aanspraken opgesomd in
bijlage 2 berekend zijn.
Gerechtigde
subsidie:
Gerechtigd tot de ontvangst van de subsidie voor functieverandering is de
aanvrager daarvan, dat zijn afwisselend Grondexploitatiemaatschappij of GIN
Bomenexploitatiemaatschappij B.V., hierna “Bomenexploitatiemaatschappij”. De
subsidies zijn niet eenduidig aangevraagd.
Daarbij is relevant dat een gedeelte van subsidies indertijd contant zijn
gemaakt via het Nationaal Groenfonds. Concreet werd zulks uitgewerkt dat
Grondexploitatiemaatschappij / Bomenexploitatiemaatschappij een contant bedrag
ontving, in ruil waarvoor de vordering op de Staat werd gecedeerd aan het
Groenfonds en het Groenfonds voorts een recht van hypotheek op de gronden
verkreeg.
Nu het Groenfonds in het kader van de eerste transactie volledig is
voldaan, kan het hypotheekrecht van Groenfonds worden doorgehaald en is de
cessie ongedaan gemaakt. Aldus komen de subsidiegelden aan de onderscheidenlijke
boedels van Grondexploitatiemaatschappij en / of Bomenexploitatiemaatschappij
toe.
Ruimtelijke
regelgeving:
In artikel 42 SN 2000 is bepaald dat de subsidie functieverandering
uitsluitend wordt verstrekt indien de beheerder de benodigde vergunningen of
documenten heeft die functieverandering van het terrein waarvoor de subsidie
wordt aangevraagd mogelijk maken. Cruciaal daarbij is de bestemming van de
gronden in het bestemmingsplan. Immers, zonder een bestemming “Bos”, of
soortelijk, is het bewaren van een houtopstand in strijd met het bestemmingsplan
en kan de gemeente in beginsel handhaven. Met betrekking tot de gebieden Poasen,
Makkinga II en Elsloo kunnen zich hier mogelijk problemen voordoen.
Bij brief d.d. 20 april 2006 heeft de gemeente Oosstellingerwerf geen
vrijstelling ex art. 19 Wet op de Ruimtelijk Ordening (oud) te verlenen om bos
mogelijk te maken.
De bestemming van het gebied Poasen is onbekend.
Voorzover bekend doen zich bij overige gebieden geen problemen met
betrekking tot het bestemmingsplan voor.
Categorieën
gronden:
Gelet op vorenstaande zijn de gronden als bovenstaande weergegeven in
verschillende categorieën op te delen:
1.
de subsidiegronden
met een aanspraak op functieverandering subsidie, waarbij voor zover bekend aan
alle vereisten is voldaan:
-
Bremer Wildernis;
-
Bontebok;
-
Musselkanaal;
-
Barlagerweg;
-
Eesergroen;
-
Veensluis;
-
Grolloo;
-
Schapendijk.
2.
de subsidiegronden
met een aanspraak op functieverandering subsidie, waarbij mogelijk niet aan alle
vereisten is voldaan (bestemmingsplan, inplanting etc.):
-
Poasen;
-
Makkinga II;
-
Elsloo.
3.
Het gebied met een
aanspraak op beheersubsidie, welke subsidie kan worden overgenomen door een
koper:
-
Garrelsweer.
4.
Gebieden welke
vrij verkoopbaar zijn zonder subsidies:
-
Makkinga;
-
Borger;
-
Zweeloo.
Voorlopige
waardering van de gronden:
Categorie 1: de waarde van deze gronden is gelijk aan de prijs van natuurgrond /
bosgrond. De grond kan niet als landbouwgrond gebruik gaan worden gelet op de
kwalitatieve verplichting en de plicht tot herplanten op grond van de Boswet. De
extra waarde is te vinden in de subsidieaanspraken die nog bestaan. Het duurt
evenwel nog een 23-24 jaar voor deze aanspraken zijn uitgekeerd. Om die reden is
de curator voorshands van mening dat deze gronden verkocht moeten worden met de
subsidieaanspraak om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen. De verdere
verantwoordelijkheid kan dan ook bij de koper worden neergelegd.
Categorie 2: met betrekking tot deze gronden doen zich verschillende problemen voor.
Agrarisch gebruik is niet mogelijk op grond van de kwalitatieve verplichting;
het aanplanten van bomen leidt tot een mogelijke strijdigheid met het
bestemmingsplan, terwijl het niet aanplanten in strijd is met de
subsidie-vereisten.
Inmiddels is voorgesteld om met LNV een schikking te treffen over het
terugbrengen van deze gronden naar agrarisch. Voorzover bomen zijn geplant
bestaat een mogelijk herplantplicht op grond van de Boswet.
Categorie 3: een waarde van natuur / bos.
Categorie 4: Het is de curator onbekend of de gebieden Makkinga en Borger zijn
aangeplant met bomen. De curator is voorshands van mening dat potentiële kopers
zelf de status van deze gronden kunnen onderzoeken. De ervaringen bij de vorige
verkoop hebben er toe geleid dat een marktconforme prijs te verwachten is.
Het perceel te Zweeloo betreft het 1/12e aandeel in een perceel.
De curator dient nog te onderzoeken wat hieraan ten grondslag ligt.
Budel, 11 juni 2010
Bijlage 3 bij
3e openbare faillissementsverslag.
Bericht 6 mei
2010 zoals geplaatst op de website
www.stivru.nl
De gronden in
Nederland
Na het faillissement van Groen Invest Nederland (GIN) B.V., hierna: GIN, en het
daaraan gelieerde GIN Grondexploitatie Maatschappij B.V., hierna: GIN Grond,
heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de in Nederland gelegen gronden.
Die inventarisatie leidde tot de conclusie dat Groen Invest Nederland circa 765
hectare grond in Nederland in eigendom had en circa 66 hectare in erfpacht. Op
alle gronden was een recht van vruchtgebruik ten behoeve van Stivru gevestigd. De
gronden in eigendom, met name gelegen in Noord Nederland, kunnen grofweg worden
ingedeeld in gronden met en gronden zonder subsidieaanspraken.
Eind 2009 zijn de gronden zonder subsidieaanspraken, circa 502 hectare, verkocht.
In dat proces zijn tevens de hypotheekhouders, De Leeuw – Verheij, Nationaal
Groenfonds, Green Principal B.V. en Stivru, ingelost. De overwaarde van de
gronden (het deel van de koopprijs dat resteerde na betaling van de
hypotheekhouders) is tussen Stivru tegen afstanddoening van haar recht van
vruchtgebruik en de GIN-boedels (de curator) gedeeld. Wat betreft de 263 hectare
gronden met subsidieaanspraken – hierna: “subsidiegronden” – heeft de curator
geïnventariseerd om welke gronden het gaat, welke subsidieaanspraken daaraan
verbonden zijn tegen welke voorwaarden en hoe het best tot verkoop van de
diverse categorieën gronden kan worden overgegaan. Daaromtrent zal op korte
termijn overleg plaatsvinden met Stivru, de crediteurencommissie en de Dienst
Regelingen van het Ministerie van LNV. Zowel de curator als Stivru zijn
voornemens zo spoedig als mogelijk is de betreffende verkopen te realiseren. De
curator heeft daarbij de leiding. Ten behoeve daarvan zal Stivru haar recht van
vruchtgebruik op de betreffende gronden moeten prijsgeven maar de overwaarde van
de gronden komt haar dan ook gedeeltelijk toe in ruil daarvoor. Wat betreft de
gronden in erfpacht zijn curator en Stivru in onderling overleg aan het
onderzoeken wat de kosten en baten zijn van de erfpacht- en
vruchtgebruiksrechten. Vervolgens zullen zij tot een standpuntbepaling komen
aangaande de vraag of en onder welke voorwaarden afstand gedaan kan of moet
worden van hun pachtrechten.
De bezittingen in Frankrijk en Slowakije.
Groen Invest heeft destijds in Frankrijk en Slowakije via lokale
kleindochtervennootschappen van Stivru bosgronden gekocht en nieuwe Robinia
bossen aangelegd. De gronden in Slowakije hebben de functie van reserve areaal,
de gronden in Frankrijk dienden deels als reserve areaal en deels als nieuwe
participatiekavels die verkocht werden. De Nederlandse vruchtgebruikconstructie
kon in Frankrijk en Slowakije niet door Groen Invest worden toegepast. Daarom
werd Stivru in die landen indirect eigenaar van de aandelen in de plaatselijke
vennootschappen, die op hun beurt weer eigenaar waren van diverse bosgronden.
Stivru is voornemens de gronden in Frankrijk door de betreffende
plaatselijke vennootschap te laten verkopen om de opbrengst van die gronden
uiteindelijk aan Stivru ten goede te laten komen. Zij meent dat daarmee de
belangen van de participanten het best behartigd worden, in de lijn van Stivru’s
werkwijze en doelstelling. Van de bossen en het onroerend goed in Frankrijk en
Slowakije zijn taxaties gemaakt die een leidraad vormen bij de verkoop.
Het onroerend goed in Slowakije staat inmiddels te koop.
Afwikkeling van de faillissementen van de GIN-maatschappijen
Voor de stand van zaken in de diverse faillissementen verwijzen wij naar de
website van de curator:
www.groeninvest.nl. De curator pleegt
veelvuldig overleg, niet alleen met de crediteurencommissie waarin ook een
vertegenwoordiger van Stivru zitting heeft, maar ook met het bestuur van Stivru.
Waar mogelijk wordt gezamenlijk opgetrokken om dubbele werkzaamheden te
voorkomen en een zo hoog mogelijke opbrengst voor de crediteuren (waarvan de
participanten het overgrote deel vormen) te realiseren. De diverse gronden
moeten nog worden verkocht. Hierdoor zal de afwikkeling nog de nodige tijd
vergen. Voortgang wordt daarbij zoveel als mogelijk is nagestreefd maar de
verwachting is dat de afwerking nog wel twee jaar in beslag kan nemen.
Afwikkelplan en uitkeringen
Het antwoord op de vraag hoe hoog de uiteindelijke uitkering aan participanten
zal zijn is op dit moment nog niet te geven. Dit omdat de uitkering o.a.
afhankelijk is van de opbrengst uit de verkoop van de diverse onroerende
goederen. De curator en Stivru streven ook op dit vlak zoveel mogelijk
samenwerking na, opdat zij niet beiden dezelfde werkzaamheden verrichten. Er
komt dan ook één afwikkelplan, voor zover mogelijk. De AFM heeft aangegeven geen
rol voor haar te zien bij het beoordelen van een dergelijk plan. Stivru verwacht
dat uiteindelijk circa 5 miljoen Euro ter verdeling over zal blijven. Stivru en
Curator zullen zich binnenkort in een gezamenlijke brief tot de participanten
richten.
Voor de afwikkeling is het noodzakelijk dat Stivru en curator weten wie de
participanten zijn. Daarover bestaat thans nog onvoldoende duidelijkheid omdat
nog niet alle participanten zich gemeld hebben. Stivru verzoekt participanten
met aanspraken op de houtopbrengst van bomen in Nederland en/of Frankrijk die
zich nog niet aangemeld hebben dit als nog te doen. Dit kan door toezending van
de complete naam en adres gegevens (waaronder e-mailadres) en toezending van een
kopie van de participatie-akte (verleden voor een notaris) waaruit die
aanspraken blijkt aan de curator per email (groeninvest@abenslag.nl)
of per post (per adres Aben & Slag Advocaten t.a.v. mw. Van de Vorst, Postbus
2139, 6020 AC Budel).