FAILLISSEMENTSVERSLAG   Nummer 3 Datum: 11 juni 2010

 

Wijzigingen ten opzichte van het vorige verslag worden vetgedrukt weergegeven.

 

Gegevens onderneming

De besloten vennootschappen:

1.      FAM Beheer II B.V.,

2.      Groen Invest Nederland (GIN) B.V., handelende onder de naam (h.o.d.n.) Gin Groengroeiplan en Gin Euro Groengroeiplan,

3.      Gin Exploitatiemaatschappij B.V., h.o.d.n. Forest Parents Plan,

4.      Gin Grondexploitatiemaatschappij B.V.,

5.      Gin Bomenexploitatiemaatschappij B.V. h.o.d.n. Gin Bosbouwmaatschappij

6.      Gin Research & Development B.V.,

7.      Gin Vastgoed B.V.,

alle kantoorhoudende te Veldhoven, aan de Run nr. 5129

 

 

Faillissementsnummer

F 09/367 t/m F 09/373

Datum uitspraak

11 mei 2009

(voorafgegaan door surseances van betaling d.d. 6/8 mei 2009)

 

 

Curator

Mr. S.H.F. Hoppenbrouwers (op eigen verzoek per 15 december 2009 gedefungeerd als curator)

Mr. G. te Biesebeek

Rechter-commissaris

Mr. M.G.A. Poelman

 

 

Activiteiten onderneming

Vanaf medio 1996 ( tot 2006) hielden de vennootschappen (nader te noemen GIN) zich bezig met het aanbieden aan particuliere beleggers van rechten op kapopbrengsten – na 8, 15 en 20 jaar – van oorspronkelijk in Nederland te kweken Robiniabomen op (vermeend) geïndividualiseerde percelen (participaties) De participaties betreffen uitsluitend een recht op de (kap)opbrengsten van de Robiniabomen en dus uitdrukkelijk geen rechten op gronden en/of andere zakelijke rechten. In totaal werd door GIN in (voornamelijk het Noorden van ) Nederland ongeveer 800 HA grond beplant met Robinabomen. De percelen werden nagenoeg geheel in eigendom verkregen en/of gepacht door GIN Grondexploitatiemaatschappij B.V.. Enkele percelen behoren in eigendom toe aan Groen Invest Nederland. In totaal werd ruim € 70 miljoen ingelegd door particuliere beleggers, waarvan volgens de beschikbare balans een nominaal bedrag van € 19.616.718,24 in Nederlandse gronden is geïnvesteerd. Op het merendeel van deze gronden is een zakelijk recht van vruchtgebruik ten behoeve van de Stichting Vruchtgebruik Robinia gevestigd. Een deel van de inleg is ook besteed voor de aankoop van gronden in Slowakije (150 HA) en Frankrijk ( 460 HA) en de aandelen (49 %) in een houtzagerij-fabriek in Hongarije. Voorafgaand aan het uitspreken van het faillissement hebben curandi vergeefs geprobeerd de gronden in Nederland te verkopen om met de opbrengst daarvan gronden (bestaande bossen) te kopen in Roemenië. De buitenlandse gronden behoren toe aan een tweetal buitenlandse vennootschappen waarvan de aandelen gehouden worden door de besloten vennootschap Stivru B.V., waarvan de aandelen merendeels gehouden worden door de eerdergenoemde Stichting Vruchtgebruik Robinia.

Omzetgegevens

1996: fl.   4.499.900,-

1997: fl. 24.140.682,-

1998: fl. 34.523.957,-

1999: €  12.858.000,-

2000: €  10.323.000,-

2001: €    5.601.000,-

2002: €    2.969.654,-

2003: €    7.974.000,-

2004: €    1.294.000,-

2005: €    1.207.687,-

2006: €    1.100.000,-

2007: €    3.500.000,-

2008: €       140.000,- (m.n. te gelde maken provisie genererende portefeuille)

Boedelrekeningen

1.      FAM Beheer II B.V.: 862693004

2.      Groen Invest Nederland (GIN) B.V.: 862693365

3.      Gin Exploitatiemaatschappij B.V.: 936616458

4.      Gin Grondexploitatiemaatschappij B.V.: 936616725

5.      Gin Bomenexploitatiemaatschappij B.V. : 936616903

6.      Gin Research & Development B.V.: 862694256

7.      Gin Vastgoed B.V.: 862694035

Gerealiseerd actief

Sub

1: 0

2: € 93.178,56

3: 0

4: € 11.390.342,14

5: € 1.001,96

6: 0

7: 0

 

Actief per verslagdatum

Sub

1: 0

2: € 30.056,36

3: 0

4: € 249774,17 (excl. depotgelden)3010,9609nd (GIN) B.V.,  vorige verslag worden vetgedrukt weergegeven.

5: € 1.001,96

6: 0

7: 0

 

 

 

Personeel gemiddeld aantal

40 à 4

Ten tijde van de aankoop van de gronden waren er ongeveer 40 personen in dienst. Bij het uitspreken van het faillissement nog 4 personen.

 

 

Verslagperiode

25 november 2009 – 11 juni 2010

Bestede uren in verslagperiode

Zie bijlage

Bestede uren Totaal

Zie bijlage

 

 

1

Inventarisatie

 

 

 

1.1

Directie en organisatie

Aan het openingsverslag is als bijlage 1 een organigram gehecht. Uit dit organigram valt op te maken dat de Stichting Vruchtgebruik Robinia en de daaraan gelieerde vennootschappen met hun vermogen buiten het faillissement van GIN vallen.

Sinds 1 mei 2004 voert de heer F.A.M. van der Heijden, wonende te België via zijn houdstervennootschap alleen de directie over de gefailleerde bedrijven.

De aandelen in Groen Invest Nederland (GIN) B.V. bevinden zich sedert 1998 in het vermogen van FAM Beheer II B.V.

1.2

Winst en verlies

Een gecumuleerd verlies van € 11.222.999,51 voor balanscorrectie.

1.3

Balanstotaal

€ 48.124.293 na eliminatie afgeschreven goodwill.

1.4

Lopende procedures

Door GIN worden al dan niet te samen met de (oud) bestuurders meerdere procedures, bij verschillende instanties, gevoerd jegens o.a. :

-          De voormalige aandeelhouder(s) / bestuurders (procedure is inmiddels geroyeerd)

-          het staatsbosbeheer

      (procedure wordt geroyeerd)

-          Alterra B.V. n.a.v. een t.v. uitzending

(procedure is inmiddels beëindigd door de HR waarbij ontslag van instantie is verleend).   Proceu staatsbosbeheer vindt nog plaats)gezonden.

-          Een bewoner in de omgeving van één der gronden betreffende overlast

(procedure is beëindigd onder treffen van een schikking waarbij € 69.000,- aan de boedel van Groen Invest is voldaan)

-          De A.F.M.

(Procedure is beëindigd)

-          De Stichting Vruchtgebruik Robinia

(procedure is geschorst)

indigd)e is be

-          Een participant

(procedure is geschorst)

-          De Stichting Gin Schade

(procedure is geschorst)

De procedures jegens de voormalige aandeelhouders en Staatsbosbeheer zijn feitelijk allemaal gebaseerd op de stelling dat de aan GIN verkochte gronden niet althans onvoldoende geschikt zijn voor de teelt van Robinia hout. Op 4 mei 2009 heeft het NAI daarmede gepaard gaande vorderingen van GIN afgewezen en GIN veroordeeld tot het betalen van een bedrag groot ongeveer € 4.000.000,- aan een voormalige aandeelhouder.

1.5

Verzekeringen

Voor zover er verzekeringsovereenkomsten waren afgesloten zijn deze beëindigd..

1.6

Huur

Voor zover curatoren bekend wordt een bedrijfsruimte in Veldhoven en een bedrijfsruimte in Retie (België) gehuurd. Dit pand wordt gehuurd van een gelieerde vennootschap. Inmiddels heeft de Belgische rechtbank van Koophandel op verzoek van de curatoren recent een voorlopige bewindvoerder aangesteld bij een drietal gelieerde vennootschappen, waaronder de verhuurder. Behoudens de verhuurder zijn de twee andere buitenlandse vennootschappen inmiddels in staat van faillissement verklaard. Tilia N.V. waarvan door de curator ook het faillissement is aangevraagd, heeft recent al dan niet via derden een substantieel bedrag voldaan aan de Belgische Fiscus, zulks kennelijk om een faillissement te voorkomen.

1.7

Oorzaak faillissement

Op 30 maart 2009 plaatste de AFM de volgende mededeling op haar website:

 
“Er is onrust ontstaan bij beleggers in Groen Invest. De directie van Groen Invest heeft recentelijk verwarrende en foutieve informatie verspreid over de beleggingen en de rol van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De AFM heeft hierover inmiddels veel vragen van verontruste beleggers ontvangen. Daarom wil de AFM graag een aantal feiten op een rij zetten.

 

De AFM heeft eind 2007 de vergunningaanvraag van Groen Invest afgewezen.

Groen Invest heeft in 2006 een vergunning van de AFM gevraagd voor het aanbieden van beleggingsobjecten. De vergunningaanvraag is door de AFM afgewezen.

Uit onderzoek van de AFM bleek dat Groen Invest niet over voldoende financiële expertise en kennis beschikt met betrekking tot de bedrijfsvoering van Groen Invest. Daarnaast kon Groen Invest niet aantonen dat zij over een integere en beheerste bedrijfsvoering beschikt.

De rechtbank steunt het oordeel van de AFM.
De Rechtbank Rotterdam heeft in haar vonnis van 15 januari 2009 geoordeeld dat de afwijzing van de vergunningaanvraag van Groen Invest terecht was. Het vonnis van de Rechtbank Rotterdam kan worden teruggevonden op www.rechtspraak.nl (LJN: BH0726, Rechtbank Rotterdam, 08/3181).

Groen Invest moet daarom contracten afwikkelen
Doordat Groen Invest geen vergunning heeft gekregen, moet zij haar vergunningplichtige activiteiten afwikkelen. Dit houdt in dat Groen Invest niet langer nieuwe beleggingsobjecten mag verkopen en dat zij de bestaande beleggingsobjectovereenkomsten moet beëindigen. Het afwikkelen dient in overleg met de beleggers te gebeuren. Mogelijke manieren om de overeenkomsten te beëindigen zijn bijvoorbeeld; (i) Groen Invest draagt de bestaande overeenkomsten over aan een aanbieder die wel een vergunning heeft voor het aanbieden van beleggingsobjecten; (ii) Groen Invest betaalt beleggers voor zover mogelijk de inleg terug; (iii) Groen Invest vormt de bestaande overeenkomsten om tot een ander beleggingsproduct (bijvoorbeeld aandelen of obligaties) of een product dat niet onder het toezicht van de AFM valt. De AFM verlangt niet dat Groen Invest nu versneld bomen moet kappen of verkopen.

Groen Invest is verantwoordelijk om op een goede wijze en in overleg met haar beleggers af te wikkelen. Het is dus niet zo dat de AFM bepaalt hoe Groen Invest moet afwikkelen. De AFM heeft er bij Groen Invest meerdere malen aangedrongen op het inschakelen van deskundige hulp. De AFM houdt wel toezicht tijdens de afwikkeling. Dit betekent dat de AFM maatregelen kan treffen om te zorgen voor een goede afwikkeling in het belang van de participanten.

Groen Invest heeft nog niet afgewikkeld
De AFM heeft Groen Invest in het kader van de afwikkeling gevraagd een afwikkelplan op te stellen waarin Groen Invest aangeeft op welke wijze zij de contracten beëindigt en hoe en wanneer zij haar participanten hierover informeert. Hierover heeft de AFM veelvuldig contact met Groen Invest gehad.

Groen Invest heeft een plan ingediend dat inhoudt dat Groen Invest het eigendom van Nederlandse gronden verkoopt en met de opbrengst hiervan bossen in Roemenië aankoopt om zoals Groen Invest zegt aan de beloofde houtvolumegarantie te voldoen.

De AFM heeft Groen Invest meerdere keren gevraagd een onderbouwing van dit plan te geven om zo te kunnen bekijken of Groen Invest een realistisch afwikkelplan heeft. Groen Invest kon echter geen voldoende financiële en bedrijfskundige onderbouwing geven. Ze kon niet uitleggen of er voldoende financiële middelen voorhanden zijn om een succesvolle doorstart mogelijk te maken.

AFM stelt Wft-curator aan om belangen beleggers te waarborgen.

De AFM heeft besloten om in het belang van de beleggers een Wft-curator te benoemen. Dit is geen faillissementscurator. Deze curator heeft als opdracht Groen Invest te helpen bij het afwikkelen en de belangen van de beleggers te waarborgen. Groen Invest blijft zelf verantwoordelijk voor een goede afwikkeling maar de curator kan in het belang van de beleggers besluiten van Groen Invest goedkeuren of afkeuren.

Wat vraagt de AFM van Groen Invest?
De AFM heeft in het belang van de beleggers drie voorwaarden gesteld aan Groen Invest. De AFM eist:

  • dat Groen Invest beleggers goed en volledig informeert over haar situatie en dat zij een onderbouwing van het afwikkelplan geeft zodat de beleggers een afgewogen beslissing kunnen nemen. Het huidige contract voor de verkoop van de Nederlandse gronden geeft geen garantie dat de vrijgekomen middelen ten goede komen aan de beleggers. Bovendien bevat het contract bepalingen waaraan Groen Invest bij voorbaat niet aan kan voldoen.
  • dat Groen Invest de beleggers de keuze geeft tussen het meedoen aan het nieuwe investeringsplan in Roemenië of het op een andere wijze beëindigen of wijzigen van het contract (bijvoorbeeld door het resterende geld uit te keren).
  • dat Groen Invest steeds blijft voldoen aan de wet- en regelgeving, bijvoorbeeld met betrekking tot de nieuwe investering.

Groen Invest heeft aan geen van deze drie voorwaarden voldaan.

Wat is het vervolg?
De situatie rondom Groen Invest is zeer onzeker. De AFM ziet de volgende mogelijkheid voor vervolg. Groen Invest voldoet aan de gestelde eisen en wikkelt voortvarend af in overleg met de beleggers. De curator kan daarbij helpen. Groen Invest is nog steeds verantwoordelijk voor het zorgen voor een goede afwikkeling. De AFM streeft er samen met de curator naar dat Groen Invest haar beleggers zo goed en volledig mogelijk informeert zodat zij zicht krijgen op de staat van hun belegging. Als er geen snelle voortgang wordt geboekt dan wordt de toekomst rondom Groen Invest zeer onzeker”.

 

Op 23 maart 2009 benoemde de AFM één stille curator. Mede omdat het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) bij vonnis van 4 mei 2009, zulks op vordering van een voormalige aandeelhouder, Groen Invest Nederland (GIN) B.V. tot betaling van ongeveer € 4.000.000,- veroordeelde, zag het bestuur van Groen Invest Nederland B.V. zich genoodzaakt om de surseance van betaling aan te vragen, welke respectievelijk op 6 en 8 mei 2009 door respectievelijk de rechtbank te ’s-Hertogenbosch en de rechtbank te Utrecht werden verleend. Op 11 mei 2009 sprak de Rechtbank op instigatie van de bewindvoerders de faillissementen van de vennootschappen uit.

 

Na onderzoek dienen curatoren te erkennen dat de conclusies van de AFM  (Groen Invest beschikt niet over voldoende financiële expertise en kennis met betrekking tot de bedrijfsvoering van Groen Invest. Groen Invest kan niet aantonen dat zij over een integere en beheerste bedrijfsvoering beschikt) juist zijn en dat een faillissement feitelijk al enkele jaren onafwendbaar was. Een faillissement lag in de lijn “van de verwachting” omdat al jaren duidelijk was – mede door de aankoop van voor bosbouw ongeschikte gronden – dat de aan de participanten verstrekte garanties niet nagekomen konden worden. Voorts blijkt uit onderzoek dat de directie van de vennootschappen de afgelopen jaren:

1.      substantiële bedragen (laatste 5 jaar ruim € 1,8 mio)  heeft besteed aan kosten voor juridische bijstand

2.      onverantwoorde, niet door zekerheden gesecureerde investeringen heeft gedaan in het buitenland

3.      substantiële bedragen op niet zakelijke gronden onttrokken heeft aan de vennootschappen.

Het faillissement kent daarmede vermoedelijk meerdere interne oorzaken.

 

2

Personeel

 

 

 

2.1

Aantal ten tijde van faillissementsdatum

4

2.2

Aantal in jaar voor faillissement

4

2.3

Datum ontslagaanzegging

 

 

Werkzaamheden

Personeel werd met machtiging van de R.C. ontslagen.

 

3

Activa

 

 

 

Onroerende zaken

3.1

Beschrijving

Als bijlage 2 bij het openingsverslag is een spread-sheet gehecht waarin de gronden in eigendom toebehorende aan GIN Grondexploitatie B.V. zijn opgenomen inclusief de gegevens aangaande de aankoopdata, de zakelijke rechten, de hypothecaire inschrijvingen en de gelegde beslagen.

Als bijlage 3 is aan het openingsverslag gehecht een gelijkluidend spread-sheet waarin de gronden van Groen Invest Nederland B.V. staan beschreven.

 

Feitelijk kunnen de gronden grofweg in een drietal categorieën verdeeld worden:

 

a) gronden zonder subsidieregime (502 ha), gelegen in de provincie Groningen:

Deze gronden zijn conform het navolgende verkocht.

 

b) gronden met subsidieregime (263 ha) en enkele percelen grond vrij van subsidie gelegen buiten de provincie Groningen/Overrijsel:

Van het totale areaal dat in eigendom is/was zijn ca. 263 ha zogenaamde subsidiegronden. Voor deze gronden zijn subsidies verleend in het kader van de subsidieregeling natuurbeheer. Voor deze gronden is nog sprake van een aanspraak op subsidie, zie daartoe onderdeel 4 van dit verslag. Aan dit 3e verslag wordt overzicht met de nog te verkopen gronden gehecht.

 

c) erfpacht (36 ha):

Naast gronden in eigendom had Grondexploitatiemaatschappij van een drietal partijen grond in erfpacht.

3.2

Verkoopopbrengst

a)      Van het totale areaal dat in eigendom was/is (765 HA) hebben de curatoren inmiddels ruim 502 HA (gelegen in Groningen en Overijssel) verkocht voor in totaal € 11.385.010,96.

b)      N.n.b.

c)      N.v.t.

3.3

Hoogte hypotheek

Op de gronden zijn meerdere hypotheken gevestigd zulks voor een bedrag van in totaal € 21.579.180,-. Voor een bedrag van € 10.026.048,- hebben de hypothecaire inschrijvingen vermoedelijk geen gevolg vanwege het ontbreken van onderliggende vorderingen, zodat de gronden vermoedelijk materieel voor € 11.553,132,- belast zijn met hypothecaire inschrijvingen. Bij het verkopen van de onder punt 3.2 genoemde 502 HA is in totaal € 10.310.323,21 aan de respectievelijke hypotheekhouders uitbetaald, met dien verstande dat van dit laatste bedrag € 2.996.319,93 vooralsnog in depot is geplaatst vanwege een tweetal disputen.edragdepot is geplaatst.totaal  in totaal € 20.310.323,21 aan de respectievelijke hypotheekhouders uitbetaald.n Overijs

3.4

Boedelbijdrage

Nu de opbrengst van de grond de hypothecaire vorderingen te boven ging, heeft de boedel jegens de hypotheekhouders geen aanspraak gemaakt op een boedelbijdrage cfm heersende jurisprudentie.

Omdat op de 502 HA verkochte gronden een zakelijk recht van vruchtgebruik ten gunste van de Stivru was gevestigd en de gronden met behoud van dit recht feitelijk onverkoopbaar waren, zijn de curatoren met de Stivru overeengekomen dat laatstgenoemde afstand van haar recht van vruchtgebruik op deze gronden zou doen waar tegenover de overwaarde tussen de boedel (van Gin Grondexploitatiemaatschappij) en Stivru gelijkelijk is verdeeld.

 

Werkzaamheden

Algemeen:

Inventarisatie van het onroerend goed heeft plaats gevonden. Verdere inventarisatie dient nog plaats te vinden. Zo dienen o.a. de volgende rechten nog vastgesteld te worden omdat deze mede van invloed zullen zijn op de waarde van de gronden:

-          subsidieaanspraken richting de overheid

-          quota-rechten

-          jachtrechten

De waarde van de gronden, waarvan het blote eigendom berust bij GIN en het zakelijke recht van vruchtgebruik nagenoeg geheel bij de Stichting Vruchtgebruik Robinia, wordt mede beïnvloed door de waarde van de beplanting en daarmede de waarde van het vruchtgebruik. Deze waarde dient nog vastgesteld te worden.

 

a) gronden zonder subsidieregime:

Een deel van de grond (502 HA) waarop voor zover de curatoren bekend geen subsidierechten e.d. gevestigd waren en welke gelegen waren binnen de provincies Groningen en Overijssel werd bij inschrijving verkocht aan een drietal partijen/conglomeraten. De opbrengst bedroeg bijna 11,4 miljoen euro.

Ten behoeve van de verkooptransactie heeft de curator nog diverse werkzaamheden uitgevoerd, waaronder overleg met partijen, doorhalen hypotheken en beslagen etc.

 

b) gronden met subsidieregime:

Teneinde een beeld te verkrijgen van de rechten en verplichtingen aangaande deze gronden heeft de curator onderzoek verricht naar de toepasselijke wet- en regelgeving en het toepasselijke beleid. Daarnaast is onderzoek verricht naar de subsidieregimes en de vraag of aan de voorwaarden is voldaan.

Voorts is de planologische bestemming van de gronden van belang; zulks in verband met mogelijk bestemmingstechnisch strijdig gebruik van de gronden.

Om het vorenstaande te kunnen doen heeft de curator overleg gehad met het Ministerie van LNV en diverse Provinciën en gemeentes.

De inventarisatie heeft geleid tot een notitie waarin de juridische status van de subsidiegronden in uiteen is gezet. Deze notitie wordt als bijlage 1 aan dit verslag gehecht.

De verkoop van deze gronden vergt specialistische kennis. Daartoe zijn de juridische complexiteit, de aanspraken op subsidies en de beperkte afzetmarkt relevant.

In overleg met de Stivru, als vruchtgebruiker, zijn enkele gespecialiseerde makelaarskantoren benaderd om een offerte en een plan van aanpak voor de verkoop van deze gronden in te dienen. Op grond van de offertes en de plannen van aanpak zal een keuze gemaakt worden welke verkoopmakelaar de resterende gronden namens de boedel zal verkopen.

 

c) erfpacht:

De curator heeft onderzoek gedaan naar de verschillenden erfpachtpercelen. Als verpachters treden een tweetal particulieren partijen en Staatbosbeheer op. De curator is in overleg met de verpachters, waaronder Staatsbosbeheer, over de afwikkeling van de erfpacht. Curator streeft ernaar om de erfpachtovereenkomst met “gesloten beurzen” te beëindigen.meraten. De opbrengst bedre inschrijving verkocht aachten e.d. gevestigd waren en welke gelegen

 

Bedrijfsmiddelen

3.5

Beschrijving

Naar de bestuurder mededeelde zijn er geen bedrijfsmiddelen, behoudens een geringe inventaris in de bedrijfsruimte te Veldhoven.

3.6

Verkoopopbrengst

-

3.7

Boedelbijdrage

-

3.8

Bodemvoorrecht fiscus

Fiscus stelt vooralsnog geen vorderingen op GIN te hebben.

 

Werkzaamheden

-

 

Voorraden / onderhanden werk

3.9

Beschrijving

De curatoren is gebleken dat ongeveer 13 m3 hout aanwezig is bij een opslagbedrijf.

3.10

Verkoopopbrengst

€ 1.800,--

3.11

Boedelbijdrage

-

 

Werkzaamheden

Het hout, dienend voor een “parketvloer” met een oppervlakte ong. 500 m2  wordt door de curatoren in de markt te koop aangeboden.

De aangetroffen voorraad parket is na een moeizame verkoop aan een particulier verkocht.

 

Andere activa

3.12

Beschrijving

a) bankgaranties:

GIN had via de Bank twee bankgaranties verstrekt voor € 325.000,- Na faillissement is reeds één garantie van € 245.000,- uitbetaald.

 

b) kwekersrechten:

GIN bleek een kwekersrecht te hebben op de rassen MTC01 en MTC02. De markt voor dergelijke rechten is beperkt. De kwekersrechten zijn verkocht voor een bedrag ad. € 1.190,-- inc. omzetbelasting.

3.13

Verkoopopbrengst

a)      € 69.000,-- terug gevloeid naar boedel;

b)     € 1.190,-- inc. omzetbelasting;

 

werkzaamheden

a)      De tweede bankgarantie, groot € 84.000,- is voor een bedrag van € 69.000,- in de boedel van Groen Invest BV gevloeid nadat een schikking werd bereikt met de heer G., een bewoner in de buurt van één perceel over overlast e.d.

b)     Overleg met potentiële kopers en het opstellen van een koopovereenkomst met akte van overdracht.

 

4

Debiteuren

 

 

 

4.1

Omvang debiteuren

Uit de ter beschikking gestelde financiële gegevens blijkt dat de GIN vennootschappen diverse substantiële vorderingen op gelieerde en/of op de Stichting Vruchtgebruik gelieerde (buitenlandse) (rechts) personen bezit, welke overigens niet gesecureerd zijn door zekerheden. De omvang van deze – vermoedelijk grotendeels oninbare - vorderingen bedraagt ongeveer € 4.486.327,-.

Volgens de balans heeft GIN ook € 3.559.996,07 te vorderen van Eurl Robinier doch deze vordering is op 14 oktober 2004 feitelijk om niet, maar kennelijk wel ter bescherming van de participanten overgedragen aan de Stichting Vruchtgebruik Robinia. Deze stichting is eveneens in 1996 opgericht met als doel: “het overnemen van alle rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de door de GIN afgesloten participatieovereenkomsten, op een daartoe dienstige wijze, ter bescherming van de belangen van de participanten”.

Tenslotte heeft GIN vanwege privé-opnames althans niet zakelijke opnames van de bestuurder tenminste € 2.389.759,55 te vorderen. Eventuele tegenvorderingen van de heer Van der Heijden op de vennootschap zijn blijkens een afgegeven verklaring d.d. 9 augustus 2004 achtergesteld ten opzichte van de andere verplichtingen van de vennootschap, zodat de bestuurder tot betaling van voornoemd bedrag is gesommeerd. De bestuurder betwist de verschuldigdheid van voormeld bedrag en weigert deze aan de boedel te voldoen. De curator betrekt e.e.a. in de procedure aangaande bestuurderaansprakelijkheid.

Indien de balans alleen al met de in deze alinea genoemde bedragen gecorrigeerd wordt leidt zulks tot een gecumuleerd verlies van ruim 21 miljoen euro, zodat een faillissement al langere tijd onafwendbaar was, zeker indien men zich realiseert dat op de balans geen voorziening was getroffen ter zake de participatie-verplichtingen waaronder de verstrekte inbrenggaranties.

Volgens de ter hand gesteld administratie is er ook nog ongeveer 400.000 euro van handelsdebiteuren te vorderen , hoewel de directie aangaf niet te weten wie deze gelden verschuldigd zijn.

Door het Ministerie van Land, Natuurbeheer en Visserij zijn diverse subsidiebeschikking afgegeven. Medio 2004 heeft GIN een deel van deze subsidieaanspraken contant weten te maken via het Groenfonds waarbij laatstgenoemde aan GIN ongeveer € 3.000.000,- heeft overgemaakt. Hoewel deze subsidies verstrekt zijn ten behoeve van het onderhoud en de instandhouding van de bossen(bestemming), kregen zij na uitbetaling daarvan een daarvan afwijkende bestemming.  Hoewel een deel contant gemaakt is en uitbetaald is, vermeld de balans van GIN nog een bedrag van € 4.961.340,- aan te vorderen subsidies. Uit onderzoek blijkt dat er in totaal nog € 4.769.734,65 aan subsidies (verspreid over vele jaren) te ontvangen is.

4.2

Opbrengst tot heden

Nihil

4.3

Boedelbijdrage

n.v.t.

 

Werkzaamheden

De subsidieaanspraken vormen voorwerp van onderzoek.

Zoals in alinea 3 is weergegeven is het overgrote deel van de gronden waarop geen subsidieaanspraken zitten verkocht. De gronden waaraan mogelijk subsidierechten en/of zakelijke verplichtingen kleven zijn geïnventariseerd. Voor zover aan de subsidievoorwaarden is / wordt voldaan heeft de boedel nog recht op € 4.769.734,65. Op dit moment is de boedel in afwachting van een standpunt van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij om te vernemen in hoeverre tot dusverre aan de subsidievoorwaarden is voldaan. Voordat de curatoren deze gronden al dan niet met subsidieaanspraken kunnen verkopen dient duidelijk te zijn in hoeverre aan de subsidievoorwaarden is voldaan en waaruit eventuele toekomstige verplichtingen bestaan. Voorts hebben de curatoren inmiddels met diverse (overheids)partijen gesproken die aangaven belangstelling te hebben voor deze gronden. Op basis van de huidige inzichten zullen de curatoren de resterende gronden, wederom te verdelen in kavels, via een inschrijvingsprocedure – waaraan een ieder kan deelnemen – verkopen, zodra de aanspraken / verplichtingen ten aanzien van deze gronden vaststaan.ng te hebben voor deznge 

Voor een verdere afwikkeling verwijst de curator naar onderdeel 3.1. e.v. van dit verslag en de bijlagen.

 

Omdat de gefailleerde vennootschappen volgens de eigen administratie substantiële vorderingen hebben op een drietal gelieerde, Belgische vennootschappen en deze vennootschappen er geen blijk van gaven deze respectievelijke vorderingen te kunnen voldoen heeft de Belgische Rechtbank van Koophandel een voorlopige bewindvoerder aangesteld binnen deze vennootschappen, respectievelijk Lefra B.V.B.A., Tilia NV en Grootenhout NVfra B.v.b.. De beslissing van de Rechtbank van Koophandel vormt een voorlopige beslissing zulks vooruitlopend op een in te dienen faillissementsaanvraag, welke aanvraag namens de curatoren zal worden ingediend.

De curator heeft met behulp van een Belgische raadsman de faillissementen van Lefra BVBA en Grootenhout NV gerealiseerd. De procedure tot faillietverklaring van Tilia NV is nog lopende. Recent heeft Tilia N.V. aan de Belgische fiscus een substantieel bedrag betaald, kennelijk met de bedoeling om het faillissement van Tilia N.V. te voorkomen. De Belgische rechter heeft nog geen definitieve beslissing genomen aangaande de faillissementsaanvraag van Tilia N.V. de subsidievoorwaas de boedel in afwachting van eens standpunt vanichtingen kleven zijn geten nden waarop geen subsidieaanspraken zitten verkocht. De gronden waarop aansprak

 

5

Bank / zekerheden

 

 

 

5.1

Vorderingen van de bank(en)

Voor zover bekend geen.

5.2

Leasecontracten

Vooralsnog niet van gebleken.

5.3

Beschrijving zekerheden

Op bijlage 2 bij het eerste verslag zijn alle zekerheden (hypothecaire inschrijvingen) vermeld.

5.4

Separistenpositie

Volgorde hypothecaire inschrijvingen:

20 maart 2000: de heer Van der Heijden

26 januari 2001: mevrouw De Leeuw (inmiddels afgelost / in depot)

20 januari 2004: Stichting Groenfonds (inmiddels afgelost)ldaanplichtingen ten aanzien van deze grde gronden, wederom te verdelen

25 februari 2004: Stichting Groenfonds (inmiddels afgelost)

27 september 2006: Stichting Vruchtgebruik Robinia g niet doorgehaald)schrijving op de resterende gronden n

25 augustus 2008: Green Principal B.V. (inmiddels afgelost)

5.5

Boedelbijdragen

N.v.t.

5.6

Eigendomsvoorbehoud

N.v.t.

5.7

Reclamerechten

n.v.t.

5.8

Retentierechten

n.v.t

 

Werkzaamheden

 

 

6

Doorstart / voortzetten

 

 

 

Voortzetten

6.1

Exploitatie / zekerheden

n.v.t.

6.2

Financiële verslaglegging

 

 

Werkzaamheden

 

 

Doorstart

6.3

Beschrijving

n.v.t.

6.4

Verantwoording

 

6.5

Opbrengst

 

6.6

Boedelbijdrage

 

 

Werkzaamheden

 

 

7

Rechtmatigheid

 

 

 

7.1

Boekhoudplicht

Hoewel 7 aan elkaar gelieerde vennootschappen in staat van faillissement verkeren, bestaat er slechts één kennelijk, onvolledige, financiële administratie zodat de rechten en verplichtingen van GIN ten opzichte van derden maar ook in de onderlinge concernverhouding niet op een eenvoudige wijze gekend kunnen worden. Daarmee voldoet de administratie niet aan hetgeen wettelijk vereist is.

7.2

Depot jaarrekeningen

Volgens de Kamer van Koophandel is de jaarrekening over 1999 de laatst gedeponeerde definitieve jaarrekening. Nadien zijn kennelijk slechts voorlopige jaarrekeningen ingediend. Voor zover de voorlopige als definitief aangemerkt kunnen worden is de jaarrekening over 2005 te laat gedeponeerd en zijn de jaarrekeningen over 2006 en 2007 in het geheel niet gedeponeerd.

7.3

Goedk. Verkl. Accountant

Niet aanwezig.

7.4

Stortingsverplichting aandelen

Wordt in verband met eventuele verjaringstermijnen niet onderzocht.

7.5

Onbehoorlijk bestuur

Nu de laatste jaren niet voldaan is aan de deponeringsverplichting bestaat er een onweerlegbaar wettelijk vermoeden van wanbeleid hetgeen vermoed wordt een belangrijke oorzaak te zijn van het faillissement. Tegen de bestuurder is een procedure betreffende de bestuurdersaansprakelijkheid aanhangig. Op 9 juni 2010 heeft de bestuurder in deze procedure de zogenaamde conclusie van antwoord ingediend. Bij incidenteel vonnis heeft de Rechtbank de curator opgedragen bepaalde, verzochte administratieve bescheiden aan de bestuurder ter hand te stellen, zulks met veroordeling van de bestuurder in de kosten van dit incident. Dit laatste omdat de curator nimmer weigerachtig is geweest om deze gegevens ook buiten rechte aan de bestuurder te overhandigen.

7.6

Paulianeus handelen

Vormt voorwerp van onderzoek.

 

Werkzaamheden

De curatoren hebben de bestuurder inmiddels aansprakelijk gesteld voor het volledige tekort en daartoe – voor zover mogelijk – passende rechtsmaatregelen getroffen. Voorts zijn de curatoren een strafrechtelijke aangifte jegens de heer Van der Heijden aan het voorbereiden.

De curator heeft inmiddels strafrechtelijk aangifte gedaan jegens Van der Heijden. Op dit moment vindt, naar de curator aanneemt, het strafrechtelijke onderzoek plaats.

 

 

8

 Crediteuren

 

 

 

8.1

Boedelvorderingen

P.M.

8.2

Pref. Vord. van de fiscus

Tot op heden : € 65.685,84 (m.n. in Groen Invest B.V.)

8.3

Pref. Vord. van het UWV

Tot op heden :€ 80.181,72 (Grond Expl. Mij B.V.)

8.4

Andere pref. Crediteuren

P.M.

8.5

Aantal concurrente crediteuren

Er zijn meer dan 5.000 participanten die gelden hebben ingelegd bij GIN. Het merendeel van deze participaties is gefinancieerd met een daarop afgestemde persoonlijke lening, ondergebracht bij de IDM-Bank.

8.6

Bedrag concurrente crediteuren

De hoogte van de totale concurrente schuldenlast (excl. die van de separatisten) zal ongeveer 70 miljoen euro bedragen. Tot op heden zijn voor ongeveer € 38.000.000,- aan vorderingen ter verificatie aangemeld.

8.7

Verwachte wijze van afwikkeling

Op dit moment is nog steeds niet duidelijk of en in welke mate de crediteuren, waaronder de participanten, iets van hun vordering respectievelijk inleg betaald zullen zien. De curatoren dienen eerst uitvoerig onderzoek te doen naar de omvang en de (over)waarde van de diverse vermogensbestanddelen (m.n. de gronden). Uit voorlopig onderzoek blijkt wel dat de crediteuren/participanten er ernstig rekening mee moeten houden dat zij hun vorderingen niet of slechts voor een zeer gering deel betaald zullen krijgen. Aan de participanten zijn door GIN zgn. inleggaranties en/of houtvolumegaranties verstrekt, welke en niet op de balans gepassiveerd zijn en welke feitelijk inhoudsloos zijn.

De curator merkt op dat teneinde tot afwikkeling van dit faillissement te komen de samenwerking met stichting Stivru noodzakelijk is. Stivru behartigt de belangen van de participanten; die het leeuwendeel van de crediteuren vormen. Met (de advocaat van) het bestuur van de Stivru vindt periodiek en voor zover nodig tussentijds overleg plaats in het kader van de afwikkeling, zowel aan de zijde van de boedels als aan de zijde van de Stivru. Als bijlage 3 wordt een publicatie d.d. 6 mei 2010, geplaatst op de website www.stivru.nl bijgevoegd.

Met instemming van de crediteurencommissie heeft de rechter-commissaris mr. Poelman op 8 maart 2010 op verzoek van de curator toestemming verleend om de faillissementen van:

  • Groen Invest Nederland (GIN) B.V.
  • GIN Vastgoed B.V.
  • GIN Bomenexploitatiemaatschappij B.V.
  • GIN Exploitatiemaatschappij B.V. en
  • GIN Grondexploitatiemaatschappij geconsolideerd af te wikkelen.

Voorts heeft de curator met het bestuur van de Stivru afgesproken om zoveel mogelijk gezamenlijk “op te trekken” om dubbele, extra kosten te voorkomen en te zijner tijd bij gelegenheid van een mogelijke uitdeling eveneens – voor zover mogelijk – een op elkaar afgestemd afwikkelplan te maken, uiteraard met inachtneming van de wettelijke voorschriften.

 

Werkzaamheden

De participanten zijn allemaal via een mailing benaderd. Mede omdat er meerdere verschillende participatieovereenkomsten bestaan, die allemaal op verschillende tijdstippen zijn aangegaan en een deel van de participanten wel een geringe tussentijdse kapopbrengst tegemoet kon zien, zal het vaststellen van de hoogte van ieders vordering – voor zover nodig - een “monnikenwerk” worden.

N.a.v. een op 12 mei 2009 daartoe ingediend verzoek heeft de Rechtbank op 19 mei 2009 een voorlopige crediteurencommissie benoemd. De Rechtbank heeft tot leden van deze commissie, die advies aan de curatoren kan verstrekken,  benoemd :

1.      de Stichting Gin Schade

2.      de Stichting Vruchtgebruik Robinia

3.      de Stichting Beleggers GIN.

Daar waar nodig of wenselijk heeft de curator overleg met de crediteurencommissie.

 

9

Procedures

 

 

 

 

9.1

Naam wederpartijen

  1. Dhr. Van der Heijden
  2. Mw. De Leeuw
  3. Green Principal B.V.
  4. Koppert-Donkerbroek B.V.
  5. Koppert-Donkerbroek B.V. (Kort Geding procedure)
  6. Funke-Kaiser

9.2

Aard procedures

Sub.

  1. Bestuursaansprakelijkheid ex. artikel 2:248 BW
  2. Rechtsvraag in hoeverre bepaalde kosten en rentes onder het bedongen hypotheekrecht vallen (belang € 1.012.926,93)
  3. De vraag in hoeverre een lening van € 1.700.000,- wel of niet door hypotheek gedekt wordt. (belang € 1.983.393,-)
  4. De vraag of de gronden van GIN werden verpacht op basis van een mondeling overeenkomst met een verlengingsoptie.
  5. Kort Geding vordering om de resterende gronden ter beschikking te stellen van de “pretense pachter”.
  6. Vordering van een individuele crediteur jegens de boedel / IDM Bank.

9.3

Stand procedures

Sub.
  1. Staat voor oordeel wel of niet comparitie van partijen
  2. De curator heeft inmiddels met goedkeuring van de crediteurencommissie en de Stivru, doch nog onder voorbehoud van goedkeuring Rechter-commissaris een schikking getroffen met mw. De Leeuw
  3. Comparitie staat gepland op 28 oktober 2010.
  4. Comparitie moet nog gepland worden.
  5. Bij vonnis in K.G. werd de vordering van Koppert-Donkerbroek B.V. afgewezen.
  6. Funke Kaiser werd om meerdere redenen niet ontvankelijk verklaard en voor het overige werd de procedure door de rechtbank geschorst.

 

werkzaamheden

Sub.

1.        Na een incidentele procedure ex. art. 843a Rv heeft de curator diverse delen van de administratie ter beschikking gesteld aan Van der Heijden. De kosten van het incident zijn voor rekening gekomen van Van der Heijden.

2.         Onderzoek naar de onderliggende rechtsvraag en overleg met de advocaat van mw. De Leeuw, hetgeen uiteindelijk tot een voorwaardelijk schikking heeft geleid.

3.         De curator heeft een conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie ingediend.

4.         De curator heeft verweer gevoerd tegen de vordering, door het indienen van een conclusie van antwoord voor de Pachtkamer van de Rechtbank te Groningen.

5.         Voorts heeft op vordering van Koppert een kort geding plaatsgevonden over dezelfde vraag. De vordering van Koppert werd daarbij afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.

6.         Om redenen van boedelbelang heeft de curator mr. Te Biesebeek geen verweer gevoerd jegens deze vordering.

 

 

 

 

 

10

Overig

 

 

 

 

10.1

Termijn afwikkeling faillissement

Is in belangrijke mate afhankelijk van de wijze van verkoop van de gronden en het tijdstip waarop. De curator verwacht dat de uiteindelijke afwikkeling en eventuele uitdeling niet eerder dan in 2012 kan plaats vinden.

10.2

Plan van aanpak

1.      Realiseren faillissement Tilia NV

2.      Voortzetten / entameren genoemde procedures

3.      Verkoop overblijvende activa (gronden);

4.      Onderzoek / afwikkelen overig actief;

5.      Overleg Stivru / crediteurencommissie;

6.      Gebruikelijke werkzaamheden.

10.3

Indiening volgend verslag

Medio november 2010

 

werkzaamheden

Correspondentie, verslaglegging en overleg met de Rechter-Commissaris.

 

 

Budel, 11 juni 2010,

 

 

mr. G. te Biesebeek

curator

 

Disclaimer:

Het openbaar verslag is geen prospectus of jaarrekening. Hoewel de informatie in dit openbaar verslag zo zorgvuldig mogelijk is samengesteld, staan de curatoren niet in voor de volledigheid en juistheid daarvan. Mogelijk is immers dat o.a. bepaalde informatie nog niet beschikbaar is, nog niet geopenbaard kan worden, of – achteraf – bijgesteld dient te worden. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor de in dit verslag geschetste perspectieven voor crediteuren. Aan dit verslag kunnen derhalve geen rechten worden ontleend.

 


Bijlage 1 bij 3e verslag

 

(SUBSIDIE)GRONDEN GIN GRONDEXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ B.V.

 

 

Inleiding:

 

Na het faillissement van Groen Invest Nederland (GIN) B.V., hierna “Groen Invest”, en het daaraan gelieerde GIN Grondexploitatiemaatschappij B.V., hierna: “Grondexploitatiemaatschappij”, heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de in Nederland gelegen gronden.

 

Die inventarisatie op basis van de kadastrale gegevens had als slotsom een areaal van 764 ha 63 a 94 ca in eigendom en 66 ha 51 a 97 als erfpacht. 

 

De gronden in eigendom, met name gelegen in Noord-Nederland kunnen grofweg worden ingedeeld in gronden met en gronden zonder subsidieaanspraken. Teneinde de voortgang in het proces te behouden zijn eind 2009 de gronden zonder subsidieaanspraken, groot 502 ha 24 a 19 ca, verkocht. In dat proces zijn tevens de hypotheekhouders, De Leeuw-Verheij, Nationaal Groenfonds, Green Principle B.V. en STIVRU, ingelost. Het vorenstaand impliceert dat de hypotheken op de subsidiegronden, groot 263 ha 33 a 12 ca, geroyeerd kunnen worden.

 

Subsidiegronden:

 

Als bijlage 2 is bijgevoegd een overzicht van de subsidiegronden, met daarin de diverse gegevens en bijzonderheden genoemd. In het kader van de nog te schetsen Subsidieregeling, zijn de gronden in verschillende gebieden met een eigen subsidienummer ingedeeld. De volgende gebieden zijn daarbij een subsidienummer toegekend:

 

Friesland:

Bremer Wildernis       4601096          08 ha 12 a 20 ca

Poasen                        4601100          26 ha 58 a 80 ca

Elsloo                         4601098          31 ha 50 a 20 ca

Makkinga II               4601099          36 ha 19 a 00 ca

Makkinga (I)[1]             -                      15 ha 60 a 60 ca

Bontebok                    4378319          11 ha 07 a 10 ca

           

Groningen:

Garrelsweer[2]               4605194          63 ha 78 a 91 ca

Musselkanaal              4071911          20 ha 17 a 85 ca

Barlagerweg               4071909          06 ha 78 a 10 ca

 

Drenthe:

Eesergroen                  4284481          07 ha 80 a 50 ca

Borger                        -                      03 ha 10 a 25 ca


 

Veenesluis                  4597236          11 ha 64 a 46 ca

Grolloo                       4596686          08 ha 98 a 50 ca

Schapendijk                4597239          11 ha 40 a 50 ca

Zweeloo[3]                    -                      00 ha 56 a 15 ca

                                                           ============

                                   Totaal:           263 ha 33 a 12 ca                    

 

Juridisch kader:

 

Het Programma Beheer van het Ministerie van LVN is erop gericht om agrariërs en particulieren actief te betrekken bij het instandhouden en ontwikkelen van natuur. Particulier natuurbeheer is een van de manieren waarop de overheid de Ecologische Hoofdstructuur wil realiseren.

 

Een eerste aanzet daartoe was de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 (Stcrt. 1999, no. 252). Per 1 januari 2007 is de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 overgegaan van het Rijk naar de provincies. Vanaf dat moment is door de provincies gewerkt aan een herziening van het systeem met als doel een nieuw, eenvoudig en efficiënt sturingstelsel of systematiek voor een duurzame en robuuste uitvoering van het beheer van natuur en landschap in het landelijk gebied (Omvorming Programma Beheer).


Per 1 januari 2010 is de PSN overgegaan in het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (SNL).

 

Binnen de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000, hierna “SN 2000”, zijn een drietal vormen van subsidies van belang. Te weten de subsidie functieverandering, de inrichtingssubsidie en de beheerssubsidie:

 

Subsidie functieverandering: de functieverandering van landbouwgronden naar natuur en bos door de ontwikkeling van basis- of pluspakketten.

Inrichtingssubsidie: de ontwikkeling en omvorming van basis- of pluspakketten, onderscheidenlijk de aanleg of het herstel van landschapspakketten, door middel van maatregelen met een eenmalig karakter, die rechtstreeks en direct de fysieke condities of kenmerken van de desbetreffende terreinen wijzigen, of door middel van beheer, zonder welke wijzigingen en beheer de daarop volgende instandhouding van basis- of pluspakketten, onderscheidenlijk landschapspakketten niet mogelijk is.

Beheerssubsidie: de instandhouding van basis- of pluspakketten.

 

Kort en goed komt de subsidie functieverandering erop neer dat bij de blijvende omvorming van landbouwgrond naar bos / natuur de economische waarde van het perceel daalt. Om deze waardedaling te compenseren wordt de subsidie functieverandering verstrekt.

 

Na verlening van de subsidie functieverandering wordt ex. art. 46 SN 2000 een overeenkomst gesloten, inhoudende:

           

a)      de verplichting van degene aan wie de grond toebehoort de desbetreffende landbouwgrond niet te gebruiken of te doen gebruiken met het oog op de uitoefening van de landbouw, en overigens datgene na te laten wat de ontwikkeling of instandhouding van het betrokken basis- of pluspakket op de desbetreffende grond in gevaar brengt;

b)      dat die verplichting zal overgaan op degenen die de grond onder bijzondere titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen, en;

c)      dat de overeenkomst zal worden ingeschreven in de openbare registers.

 

De voormelde verplichtingen zijn vervat in een Kwalitatieve verplichtingen op de percelen.

 

In artikel 5 van de kwalitatieve verplichting is een sanctie opgenomen voor niet-naleving van de verplichtingen:

 

1.      Indien de beheerder één of meer bepalingen van artikel 3 van deze akte niet nakomt, kan de Staat de overeenkomst ontbinden danwel nakoming vorderen.

2.      Als de Staat de overeenkomst ontbindt naar aanleiding van niet-nakoming van één of meer bepalingen van artikel 3 van deze akte door de beheerder, is de beheerder een direct opvorderbare boete verschuldigd van ten hoogste tweeëntwintig duizend zeshonderd negenentachtig euro en een eurocent (EUR 22.689,01) vermenigvuldigd met het aantal hectares, bedoeld in artikel 2, ten behoeve van de Staat, met bevoegdheid voor deze daarnaast betaalde subsidies op grond van de regeling vermeerderd met de wettelijke rente terug te vorderen. De beheerder is verplicht om het terrein in de staat te herstellen waarin het verkeerde voor de niet-nakoming van één of meer der bepalingen van artikel 3 van deze akte, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom ten belopen van ten hoogste vierhonderd drieënvijftig euro en achtenzeventig eurocent (EUR 453,78) vermenigvuldigd met de hierboven genoemde aantal hectares, bedoeld in artikel 2, voor iedere week dat de beheerder één of meer der bepalingen van artikel 3 van deze akte niet naleeft.

 

Stand van zaken subsidiegronden:

 

De subsidie functieverandering wordt verleend vijf aaneengesloten tijdvakken, met een looptijd van 30 jaar. Het uitvoerend orgaan, Dienst Regeling, heeft de curator informatie verstrekt op grond waarvan de aanspraken opgesomd in bijlage 2 berekend zijn.

 

Gerechtigde subsidie:

 

Gerechtigd tot de ontvangst van de subsidie voor functieverandering is de aanvrager daarvan, dat zijn afwisselend Grondexploitatiemaatschappij of GIN Bomenexploitatiemaatschappij B.V., hierna “Bomenexploitatiemaatschappij”. De subsidies zijn niet eenduidig aangevraagd.

 

Daarbij is relevant dat een gedeelte van subsidies indertijd contant zijn gemaakt via het Nationaal Groenfonds. Concreet werd zulks uitgewerkt dat Grondexploitatiemaatschappij / Bomenexploitatiemaatschappij een contant bedrag ontving, in ruil waarvoor de vordering op de Staat werd gecedeerd aan het Groenfonds en het Groenfonds voorts een recht van hypotheek op de gronden verkreeg.

 

Nu het Groenfonds in het kader van de eerste transactie volledig is voldaan, kan het hypotheekrecht van Groenfonds worden doorgehaald en is de cessie ongedaan gemaakt. Aldus komen de subsidiegelden aan de onderscheidenlijke boedels van Grondexploitatiemaatschappij en / of Bomenexploitatiemaatschappij toe.

 

Ruimtelijke regelgeving:

 

In artikel 42 SN 2000 is bepaald dat de subsidie functieverandering uitsluitend wordt verstrekt indien de beheerder de benodigde vergunningen of documenten heeft die functieverandering van het terrein waarvoor de subsidie wordt aangevraagd mogelijk maken. Cruciaal daarbij is de bestemming van de gronden in het bestemmingsplan. Immers, zonder een bestemming “Bos”, of soortelijk, is het bewaren van een houtopstand in strijd met het bestemmingsplan en kan de gemeente in beginsel handhaven. Met betrekking tot de gebieden Poasen, Makkinga II en Elsloo kunnen zich hier mogelijk problemen voordoen.

 

Bij brief d.d. 20 april 2006 heeft de gemeente Oosstellingerwerf geen vrijstelling ex art. 19 Wet op de Ruimtelijk Ordening (oud) te verlenen om bos mogelijk te maken.

De bestemming van het gebied Poasen is onbekend.

 

Voorzover bekend doen zich bij overige gebieden geen problemen met betrekking tot het bestemmingsplan voor.

 

Categorieën gronden:

 

Gelet op vorenstaande zijn de gronden als bovenstaande weergegeven in verschillende categorieën op te delen:

 

1.      de subsidiegronden met een aanspraak op functieverandering subsidie, waarbij voor zover bekend aan alle vereisten is voldaan:

-          Bremer Wildernis;

-          Bontebok;

-          Musselkanaal;

-          Barlagerweg;

-          Eesergroen;

-          Veensluis;

-          Grolloo;

-          Schapendijk.

 

2.      de subsidiegronden met een aanspraak op functieverandering subsidie, waarbij mogelijk niet aan alle vereisten is voldaan (bestemmingsplan, inplanting etc.):

-          Poasen;

-          Makkinga II;

-          Elsloo.

 

3.      Het gebied met een aanspraak op beheersubsidie, welke subsidie kan worden overgenomen door een koper:

-          Garrelsweer.

 

4.      Gebieden welke vrij verkoopbaar zijn zonder subsidies:

-          Makkinga;

-          Borger;

-          Zweeloo.

 

Voorlopige waardering van de gronden:

 

Categorie 1: de waarde van deze gronden is gelijk aan de prijs van natuurgrond / bosgrond. De grond kan niet als landbouwgrond gebruik gaan worden gelet op de kwalitatieve verplichting en de plicht tot herplanten op grond van de Boswet. De extra waarde is te vinden in de subsidieaanspraken die nog bestaan. Het duurt evenwel nog een 23-24 jaar voor deze aanspraken zijn uitgekeerd. Om die reden is de curator voorshands van mening dat deze gronden verkocht moeten worden met de subsidieaanspraak om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen. De verdere verantwoordelijkheid kan dan ook bij de koper worden neergelegd.

 

Categorie 2: met betrekking tot deze gronden doen zich verschillende problemen voor. Agrarisch gebruik is niet mogelijk op grond van de kwalitatieve verplichting; het aanplanten van bomen leidt tot een mogelijke strijdigheid met het bestemmingsplan, terwijl het niet aanplanten in strijd is met de subsidie-vereisten.

Inmiddels is voorgesteld om met LNV een schikking te treffen over het terugbrengen van deze gronden naar agrarisch. Voorzover bomen zijn geplant bestaat een mogelijk herplantplicht op grond van de Boswet.

 

Categorie 3: een waarde van natuur / bos.

 

Categorie 4: Het is de curator onbekend of de gebieden Makkinga en Borger zijn aangeplant met bomen. De curator is voorshands van mening dat potentiële kopers zelf de status van deze gronden kunnen onderzoeken. De ervaringen bij de vorige verkoop hebben er toe geleid dat een marktconforme prijs te verwachten is.

Het perceel te Zweeloo betreft het 1/12e aandeel in een perceel. De curator dient nog te onderzoeken wat hieraan ten grondslag ligt.

 

 

Budel, 11 juni 2010

 

 


Bijlage 3 bij 3e openbare faillissementsverslag.

 

Bericht 6 mei 2010 zoals geplaatst op de website www.stivru.nl

 

De gronden in Nederland 

Na het faillissement van Groen Invest Nederland (GIN) B.V., hierna: GIN, en het daaraan gelieerde GIN Grondexploitatie Maatschappij B.V., hierna: GIN Grond, heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de in Nederland gelegen gronden.  Die inventarisatie leidde tot de conclusie dat Groen Invest Nederland circa 765 hectare grond in Nederland in eigendom had en circa 66 hectare in erfpacht. Op alle gronden was een recht van vruchtgebruik ten behoeve van Stivru gevestigd. De gronden in eigendom, met name gelegen in Noord Nederland, kunnen grofweg worden ingedeeld in gronden met en gronden zonder subsidieaanspraken.

Eind 2009 zijn de gronden zonder subsidieaanspraken, circa 502 hectare, verkocht. In dat proces zijn tevens de hypotheekhouders, De Leeuw – Verheij, Nationaal Groenfonds, Green Principal B.V. en Stivru, ingelost. De overwaarde van de gronden (het deel van de koopprijs dat resteerde na betaling van de hypotheekhouders) is tussen Stivru tegen afstanddoening van haar recht van vruchtgebruik en de GIN-boedels (de curator) gedeeld. Wat betreft de 263 hectare gronden met subsidieaanspraken – hierna: “subsidiegronden” – heeft de curator geïnventariseerd om welke gronden het gaat, welke subsidieaanspraken daaraan verbonden zijn tegen welke voorwaarden en hoe het best tot verkoop van de diverse categorieën gronden kan worden overgegaan. Daaromtrent zal op korte termijn overleg plaatsvinden met Stivru, de crediteurencommissie en de Dienst Regelingen van het Ministerie van LNV. Zowel de curator als Stivru zijn voornemens zo spoedig als mogelijk is de betreffende verkopen te realiseren. De curator heeft daarbij de leiding. Ten behoeve daarvan zal Stivru haar recht van vruchtgebruik op de betreffende gronden moeten prijsgeven maar de overwaarde van de gronden komt haar dan ook gedeeltelijk toe in ruil daarvoor.  Wat betreft de gronden in erfpacht zijn curator en Stivru in onderling overleg aan het onderzoeken wat de kosten en baten zijn van de erfpacht- en vruchtgebruiksrechten. Vervolgens zullen zij tot een standpuntbepaling komen aangaande de vraag of en onder welke voorwaarden afstand gedaan kan of moet worden van hun pachtrechten. 


De bezittingen in Frankrijk en Slowakije.


Groen Invest heeft destijds in Frankrijk en Slowakije via lokale kleindochtervennootschappen van Stivru bosgronden gekocht en nieuwe Robinia bossen aangelegd. De gronden in Slowakije hebben de functie van reserve areaal, de gronden in Frankrijk dienden deels als reserve areaal en deels als nieuwe participatiekavels die verkocht werden.  De Nederlandse vruchtgebruikconstructie kon in Frankrijk en Slowakije niet door Groen Invest worden toegepast. Daarom werd Stivru in die landen indirect eigenaar van de aandelen in de plaatselijke vennootschappen, die op hun beurt weer eigenaar waren van diverse bosgronden.

Stivru is voornemens de gronden in Frankrijk door de betreffende plaatselijke vennootschap te laten verkopen om de opbrengst van die gronden uiteindelijk aan Stivru ten goede te laten komen. Zij meent dat daarmee de belangen van de participanten het best behartigd worden, in de lijn van Stivru’s werkwijze en doelstelling. Van de bossen en het onroerend goed in Frankrijk en Slowakije zijn taxaties gemaakt die een leidraad vormen bij de verkoop.

Het onroerend goed in Slowakije staat inmiddels te koop.


Afwikkeling van de faillissementen van de GIN-maatschappijen 

Voor de stand van zaken in de diverse faillissementen verwijzen wij naar de website van de curator: www.groeninvest.nl. De curator pleegt veelvuldig overleg, niet alleen met de crediteurencommissie waarin ook een vertegenwoordiger van Stivru zitting heeft, maar ook met het bestuur van Stivru. Waar mogelijk wordt gezamenlijk opgetrokken om dubbele werkzaamheden te voorkomen en een zo hoog mogelijke opbrengst voor de crediteuren (waarvan de participanten het overgrote deel vormen) te realiseren. De diverse gronden moeten nog worden verkocht. Hierdoor zal de afwikkeling nog de nodige tijd vergen. Voortgang wordt daarbij zoveel als mogelijk is nagestreefd maar de verwachting is dat de afwerking nog wel twee jaar in beslag kan nemen.


Afwikkelplan en uitkeringen
 

Het antwoord op de vraag hoe hoog de uiteindelijke uitkering aan participanten zal zijn is op dit moment nog niet te geven. Dit omdat de uitkering o.a. afhankelijk is van de opbrengst uit de verkoop van de diverse onroerende goederen. De curator en Stivru streven ook op dit vlak zoveel mogelijk samenwerking na, opdat zij niet beiden dezelfde werkzaamheden verrichten. Er komt dan ook één afwikkelplan, voor zover mogelijk. De AFM heeft aangegeven geen rol voor haar te zien bij het beoordelen van een dergelijk plan. Stivru verwacht dat uiteindelijk circa 5 miljoen Euro ter verdeling over zal blijven. Stivru en Curator zullen zich binnenkort in een gezamenlijke brief tot de participanten richten.  

Voor de afwikkeling is het noodzakelijk dat Stivru en curator weten wie de participanten zijn. Daarover bestaat thans nog onvoldoende duidelijkheid omdat nog niet alle participanten zich gemeld hebben. Stivru verzoekt participanten met aanspraken op de houtopbrengst van bomen in Nederland en/of Frankrijk die zich nog niet aangemeld hebben dit als nog te doen. Dit kan door toezending van de complete naam en adres gegevens (waaronder e-mailadres) en toezending van een kopie van de participatie-akte (verleden voor een notaris) waaruit die aanspraken blijkt aan de curator per email (groeninvest@abenslag.nl) of per post (per adres Aben & Slag Advocaten t.a.v. mw. Van de Vorst, Postbus 2139, 6020 AC Budel).

 

 

 

 



[1] Voor dit perceel is aanvankelijk subsidie gevraagd, maar voor zover bekend is deze aanvraag ingetrokken.

[2] Dit betreft een beheersubsidie.

[3] 1/12e eigendom.