Van dit verslag is de digitale versie ter
publicatie aan rechtspraak.nl aangeboden. De inhoud daarvan is identiek aan de
inhoud van dit fysieke verslag.
Gegevens onderneming
|
De besloten
vennootschappen:
1.
FAM Beheer II B.V.,
2.
Groen Invest Nederland (GIN) B.V., handelende
onder de naam (h.o.d.n.) Gin Groengroeiplan en Gin Euro Groengroeiplan,
3.
Gin Exploitatiemaatschappij B.V., h.o.d.n.
Forest Parents Plan,
4.
Gin Grondexploitatiemaatschappij B.V.,
5.
Gin Bomenexploitatiemaatschappij B.V. h.o.d.n.
Gin Bosbouwmaatschappij
6.
Gin Research &
Development B.V.,
7.
Gin Vastgoed B.V., alle kantoorhoudende te Veldhoven, aan de Run nr.
5129 |
|
|
|
Faillissementsnummer
|
F 09/367 t/m F 09/373 |
|
Datum uitspraak |
11 mei 2009 (voorafgegaan door surseances van betaling d.d. 6/8
mei 2009) |
|
|
|
|
Curatoren |
- mr. S.H.F. Hoppenbrouwers (op eigen verzoek per
15 december
2009 gedefungeerd als curator) - mr. G. te Biesebeek |
|
Rechter-commissaris |
mr. M.G.A. Poelman |
|
|
|
|
Activiteiten onderneming |
Vanaf medio 1996 ( tot 2006) hielden de
vennootschappen (nader te noemen GIN) zich bezig met het aanbieden aan
particuliere beleggers van rechten op kapopbrengsten – na 8, 15 en 20
jaar – van oorspronkelijk in Nederland te kweken Robiniabomen op (vermeend)
geïndividualiseerde percelen (participaties) De participaties betreffen
uitsluitend een recht op de (kap)opbrengsten van de Robiniabomen en dus
uitdrukkelijk geen rechten op gronden en/of andere zakelijke rechten. In
totaal werd door GIN in (voornamelijk het Noorden van ) Nederland
ongeveer 800 HA grond beplant met Robinabomen. De percelen werden
nagenoeg geheel in eigendom verkregen en/of gepacht door GIN
Grondexploitatiemaatschappij B.V.. Enkele percelen behoren in eigendom
toe aan Groen Invest Nederland. In totaal werd ruim € 70 miljoen
ingelegd door particuliere beleggers, waarvan volgens de beschikbare
balans een nominaal bedrag van € 19.616.718,24 in Nederlandse gronden is
geïnvesteerd. Op het merendeel van deze gronden is een zakelijk recht
van vruchtgebruik ten behoeve van de Stichting Vruchtgebruik Robinia
gevestigd. Een deel van de inleg is ook besteed voor de aankoop van
gronden in Slowakije (150 HA) en Frankrijk ( 460 HA) en de aandelen (49
%) in een houtzagerij-fabriek in Hongarije. Voorafgaand aan het
uitspreken van het faillissement hebben curandi vergeefs geprobeerd de
gronden in Nederland te verkopen om met de opbrengst daarvan gronden (bestaande
bossen) te kopen in Roemenië. De buitenlandse gronden behoren toe aan
een tweetal buitenlandse vennootschappen waarvan de aandelen gehouden
worden door de besloten vennootschap Stivru B.V., waarvan de aandelen
merendeels gehouden worden door de eerdergenoemde Stichting
Vruchtgebruik Robinia. |
|
Omzetgegevens |
1996: fl.
4.499.900,- 1997: fl. 24.140.682,- 1998: fl. 34.523.957,- 1999: €
12.858.000,- 2000: €
10.323.000,- 2001: €
5.601.000,- 2002: €
2.969.654,- 2003: €
7.974.000,- 2004: €
1.294.000,- 2005: €
1.207.687,- 2006: €
1.100.000,- 2007: €
3.500.000,- 2008: €
140.000,- (m.n. te gelde maken provisie genererende portefeuille) |
|
Boedelrekeningen |
1.
FAM Beheer II B.V.: 862693004
2.
Groen Invest Nederland (GIN) B.V.: 862693365
3.
Gin Exploitatiemaatschappij B.V.: 936616458
4.
Gin Grondexploitatiemaatschappij B.V.: 936616725
5.
Gin Bomenexploitatiemaatschappij B.V. :
936616903
6.
Gin Research &
Development B.V.: 862694256
7.
Gin Vastgoed B.V.: 862694035 |
|
Gerealiseerd actief |
Sub 1: 0 2: €
94.331,73 3: 0 4: €
11.682.519,- 5: €
1.012,54 6: 0 7: 0 |
|
Actief per verslagdatum |
Sub 1: 0 2: €
20.948,11 3: 0 4: € 584.477,50 5: €
1.012,54 6: 0 7: 0 |
|
|
|
|
Personeel gemiddeld aantal |
40
à 4 Ten tijde van de aankoop van de gronden waren er
ongeveer 40 personen in dienst. Bij het uitspreken van het faillissement
nog 4 personen. |
|
|
|
|
Verslagperiode |
12 juni 2010
tot en met 31 december 2010 |
|
Bestede uren in verslagperiode |
Zie bijlage |
|
Bestede uren Totaal |
Zie bijlage |
|
1 |
Inventarisatie
|
|
|
|
1.1 |
Directie en organisatie |
Aan het openingsverslag is als bijlage 1 een
organigram gehecht. Uit dit organigram valt op te maken dat de Stichting
Vruchtgebruik Robinia en de daaraan gelieerde vennootschappen met hun
vermogen buiten het faillissement van GIN vallen. Sinds 1 mei 2004 voert de heer F.A.M. van der
Heijden, wonende te België via zijn houdstervennootschap alleen de
directie over de gefailleerde bedrijven. De aandelen in Groen Invest Nederland (GIN) B.V.
bevinden zich sedert 1998 in het vermogen van FAM Beheer II B.V. |
|
1.2 |
Winst en verlies |
Een gecumuleerd verlies van € 11.222.999,51 voor
balanscorrectie. |
|
1.3 |
Balanstotaal |
€ 48.124.293 na eliminatie afgeschreven goodwill. |
|
1.4 |
Lopende procedures |
Door GIN worden al dan niet te samen met de (oud)
bestuurders meerdere procedures, bij verschillende instanties, gevoerd
jegens o.a. :
-
De voormalige aandeelhouder(s) / bestuurders
(procedure is inmiddels geroyeerd)
-
het staatsbosbeheer
(procedure wordt geroyeerd)
-
Alterra B.V. n.a.v. een t.v. uitzending (procedure is inmiddels
beëindigd door de HR waarbij ontslag van instantie is verleend).
-
Een bewoner in de omgeving van één der gronden
betreffende overlast (procedure is beëindigd
onder treffen van een schikking waarbij € 69.000,- aan de boedel van
Groen Invest is voldaan)
-
De A.F.M. (Procedure is beëindigd)
-
De Stichting Vruchtgebruik Robinia (procedure is geschorst)
-
Een participant (procedure is geschorst)
-
De Stichting Gin Schade (procedure is geschorst) De procedures jegens de voormalige aandeelhouders
en Staatsbosbeheer zijn feitelijk allemaal gebaseerd op de stelling dat
de aan GIN verkochte gronden niet althans onvoldoende geschikt zijn voor
de teelt van Robinia hout. Op 4 mei 2009 heeft het NAI daarmede gepaard
gaande vorderingen van GIN afgewezen en GIN veroordeeld tot het betalen
van een bedrag groot ongeveer € 4.000.000,- aan een voormalige
aandeelhouder. |
|
1.5 |
Verzekeringen |
Voor zover er verzekeringsovereenkomsten waren
afgesloten zijn deze beëindigd.. |
|
1.6 |
Huur |
Voor zover curatoren bekend wordt een
bedrijfsruimte in Veldhoven en een bedrijfsruimte in Retie (België)
gehuurd. Dit pand wordt gehuurd van een gelieerde vennootschap.
Inmiddels heeft de Belgische rechtbank van Koophandel op verzoek van de
curatoren recent een voorlopige bewindvoerder aangesteld bij een drietal
gelieerde vennootschappen, waaronder de verhuurder. Behoudens de
verhuurder zijn de twee andere buitenlandse vennootschappen inmiddels in
staat van faillissement verklaard. Tilia N.V. waarvan door de curator
ook het faillissement is aangevraagd, heeft recent al dan niet via
derden een substantieel bedrag voldaan aan de Belgische Fiscus, zulks
kennelijk om een faillissement te voorkomen. |
|
1.7 |
Oorzaak faillissement |
Op 30 maart
2009 plaatste de AFM de volgende mededeling op haar website:
De AFM heeft
eind 2007 de vergunningaanvraag van Groen Invest afgewezen. Groen Invest
heeft in 2006 een vergunning van de AFM gevraagd voor het aanbieden van
beleggingsobjecten. De vergunningaanvraag is door de AFM afgewezen.
De AFM heeft
besloten om in het belang van de beleggers een Wft-curator te benoemen.
Dit is geen faillissementscurator. Deze curator heeft als opdracht Groen
Invest te helpen bij het afwikkelen en de belangen van de beleggers te
waarborgen. Groen Invest blijft zelf verantwoordelijk voor een goede
afwikkeling maar de curator kan in het belang van de beleggers besluiten
van Groen Invest goedkeuren of afkeuren.
Groen Invest
heeft aan geen van deze drie voorwaarden voldaan. Op 23 maart 2009 benoemde de AFM één stille
curator. Mede omdat het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) bij vonnis
van 4 mei 2009, zulks op vordering van een voormalige aandeelhouder,
Groen Invest Nederland (GIN) B.V. tot betaling van ongeveer €
4.000.000,- veroordeelde, zag het bestuur van Groen Invest Nederland
B.V. zich genoodzaakt om de surseance van betaling aan te vragen, welke
respectievelijk op 6 en 8 mei 2009 door respectievelijk de rechtbank te
’s-Hertogenbosch en de rechtbank te Utrecht werden verleend. Op 11 mei
2009 sprak de Rechtbank op instigatie van de bewindvoerders de
faillissementen van de vennootschappen uit. Na onderzoek
dienen curatoren te erkennen dat de conclusies van de AFM
(Groen Invest beschikt niet over voldoende financiële expertise
en kennis met betrekking tot de bedrijfsvoering van Groen Invest. Groen
Invest kan niet aantonen dat zij over een integere en beheerste
bedrijfsvoering beschikt) juist zijn en dat een faillissement feitelijk
al enkele jaren onafwendbaar was. Een faillissement lag in de lijn “van
de verwachting” omdat al jaren duidelijk was – mede door de aankoop van
voor bosbouw ongeschikte gronden – dat de aan de participanten
verstrekte garanties niet nagekomen konden worden. Voorts blijkt uit
onderzoek dat de directie van de vennootschappen de afgelopen jaren:
1.
substantiële bedragen (laatste 5 jaar ruim € 1,8 mio)
heeft besteed aan kosten voor juridische bijstand
2.
onverantwoorde, niet door zekerheden gesecureerde investeringen heeft
gedaan in het buitenland
3.
substantiële bedragen op niet zakelijke gronden onttrokken heeft aan de
vennootschappen. Het faillissement kent daarmede vermoedelijk
meerdere interne oorzaken. |
|
2 |
Personeel |
|
|
|
2.1 |
Aantal ten tijde van faillissementsdatum |
4 |
|
2.2 |
Aantal in jaar voor faillissement |
4 |
|
2.3 |
Datum ontslagaanzegging |
|
|
|
Werkzaamheden |
Personeel werd met machtiging van de R.C.
ontslagen. |
|
3 |
Activa |
|
|
|
3.1 |
Beschrijving |
Als bijlage 2 bij het openingsverslag is een
spread-sheet gehecht waarin de gronden in eigendom toebehorende aan GIN
Grondexploitatie B.V. zijn opgenomen inclusief de gegevens aangaande de
aankoopdata, de zakelijke rechten, de hypothecaire inschrijvingen en de
gelegde beslagen. Als bijlage 3 is aan het openingsverslag gehecht
een gelijkluidend spread-sheet waarin de gronden van Groen Invest
Nederland B.V. staan beschreven. Feitelijk kunnen de gronden grofweg in een drietal
categorieën verdeeld worden: a) gronden zonder subsidieregime (502 ha),
gelegen in de provincie Groningen: Deze gronden zijn conform het navolgende verkocht. b) gronden
met subsidieregime (263 ha) en enkele percelen grond vrij van subsidie
gelegen buiten de provincie Groningen/Overrijsel: Van het totale
areaal dat in eigendom is/was zijn ca. 263 ha zogenaamde
subsidiegronden. Voor deze gronden zijn subsidies verleend in het kader
van de subsidieregeling natuurbeheer. Voor deze gronden is nog sprake
van een aanspraak op subsidie, zie daartoe onderdeel 4 van dit verslag.
Aan dit 3e verslag wordt overzicht met de nog te verkopen gronden
gehecht. c) erfpacht (36 ha): Naast gronden in eigendom had
Grondexploitatiemaatschappij van een drietal partijen grond in erfpacht.
|
|
3.2 |
Verkoopopbrengst |
a)
Van het totale areaal dat in eigendom was/is
(765 HA) hebben de curatoren inmiddels ruim 502 HA (gelegen in Groningen
en Overijssel) verkocht voor in totaal 5 11.385.010,96.
b)
N.n.b.
c)
N.v.t. |
|
3.3 |
Hoogte hypotheek |
Op de gronden zijn meerdere hypotheken gevestigd
zulks voor een bedrag van in totaal € 21.579.180,-. Voor een bedrag van
€ 10.026.048,- hebben de hypothecaire inschrijvingen vermoedelijk geen
gevolg vanwege het ontbreken van onderliggende vorderingen, zodat de
gronden vermoedelijk materieel voor € 11.553,132,- belast zijn met
hypothecaire inschrijvingen. Bij het verkopen van de onder punt 3.2
genoemde 502 HA is in totaal € 10.310.323,21 aan de respectievelijke
hypotheekhouders uitbetaald, met dien verstande dat van dit laatste
bedrag € 2.996.319,93 vooralsnog in depot is geplaatst vanwege een
tweetal disputen. |
|
3.4 |
Boedelbijdrage |
Nu de opbrengst van de grond de hypothecaire
vorderingen te boven ging, heeft de boedel jegens de hypotheekhouders
geen aanspraak gemaakt op een boedelbijdrage cfm heersende
jurisprudentie. Omdat op de 502 HA verkochte gronden een zakelijk
recht van vruchtgebruik ten gunste van de Stivru was gevestigd en de
gronden met behoud van dit recht feitelijk onverkoopbaar waren, zijn de
curatoren met de Stivru overeengekomen dat laatstgenoemde afstand van
haar recht van vruchtgebruik op deze gronden zou doen waar tegenover de
overwaarde tussen de boedel (van Gin Grondexploitatiemaatschappij) en
Stivru gelijkelijk is verdeeld. |
|
|
Werkzaamheden |
Algemeen: Inventarisatie van het onroerend goed heeft plaats
gevonden. Verdere inventarisatie dient nog plaats te vinden. Zo dienen
o.a. de volgende rechten nog vastgesteld te worden omdat deze mede van
invloed zullen zijn op de waarde van de gronden:
-
subsidieaanspraken richting de overheid
-
quota-rechten
-
jachtrechten De waarde van de gronden, waarvan het blote
eigendom berust bij GIN en het zakelijke recht van vruchtgebruik
nagenoeg geheel bij de Stichting Vruchtgebruik Robinia, wordt mede
beïnvloed door de waarde van de beplanting en daarmede de waarde van het
vruchtgebruik. Deze waarde dient nog vastgesteld te worden. a) gronden zonder subsidieregime: Een deel van de grond (502 HA) waarop voor zover de
curatoren bekend geen subsidierechten e.d. gevestigd waren en welke
gelegen waren binnen de provincies Groningen en Overijssel werd bij
inschrijving verkocht aan een drietal partijen/conglomeraten. De
opbrengst bedroeg bijna 11,4 miljoen euro. Ten behoeve van de verkooptransactie heeft de
curator nog diverse werkzaamheden uitgevoerd, waaronder overleg met
partijen, doorhalen hypotheken en beslagen etc. b) gronden met subsidieregime: Teneinde een
beeld te verkrijgen van de rechten en verplichtingen aangaande deze
gronden heeft de curator onderzoek verricht naar de toepasselijke wet-
en regelgeving en het toepasselijke beleid. Daarnaast is onderzoek
verricht naar de subsidieregimes en de vraag of aan de voorwaarden is
voldaan. Voorts is de planologische bestemming van de
gronden van belang; zulks in verband met mogelijk bestemmingstechnisch
strijdig gebruik van de gronden. Om het vorenstaande te kunnen doen heeft de curator
overleg gehad met het Ministerie van LNV en diverse Provinciën en
gemeentes. De inventarisatie heeft geleid tot een notitie
waarin de juridische status van de subsidiegronden in uiteen is gezet.
Deze notitie wordt als bijlage 1 aan dit verslag gehecht. De verkoop van deze gronden vergt specialistische
kennis. Daartoe zijn de juridische complexiteit, de aanspraken op
subsidies en de beperkte afzetmarkt relevant. In overleg met de Stivru, als vruchtgebruiker, zijn
enkele gespecialiseerde makelaarskantoren benaderd om een offerte en een
plan van aanpak voor de verkoop van deze gronden in te dienen. Op grond
van de offertes en de plannen van aanpak zal een keuze gemaakt worden
welke verkoopmakelaar de resterende gronden namens de boedel zal
verkopen. Inmiddels is
een rentmeesterkantoor opdracht verstrekt om de gronden te verkopen en
de subsidieaanspraken af te wikkelen. Het rentmeesterkantoor heeft
inmiddels een eerste fase van onderzoek naar de gronden en de
subsidieaanspraken afgewikkeld. In overleg met de Stivru en de curator
zijn vervolgafspraken gemaakt. Het rentmeesterkantoor zal allereerst de
administratieve handelingen verrichten om reeds vervallen
subsidietermijnen te incasseren. Aansluitend zal verder gegaan worden
met het “vermarkten” van de gronden en het mogelijk contant maken van de
subsidieaanspraken (daarvoor bestaan nog enkele opties). Per perceel
wordt gestreefd naar maatwerk qua het in de markt zetten en de
(biedings)procedure om tot een zo hoog mogelijke opbrengst te komen.
Partijen hebben de intentie uitgesproken om de verkoop van deze gronden
en de afwikkeling van de subsidieaanspraken geëffectueerd te hebben voor
31 december 2011. De curator
heeft in ieder geval alle partijen die belangstelling hebben getoond
voor grond(en) op de hoogte gebracht van het ingezette traject en
doorverwezen naar het rentmeesterkantoor. c) erfpacht: De curator heeft onderzoek gedaan naar de
verschillenden erfpachtpercelen. Als verpachters treden een tweetal
particulieren partijen en Staatbosbeheer op. De curator is in overleg
met de verpachters, waaronder Staatsbosbeheer, over de afwikkeling van
de erfpacht. Curator streeft ernaar om de erfpachtovereenkomst met
“gesloten beurzen” te beëindigen. In overleg
met de Stivru – in haar hoedanigheid van mede erfpachter althans
vruchtgebruiker – en de erfverpachters is inmiddels een regeling
getroffen om de erfpacht kwestie af te wikkelen. De aktes afstand recht
van erfpacht, respectievelijk afstand recht van vruchtgebruik liggen
inmiddels liggen inmiddels ter vaststelling bij de notaris voor. Ten
aanzien van de erfpacht tussen de boedel – Stivru – Staatsbosbeheer is
een regeling getroffen waarbij partijen elkaar finale kwijting verlenen,
de lopende procedures worden geroyeerd en door Gin
Grondexploitatiemaatschappij B.V. / Stivru afstand wordt gedaan van het
recht van erfpacht. Ten aanzien van de twee andere erfpachtpercelen
hebben de erfverpachters enkel aanspraak gemaakt op de reeds vervallen
erfpachtcanon, welke als concurrente vorderingen in het faillissement
van Gin Grondexploitatiemaatschappij B.V. worden aangemerkt. |
|
3.5 |
Beschrijving |
Naar de bestuurder mededeelde zijn er geen
bedrijfsmiddelen, behoudens een geringe inventaris in de bedrijfsruimte
te Veldhoven. |
|
3.6 |
Verkoopopbrengst |
- |
|
3.7 |
Boedelbijdrage |
- |
|
3.8 |
Bodemvoorrecht fiscus |
Fiscus stelt vooralsnog geen vorderingen op GIN te
hebben. |
|
|
Werkzaamheden |
- |
|
3.9 |
Beschrijving |
De curatoren is gebleken dat ongeveer 13 m3 hout
aanwezig is bij een opslagbedrijf. |
|
3.10 |
Verkoopopbrengst |
€ 1.800,--
|
|
3.11 |
Boedelbijdrage |
- |
|
|
Werkzaamheden |
Het hout, dienend voor een “parketvloer” met een
oppervlakte ong. 500 m2
wordt door de curatoren in de markt te koop aangeboden. De aangetroffen voorraad parket is
na een moeizame verkoop aan een particulier verkocht.
|
|
3.12 |
Beschrijving |
a) bankgaranties: GIN had via de Bank twee bankgaranties verstrekt
voor € 325.000,- Na faillissement is reeds één garantie van € 245.000,-
uitbetaald. b) kwekersrechten: GIN bleek een kwekersrecht te hebben op de rassen
MTC01 en MTC02. De markt voor dergelijke rechten is beperkt. De
kwekersrechten zijn verkocht voor een bedrag ad. € 1.190,-- inc.
omzetbelasting. c)
personenauto Citroen Evasion: GIN bleek
nog een personenauto van het merk Citroen in eigendom te hebben. Enkele
garages zijn benaderd om een bod uit te brengen. Hetwelk geresulteerd
heeft in een hoogste bod van € 750,--. Bij gebrek aan kentekenpapieren,
zijn bij het RDW nieuwe papieren aangevraagd. d)
inventaris Veldhoven: In het oude
kantoorpand van GIN bleek nog enige (incourante) voorraad aanwezig te
zijn. De oud-verhuurder heeft deze inventaris tegen een symbolisch
bedrag van € 119,-- inclusief omzetbelasting gekocht. |
|
3.13 |
Verkoopopbrengst |
a)
€ 69.000,-- terug gevloeid naar boedel;
b)
€ 1.190,-- inc. omzetbelasting;
c)
€
750,-- (marge auto);
d)
€
119,-- inc. omzetbelasting. |
|
|
werkzaamheden |
a)
De tweede bankgarantie, groot € 84.000,- is voor
een bedrag van € 69.000,- in de boedel van Groen Invest BV gevloeid
nadat een schikking werd bereikt met de heer G., een bewoner in de buurt
van één perceel over overlast e.d.;
b)
Overleg met potentiële kopers en het opstellen
van een koopovereenkomst met akte van overdracht;
c)
Benaderen potentiële kopers en de afwikkeling van de verkoop; aanvragen
kentekenpapieren bij het RDW;
d)
Overleg oud-verhuurder. |
|
4 |
Debiteuren |
|
|
|
4.1 |
Omvang debiteuren |
Uit de ter beschikking gestelde financiële gegevens
blijkt dat de GIN vennootschappen diverse substantiële vorderingen op
gelieerde en/of op de Stichting Vruchtgebruik gelieerde (buitenlandse)
(rechts) personen bezit, welke overigens niet gesecureerd zijn door
zekerheden. De omvang van deze – vermoedelijk grotendeels oninbare -
vorderingen bedraagt ongeveer € 4.486.327,-. Volgens de balans heeft GIN ook € 3.559.996,07 te
vorderen van Eurl Robinier doch deze vordering is op 14 oktober 2004
feitelijk om niet, maar kennelijk wel ter bescherming van de
participanten overgedragen aan de Stichting Vruchtgebruik Robinia. Deze
stichting is eveneens in 1996 opgericht met als doel: “het
overnemen van alle rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de door
de GIN afgesloten participatieovereenkomsten, op een daartoe dienstige
wijze, ter bescherming van de belangen van de participanten”. Tenslotte heeft GIN vanwege privé-opnames althans
niet zakelijke opnames van de bestuurder tenminste € 2.389.759,55 te
vorderen. Eventuele tegenvorderingen van de heer Van der Heijden op de
vennootschap zijn blijkens een afgegeven verklaring d.d. 9 augustus 2004
achtergesteld ten opzichte van de andere verplichtingen van de
vennootschap, zodat de bestuurder tot betaling van voornoemd bedrag is
gesommeerd. De bestuurder betwist de verschuldigdheid van voormeld
bedrag en weigert deze aan de boedel te voldoen. De curator betrekt
e.e.a. in de procedure aangaande bestuurderaansprakelijkheid. Indien de balans alleen al met de in deze alinea
genoemde bedragen gecorrigeerd wordt leidt zulks tot een gecumuleerd
verlies van ruim 21 miljoen euro, zodat een faillissement al langere
tijd onafwendbaar was, zeker indien men zich realiseert dat op de balans
geen voorziening was getroffen ter zake de participatie-verplichtingen
waaronder de verstrekte inbrenggaranties. Volgens de ter hand gesteld administratie is er ook
nog ongeveer 400.000 euro van handelsdebiteuren te vorderen , hoewel de
directie aangaf niet te weten wie deze gelden verschuldigd zijn. Door het Ministerie van Land, Natuurbeheer en
Visserij zijn diverse subsidiebeschikking afgegeven. Medio 2004 heeft
GIN een deel van deze subsidieaanspraken contant weten te maken via het
Groenfonds waarbij laatstgenoemde aan GIN ongeveer € 3.000.000,- heeft
overgemaakt. Hoewel deze subsidies verstrekt zijn ten behoeve van het
onderhoud en de instandhouding van de bossen(bestemming), kregen zij na
uitbetaling daarvan een daarvan afwijkende bestemming.
Hoewel een deel contant gemaakt is en uitbetaald is, vermeld de
balans van GIN nog een bedrag van € 4.961.340,- aan te vorderen
subsidies. Uit onderzoek blijkt dat er in totaal nog € 4.769.734,65 aan
subsidies (verspreid over vele jaren) te ontvangen is.
Deze subsidieaanspraken worden
verder opgepakt door het rentmeesterkantoor dat belast is met de verkoop
van de subsidiegronden. |
|
4.2 |
Opbrengst tot heden |
Nihil |
|
4.3 |
Boedelbijdrage |
n.v.t. |
|
|
Werkzaamheden |
De subsidieaanspraken vormen voorwerp van
onderzoek. Zoals in alinea 3 is weergegeven is het overgrote
deel van de gronden waarop geen subsidieaanspraken zitten verkocht. De
gronden waaraan mogelijk subsidierechten en/of zakelijke verplichtingen
kleven zijn geïnventariseerd. Voor zover aan de subsidievoorwaarden is /
wordt voldaan heeft de boedel nog recht op € 4.769.734,65. Op dit moment
is de boedel in afwachting van een standpunt van het Ministerie van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij om te vernemen in hoeverre tot
dusverre aan de subsidievoorwaarden is voldaan. Voordat de curatoren
deze gronden al dan niet met subsidieaanspraken kunnen verkopen dient
duidelijk te zijn in hoeverre aan de subsidievoorwaarden is voldaan en
waaruit eventuele toekomstige verplichtingen bestaan. Voorts hebben de
curatoren inmiddels met diverse (overheids)partijen gesproken die
aangaven belangstelling te hebben voor deze gronden. Op basis van de
huidige inzichten zullen de curatoren de resterende gronden, wederom te
verdelen in kavels, via een inschrijvingsprocedure – waaraan een ieder
kan deelnemen – verkopen, zodra de aanspraken / verplichtingen ten
aanzien van deze gronden vaststaan.ng te hebben voor deznge
Voor een
verdere afwikkeling verwijst de curator naar onderdeel 3.1. e.v. van dit
verslag en de bijlagen. Omdat de gefailleerde vennootschappen volgens de
eigen administratie substantiële vorderingen hebben op een drietal
gelieerde, Belgische vennootschappen en deze vennootschappen er geen
blijk van gaven deze respectievelijke vorderingen te kunnen voldoen
heeft de Belgische Rechtbank van Koophandel een voorlopige bewindvoerder
aangesteld binnen deze vennootschappen, respectievelijk Lefra B.V.B.A.,
Tilia NV en Grootenhout NV.. De beslissing van de Rechtbank van Koophandel vormt een
voorlopige beslissing zulks vooruitlopend op een in te dienen
faillissementsaanvraag, welke aanvraag namens de curatoren zal worden
ingediend. De curator heeft met behulp van een Belgische
raadsman de faillissementen van Lefra BVBA en Grootenhout NV
gerealiseerd. De procedure tot faillietverklaring van Tilia NV is nog
lopende. Recent heeft Tilia N.V. aan de Belgische fiscus een
substantieel bedrag betaald, kennelijk met de bedoeling om het
faillissement van Tilia N.V. te voorkomen. De Belgische rechter heeft
nog geen definitieve beslissing genomen aangaande de
faillissementsaanvraag van Tilia N.V.
Inmiddels is de
faillissementsaanvraag van Tilia N.V. afgewezen nu een derde de
(substantiële) fiscale schuld van Tilia N.V. heeft voldaan. De curator
beziet op dit moment in hoeverre het entameren van een reguliere
bodemprocedure tegen Tilia N.V. opportuun is. Daartoe zal allereerst een
onderzoek gedaan worden of Tilia N.V. verhaal biedt. |
|
5 |
Bank / zekerheden |
|
|
|
5.1 |
Vorderingen van de bank(en) |
Voor zover bekend geen. |
|
5.2 |
Leasecontracten |
Vooralsnog niet van gebleken. |
|
5.3 |
Beschrijving zekerheden
|
Op bijlage 2 bij het eerste verslag zijn alle
zekerheden (hypothecaire inschrijvingen) vermeld. |
|
5.4 |
Separistenpositie |
Volgorde hypothecaire inschrijvingen: 20 maart 2000: de heer Van der Heijden 26 januari 2001: mevrouw De Leeuw (inmiddels
afgelost / in depot) 20 januari 2004: Stichting Groenfonds (inmiddels
afgelost) 25 februari 2004: Stichting Groenfonds (inmiddels
afgelost) 27 september 2006: Stichting Vruchtgebruik Robinia
25 augustus 2008: Green Principal B.V. (inmiddels
afgelost) |
|
5.5 |
Boedelbijdragen |
N.v.t. |
|
5.6 |
Eigendomsvoorbehoud |
N.v.t. |
|
5.7 |
Reclamerechten |
n.v.t. |
|
5.8 |
Retentierechten |
n.v.t |
|
|
Werkzaamheden |
|
|
6 |
Doorstart / voortzetten |
|
|
|
6.1 |
Exploitatie / zekerheden |
n.v.t. |
|
6.2 |
Financiële verslaglegging |
|
|
|
Werkzaamheden |
|
|
6.3 |
Beschrijving |
n.v.t. |
|
6.4 |
Verantwoording |
|
|
6.5 |
Opbrengst
|
|
|
6.6 |
Boedelbijdrage
|
|
|
|
Werkzaamheden
|
|
|
7 |
Rechtmatigheid |
|
|
|
7.1 |
Boekhoudplicht |
Hoewel 7 aan elkaar gelieerde vennootschappen in
staat van faillissement verkeren, bestaat er slechts één kennelijk,
onvolledige, financiële administratie zodat de rechten en verplichtingen
van GIN ten opzichte van derden maar ook in de onderlinge
concernverhouding niet op een eenvoudige wijze gekend kunnen worden.
Daarmee voldoet de administratie niet aan hetgeen wettelijk vereist is. |
|
7.2 |
Depot jaarrekeningen |
Volgens de Kamer van Koophandel is de jaarrekening
over 1999 de laatst gedeponeerde definitieve jaarrekening. Nadien zijn
kennelijk slechts voorlopige jaarrekeningen ingediend. Voor zover de
voorlopige als definitief aangemerkt kunnen worden is de jaarrekening
over 2005 te laat gedeponeerd en zijn de jaarrekeningen over 2006 en
2007 in het geheel niet gedeponeerd. |
|
7.3 |
Goedk. Verkl. Accountant |
Niet aanwezig. |
|
7.4 |
Stortingsverplichting aandelen |
Wordt in verband met eventuele verjaringstermijnen
niet onderzocht. |
|
7.5 |
Onbehoorlijk bestuur |
Nu de laatste jaren niet voldaan is aan de
deponeringsverplichting bestaat er een onweerlegbaar wettelijk vermoeden
van wanbeleid hetgeen vermoed wordt een belangrijke oorzaak te zijn van
het faillissement. Tegen de bestuurder is een procedure betreffende de
bestuurdersaansprakelijkheid aanhangig. Op 9 juni 2010 heeft de
bestuurder in deze procedure de zogenaamde conclusie van antwoord
ingediend. Bij incidenteel vonnis heeft de Rechtbank de curator
opgedragen bepaalde, verzochte administratieve bescheiden aan de
bestuurder ter hand te stellen, zulks met veroordeling van de bestuurder
in de kosten van dit incident. Dit laatste omdat de curator nimmer
weigerachtig is geweest om deze gegevens ook buiten rechte aan de
bestuurder te overhandigen. De rechtbank
heeft op 11 januari 2010 een comparitie van partijen gelast. |
|
7.6 |
Paulianeus handelen |
Vormt voorwerp van onderzoek. |
|
|
Werkzaamheden |
De curatoren hebben de bestuurder inmiddels
aansprakelijk gesteld voor het volledige tekort en daartoe – voor zover
mogelijk – passende rechtsmaatregelen getroffen. Voorts zijn de
curatoren een strafrechtelijke aangifte jegens de heer Van der Heijden
aan het voorbereiden. De curator heeft inmiddels strafrechtelijk aangifte
gedaan jegens Van der Heijden. Op dit moment vindt, naar de curator
aanneemt, het strafrechtelijke onderzoek plaats.
Inmiddels heeft een bespreking
plaatsgevonden met de FIOD-ECD om de strafrechtelijke aangifte nader toe
te lichten. De curator
zal voorts nader onderzoek doen naar de onttrekkingen van het vermogen
van de vennootschap. Daartoe is inmiddels contact opgenomen worden met
de voormalig accountant van GIN, om zo op basis van grootboeken de
bestedingen in kaart te kunnen brengen. Van de accountant heeft de
curator ogenschijnlijk alle benodigde stukken in ontvangst mogen nemen
om de geldstromen te kunnen reconstrueren. |
|
8 |
Crediteuren |
|
|
|
8.1 |
Boedelvorderingen |
P.M. |
|
8.2 |
Pref.
Vord. Van de fiscus |
Tot op heden : € 65.685,84
(m.n. in Groen Invest B.V.) |
|
8.3 |
Pref.
Vord. Van het UWV |
Tot op heden :€ 80.181,72
(Grond Expl. Mij B.V.) |
|
8.4 |
Andere
pref. Crediteuren |
P.M. |
|
8.5 |
Aantal
concurrente crediteuren |
Er
zijn meer dan 5.000 participanten die gelden hebben ingelegd bij GIN.
Het merendeel van deze participaties is gefinancieerd met een daarop
afgestemde persoonlijke lening, ondergebracht bij de IDM-Bank.
Inmiddels heeft de curator
in overleg met de Stivru en met behulp van twee externe automatiseerders
de paraticipanten administratie van GIN kunnen ontsluiten, hetgeen
bemoeilijkt werd door het (zeer) gedateerde ict-systeem van GIN. Op
basis van de participanten admininstratie wordt een excel overzicht
samengesteld met daarin de essentiële gegevens van participanten.
Vaststaat dat deze gegevens inmiddels achterhaald zijn en / of doublures
voorkomen. Op dit moment wordt op basis van participantenadministratie
en de tot op heden aangemelde crediteuren gewerkt aan een actueel
overzicht van participanten. Relevant is nog dat een bepaalde groep
participanten zich weliswaar verenigd heeft, maar dat die vorderingen
niet zijn aangemeld.
In deze trekken de Stivru
en de curator gelijk op, zodat de Stivru aan de hand van de diverse
lijsten nu en in de toekomst ook tot bepaalde beslissingen c.q.
uitdelingen kan komen. |
|
8.6 |
Bedrag concurrente crediteuren |
De hoogte van de totale concurrente schuldenlast
(excl. Die van de separatisten) zal ongeveer 70 miljoen euro bedragen.
Tot op heden is voor ongeveer € 38.000.000,- aan vorderingen ter
verificatie aangemeld. |
|
8.7 |
Verwachte wijze van afwikkeling |
Op dit moment is nog steeds niet duidelijk of en
in welke mate de crediteuren, waaronder de participanten, iets van hun
vordering respectievelijk inleg betaald zullen zien. De curatoren dienen
eerst uitvoerig onderzoek te doen naar de omvang en de (over)waarde van
de diverse vermogensbestanddelen (m.n. de gronden). Uit voorlopig
onderzoek blijkt wel dat de crediteuren/participanten er ernstig
rekening mee moeten houden dat zij hun vorderingen niet of slechts voor
een zeer gering deel betaald zullen krijgen. Aan de participanten zijn
door GIN zgn. inleggaranties en/of houtvolumegaranties verstrekt, welke
en niet op de balans gepassiveerd zijn en welke feitelijk inhoudsloos
zijn. De curator
merkt op dat teneinde tot afwikkeling van dit faillissement te komen de
samenwerking met stichting Stivru noodzakelijk is. Stivru behartigt de
belangen van de participanten; die het leeuwendeel van de crediteuren
vormen. Met (de advocaat van) het bestuur van de Stivru vindt periodiek
en voor zover nodig tussentijds overleg plaats in het kader van de
afwikkeling, zowel aan de zijde van de boedels als aan de zijde van de
Stivru. Als bijlage 3 wordt een publicatie d.d. 6 mei 2010, geplaatst op
de website www.stivru.nl bijgevoegd. Met instemming
van de crediteurencommissie heeft de rechter-commissaris mr. Poelman op
8 maart 2010 op verzoek van de curator toestemming verleend om de
faillissementen van: Groen Invest
Nederland (GIN) B.V. GIN Vastgoed
B.V. GIN
Bomenexploitatiemaatschappij B.V. GIN
Exploitatiemaatschappij B.V. en GIN
Grondexploitatiemaatschappij geconsolideerd af te wikkelen. Voorts heeft de
curator met het bestuur van de Stivru afgesproken om zoveel mogelijk
gezamenlijk “op te trekken” om dubbele, extra kosten te voorkomen en te
zijner tijd bij gelegenheid van een mogelijke uitdeling eveneens – voor
zover mogelijk – een op elkaar afgestemd afwikkelplan te maken,
uiteraard met inachtneming van de wettelijke voorschriften. |
|
|
Werkzaamheden |
De participanten zijn allemaal via een mailing
benaderd. Mede omdat er meerdere verschillende
participatieovereenkomsten bestaan, die allemaal op verschillende
tijdstippen zijn aangegaan en een deel van de participanten wel een
geringe tussentijdse kapopbrengst tegemoet kon zien, zal het vaststellen
van de hoogte van ieders vordering – voor zover nodig – een “monnikenwerk”
worden. N.a.v.
een op 12 mei 2009 daartoe ingediend verzoek heeft de Rechtbank op 19
mei 2009 een voorlopige crediteurencommissie benoemd. De Rechtbank heeft
tot leden van deze commissie, die advies aan de curatoren kan
verstrekken, benoemd :
1.
de Stichting Gin Schade
2.
de
Stichting Vruchtgebruik Robinia
3.
de
Stichting Beleggers GIN. Daar
waar nodig of wenselijk heeft de curator overleg met de
crediteurencommissie. Op 20
september 2010 heeft vergadering van de crediteurencommissie
plaatsgevonden.
De curator is doende met de
participanten- / crediteurenadministratie. |
|
9 |
Procedures |
|
|
|
|
|
|
9.1 |
Naam
wederpartijen |
|
|
9.2 |
Aard
procedures |
Sub.
|
|
9.3 |
Stand
procedures |
Sub.
|
|
|
werkzaamheden |
Sub.
1.
Na een incidentele procedure ex. art. 843a Rv
heeft de curator diverse delen van de administratie ter beschikking
gesteld aan Van der Heijden. De kosten van het incident zijn voor
rekening gekomen van Van der Heijden.
Van der Heijden heeft nagelaten
deze kosten volledig te voldoen, waar hij inmiddels voor in gebreke is
gesteld.
2.
Onderzoek naar de onderliggende rechtsvraag en
overleg met de advocaat van mw. De Leeuw, hetgeen uiteindelijk tot een
voorwaardelijk schikking heeft geleid.
3.
De
curator heeft de comparitie van partijen bijgewoond.
4.
De
curator heeft comparitie van partijen bijgewoond.
5.
Voorts heeft op vordering van Koppert een kort
geding plaatsgevonden over dezelfde vraag. De vordering van Koppert werd
daarbij afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
6.
Om redenen van boedelbelang heeft de curator mr.
Te Biesebeek geen verweer gevoerd jegens deze vordering. |
|
|
|
|
|
10 |
Overig |
|
|
|
|
|
|
10.1 |
Termijn afwikkeling faillissement |
Is in belangrijke mate afhankelijk van de wijze van
verkoop van de gronden en het tijdstip waarop. De curator verwacht dat
de uiteindelijke afwikkeling en eventuele uitdeling niet eerder dan in
2012 kan plaats vinden. |
|
10.2 |
Plan van aanpak |
1.
Voortzetten / entameren genoemde procedures
2.
Verkoop overblijvende activa (gronden
en subsidieaanspraken);
3.
Onderzoek / afwikkelen overige actief;
4.
Overleg Stivru / crediteurencommissie;
5.
Completeren participanten- / crediteurenadministratie;
6.
Verhaalsonderzoek Tilia N.V. / onderzoek opportuniteit procedure;
7.
Aanvullend onderzoek onttrekkingen / onbehoorlijk bestuur;
8.
Gebruikelijke werkzaamheden. |
|
10.3 |
Indiening volgend verslag |
Medio mei
2011. |
|
|
werkzaamheden |
Correspondentie, verslaglegging en overleg met de Rechter-Commissaris. |
Budel, 31 december
2010,
mr. G. te Biesebeek
curator
Disclaimer:
Het openbaar verslag
is geen prospectus of jaarrekening. Hoewel de informatie in dit openbaar verslag
zo zorgvuldig mogelijk is samengesteld, staan de curatoren niet in voor de
volledigheid en juistheid daarvan. Mogelijk is immers dat o.a. bepaalde
informatie nog niet beschikbaar is, nog niet geopenbaard kan worden, of –
achteraf – bijgesteld dient te worden. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor
de in dit verslag geschetste perspectieven voor crediteuren. Aan dit verslag
kunnen derhalve geen rechten worden ontleend.